No Other Choice
Toen waren het er nog maar drie
No Other Choice
Park Chan-wook maakte een film over bezuinigen die weelderig aandoet. Door in het originele verhaal te snoeien, laat Park zijn film bloeien.
In Donald E. Westlake’s The Ax vermoordt de werkloze Burke Devore zeven concurrenten om een openstaande vacature zelf te vullen. In zijn verfilming beperkt Park Chan-wook (Oldboy, 2003; The Handmaiden, 2016) het aantal moorden tot drie.
Die ingreep past bij een film die in het teken staat van knippen en snoeien: van de bezuinigingen waardoor Man-su (Lee Byung-hun) zijn baan verliest, de besparingen die zijn vrouw Mi-ri (Son Ye-jin) vervolgens hun gezin oplegt tot het elimineren van zijn concurrenten. Snoeien doet Man-su zelfs in zijn vrije tijd: zijn hobby is tuinieren.
Toch is Park niet uit op narratieve verstrakking. No Other Choice (Eojjeolsuga eobsda) is een klucht over mannelijkheid in crisis en een satire over kapitalisme, maar bovenal gaat de film over vervangbaarheid. Van de vergelijkbare namen van zijn kinderen en golden retrievers (respectievelijk Ri-one en Si-one, en Ri-two en Si-two) tot de robots die het werk van mensen in de papierindustrie overnemen: steeds draait het om de vraag wat wel en niet inwisselbaar is. Als No Other Choice meandert, is dat omdat de film toont wat verloren gaat als we dingen zomaar afsnijden.
Man-su begint niet met moorden wanneer hij ontdekt dat hij op zijn werk vervangbaar is, maar pas nadat hij gedwongen wordt zijn ouderlijk huis te verkopen: een vrijstaande woning van twee verdiepingen, met een zelfgebouwde kas in de tuin waar hij trots op is. Juist die zal de nieuwe eigenaar bij intrede met de grond gelijk maken. Om zijn huis te behouden, besluit hij andere werkloze mannen in de papierindustrie uit te schakelen.
Daarmee vergist Man-su zich in wat echt onvervangbaar is. Niet alleen plaatst hij zijn weliswaar prachtige huis boven de levens van mensen, maar in zijn poging zichzelf na zijn ontslag niet te verliezen, verloochent hij zijn principes. Zegt Man-su in het begin nog dat hij zijn teamleden niet kan ontslaan, omdat hij geen figuurlijk vuurwapen tegen hun hoofd wil zetten, al snel richt hij letterlijk een vuurwapen op de hoofden van mannen in de papierindustrie.
Slachtoffers
Het is niet zijn identiteit als ‘papierman’ die hij moet beschermen, maar zijn vermogen om een echtgenoot, vader en kostwinner te zijn. De achtergrondverhalen van zijn drie slachtoffers leggen telkens een terrein bloot waarop Man-su na zijn ontslag tekortschiet. Zijn eerste slachtoffer wijst hem op zijn verslechterende relatie met zijn vrouw, zijn tweede herinnert hem aan het voorbeeld dat hij voor zijn kinderen is, en de derde bevestigt dat een leven vol uiterlijke luxe leeg blijft als ze niet gedeeld wordt.
Door het aantal slachtoffers te beperken, creëert Park ruimte om tijd door te brengen met Man-su en zijn slachtoffers en bouwt hij empathie voor hen op. Via precies ingekaderde shots, waarin personages op de achtergrond te vinden zijn of over de beelden heen worden geplaatst, herinnert Park de kijker aan de mensen die Man-su gaandeweg uit het oog verliest.
Mansu’s dochter Ri-one is een muzikaal wonderkind dat nauwelijks spreekt maar alleen geluiden herhaalt. Zoals Ri-one haar omgeving kopieert, begint Man-su steeds meer van zijn slachtoffers over te nemen. Hij adviseert zijn eerste slachtoffer om een andere baan te zoeken – advies dat hij van zijn eigen vrouw heeft gekregen, maar dat hij zelf niet kan opvolgen. Wanneer Man-su zijn derde slachtoffer komt vermoorden, blijken ze soortgelijke kleding te dragen.
Dansschoenen
Ondertussen brokkelt zijn gezinsleven af. Mi-ri brengt steeds meer tijd door met haar baas, en hij moet zijn oudste zoon vertellen dat hij niet diens biologische vader is. “Ik heb alles”, zegt Man-su in de eerste scène, terwijl hij tijdens een barbecue aan Mi-ri een paar goudkleurige dansschoenen geeft. “Ze zeggen dat je je geliefde geen schoenen moet geven, omdat ze er misschien mee wegloopt”, antwoordt zij.
Het is een grapje, maar misschien zit er toch een waarheid in besloten. Het wijst immers op Man-su’s fatale misvatting: hij gelooft dat wat hij heeft, werkelijk van hem is. Terwijl hij zijn concurrenten vermoordt om een baan te krijgen waarvan hij gelooft dat die hem toebehoort, neemt hij zijn gezin voor lief.
Aan het einde van de film staat Man-su opnieuw samen met zijn vrouw, twee kinderen en hun honden in de weelderige tuin van zijn ouderlijk huis. Hij heeft alles terug. Hij realiseert het zich misschien nog niet, maar inmiddels is hij alles kwijtgeraakt. “Kijk”, zegt zijn dochter dan. “Er knagen beestjes aan de appelboom.”