PAAZ
Gestroomlijnde ontregeling
PAAZ
De verfilming van PAAZ vertaalt de fragmentarische en kritische observaties van het boek naar een herkenbaar narratief. Dat geeft meer houvast en toegankelijkheid, maar zorgt ook voor minder ontregeling en scherpte.
Van een klassieker als One Flew over the Cuckoo’s Nest (1975) tot Girl, Interrupted (1999) of dichter bij huis De gelukkige huisvrouw (2010); in films met een grote rol voor een psychiatrische afdeling of inrichting worden vaak veel patiënten neergezet als mensen met een overduidelijke tic. Iemand die ijlend voor zich uit staart of overdreven schreeuwt.
De verfilming van Myrthe van der Meers bestseller PAAZ telt eigenlijk maar één tot karikatuur teruggebrachte bijrol: een door Martin van Waardenberg gespeelde figuur die altijd in een joggingbroek gekleed gaat en een niet te onderdrukken aandrang heeft tot rennen. Bij veel van de overige personages in opname weet je op een heerlijk ontnuchterende manier niet altijd wat ze precies mankeert. Die onbepaaldheid ontneemt de kijker de mogelijkheid om simpelweg te labelen.
Dat stereotype ontwijkende pluspunt heeft PAAZ van regisseur Anne de Clercq (Soof 3, 2022; Jack bestelt een broertje, 2015) in ieder geval al te pakken. Maar hoewel schrijver Van der Meer als een van de scenaristen meeschreef, staat deze verfilming verder jammerlijk ver af van haar bronmateriaal.
Waar ze in haar boek in fragmenten verschillende facetten van het leven op de afdeling kritisch en droogkomisch observeert, daar introduceert de film een gestroomlijnd narratief rond hoofdpersoon Emma. De ontregeling uit het boek blijft daardoor grotendeels achterwege, waarschijnlijk om de complexiteit van mentaal lijden zo publieksvriendelijk mogelijk te serveren.
Die keuze legt veel gewicht op de schouders van Gaite Jansen, die de film grotendeels moet dragen. Emma is rusteloos en vastberaden. Opgefokte energie afgewisseld met een bijna manisch masker om confrontatie met zichzelf te vermijden. Jansen maakt de schurende dualiteit van haar personage treffend zichtbaar, zonder te vervallen in grote emoties.
Jansens intensiteit werkt goed, maar vindt weinig weerklank in de manier waarop het verhaal wordt verteld. De wereld die de film schetst, is opvallend geordend en afgebakend. Het is winst dat slechts één personage richting karikatuur schuift, maar in de verbeelding van de psychiatrische afdeling zelf blijft de film dan weer te braaf.