Tamara Kotevska over The Tale of Silyan

‘Met wilde dieren kun je niet onderhandelen’

Tamara Kotevska. Foto: Jean Dak

Tamara Kotevska combineert een Macedonisch sprookje met oogstrelende documentaire beelden in The Tale of Silyan, over de unieke band tussen een man en een ooievaar. “Ik ben geïnteresseerd in het verbeelden van de menselijke psychologie via dierlijke metaforen.”

Van kinds af aan was Tamara Kotevska geobsedeerd door het Macedonische sprookje over Silyan, waarin een boer zijn naar vrijheid hunkerende zoon vervloekt en verandert in een ooievaar. Met als gevolg dat Silyan zich nergens meer thuisvoelt: verstoten door de mensheid en veroordeeld tot eenzaamheid in het dierenrijk.

De manier waarop zo’n sprookje je via het dierenrijk laat kijken naar de psychologie van de mens loopt als een rode draad door Kotevska’s werk. In haar internationale doorbraak Honeyland (2019) fungeert de interne logica van de bijenkolonie als metafoor voor het bedreigde plattelandsleven in Noord-Macedonië. Met zijn publieksvriendelijke vertelstijl sleepte deze documentaire twee Oscar-nominaties in de wacht.​

Met The Tale of Silyan keert Kotevska terug naar het sprookje uit haar jeugd. Het dient opnieuw als invalshoek om de ecologische en economische ontwrichting in Noord-Macedonië te verbeelden. Ooit stond dit land bekend om zijn robuuste en diverse agrarische sector, maar de bloeiende akkers van weleer hebben door politiek wanbeleid plaatsgemaakt voor snelgroeiende vuilnisbelten, waar de onverkochte groenten van boeren wegrotten tussen het afval. Grote groepen ooievaars vinden daar hun voedsel.

The Tale of Silyan is een uit het leven gegrepen echo van het sprookje van Silyan. Een portret van een boer in het nauw, die al zijn frustraties over de ingestorte agrarische sector kanaliseert in de zorg voor een gewonde vogel. Die unieke vriendschap biedt een sprankje hoop binnen een verder somber verhaal over ecologische verval.

The Tale of Silyan. Foto: Jean Dakar

The Tale of Silyan plaatst een Macedonisch sprookje binnen een documentair raamwerk. Hoe ontstond die combinatie van fabel en non-fictie? “Het verhaal van Silyan bestaat al heel lang in Macedonië. Als kind was het mijn favoriete sprookje. Toch dacht ik nog niet aan dit fabeltje toen we begonnen met filmen. In eerste instantie filmden we de ooievaars, omdat we geïnteresseerd waren in het feit dat ze van vuilnisbelten eten in plaats van te migreren naar betere oorden. Daar ontmoetten we Nikola, die op een van de stortplaatsen werkte. Toen we zagen hoe hij daar een gewonde ooievaar mee naar huis nam om op te lappen, hoe zijn vrienden hem uitlachten en zeiden dat dit duo hen aan het verhaal van Silyan deed denken, realiseerden we ons dat we Silyans fabel in het verhaal konden verweven.”

Net als in Honeyland gebruikt u het dierenrijk als metafoor voor de mensenwereld. “Ik ben geïnteresseerd in het verbeelden van de menselijke psychologie via dierlijke metaforen. Het verhaal van Silyan heeft me ongetwijfeld van jongs af aan geïnspireerd – het maakt deel uit van mijn onderbewuste. Je gaat er anders door naar dieren kijken. Zo is Honeyland gebaseerd op de psychologie van bijen, met hoofdpersonage Hatidže als menselijk equivalent van een werkbij die voedsel bij elkaar sprokkelt voor haar moeder. Ik wijs mensen er graag op dat we niet kunnen ontsnappen aan onze dierlijke natuur.”​

Zulke fabels maken een meer gestileerde vorm van documentaire mogelijk. Hoe vindt u die balans tussen stilering en realisme? “Ik houd ervan om buiten de gebaande paden van documentaire te treden. Ik coregisseerde Honeyland met Ljubomir Stefanov en in dat proces werd duidelijk dat we een heel verschillende achtergrond hebben, uit verschillende generaties komen. Die film zou in eerste instantie een meer traditionele interviewstructuur krijgen, maar ik stond erop om er iets anders van te maken, om meer naar een speelfilmstructuur te neigen. Mijn generatie is opgegroeid met sociale media. Ik zie hoe mijn leeftijdsgenoten hun interesse zijn verloren in traditionele vormen van cinema en de clichématige documentaires die we allemaal kennen. Films als Exit Through the Gift Shop (2010) en het werk van Werner Herzog hebben me geholpen om een andere invulling aan documentaires te geven.”​

U komt in de film dicht bij zowel de mensen als de vogels. Hoe kreeg u dat voor elkaar? “We hebben ruim twee jaar gedraaid, altijd met de intentie om zo dicht mogelijk bij onze personages te komen. Qua cameravoering kozen we voor een groothoeklens en om veel van dichtbij te filmen. Dat creëert al de nodige intimiteit. In documentaires is intimiteit vinden geen eenvoudige opgave: het vraagt om vertrouwen tussen filmmakers en hun personages. In dat opzicht waren de opnames met de ooievaars het meest uitdagend. Met wilde dieren kun je immers niet onderhandelen. Je moet geduld hebben en wachten tot ze je niet langer als een bedreiging zien. We werkten nauw samen met een milieuorganisatie in Macedonië, die ooievaarsnesten voor ons in kaart bracht. Deze vogels staan erom bekend elk jaar terug te keren naar hetzelfde nest, wat in ons voordeel werkte. Wij kwamen ook terug naar diezelfde nesten, zodat ze aan ons begonnen te wennen.”​

Konden ze ook wennen aan de camera’s? “We waren er getuige van hoe een nieuwe generatie ooievaars werd geboren en opgroeide naast onze apparatuur, waarbij veel drones kwamen kijken. Drones zijn behoorlijk opdringerige apparaten: ze bewegen op onnatuurlijke manieren en maken veel lawaai. Deze nieuwe generatie ooievaars raakte echter gewend aan de drones en accepteerde ze als onderdeel van hun leefomgeving. Dat leverde uitzonderlijk intieme beelden op, waarin de ooievaars zich niet laten afleiden door het feit dat wij hen filmden.”​

Hoe was het om die connectie tussen Nikola en Silyan, tussen mens en dier te zien ontstaan? “Nikola vertelde ons dat hij al eerder een gewonde ooievaar had gered. Nu deed hij het opnieuw, deze keer voor onze camera, waardoor we die groeiende band konden vastleggen. Met hulp van Nikola wordt Silyan niet alleen gedomesticeerd – het lijkt ook alsof hij menselijker wordt. Aan het begin zie je een verdwaasd dier bij de dierenarts, terwijl je aan het eind van de film in Silyans expressieve ogen kunt kijken en denken: ‘Oh, dat is duidelijk zijn zoon!’ Die emotionele lijn hebben we samen met Nikola gevonden. Hoe dichter Nikola bij de vogel komt, hoe meer toegang wij met onze camera’s tot Silyan krijgen.”​

Heeft de missie om meer publieksvriendelijke documentaires te maken ook invloed gehad op de relatief hoopvolle noot tegen het einde van een eigenlijk behoorlijk somber verhaal? “Ik voel me enigszins verplicht om films te maken die aanzetten tot positieve verandering. Wat draag ik bij als ik alleen maar kritiek lever en geen enkel sprankje hoop bied? Om verandering te bewerkstelligen, moet je het publiek instrumenten in handen geven waarmee het betere keuzes kan maken. Ik wil bijvoorbeeld bewustzijn creëren voor de meerwaarde van leven van het land – voortbouwend op een traditie van onze voorouders. Ik wil een gevoel van schoonheid overbrengen aan het publiek, die verbinding met de natuur koesteren.”​

Omdat The Tale of Silyan put uit iconische Macedonische folklore, en uw films zich bezighouden met de economische, politieke en ecologische problemen van uw geboorteland, voelt het alsof u Noord-Macedonië via film wilt vertegenwoordigen. Hoe gaat u met die verantwoordelijkheid om? “Ik voel me verplicht om over Macedonië te spreken. Ik denk dat dit altijd zo zal blijven, hoewel ik ook in het buitenland draai en andere soorten films maak. Ik geloof dat uit landen met diepe wonden de meest relevante kunst ontstaat, omdat ze daadwerkelijk iets te zeggen hebben. Kunst geneest, en in die zin zal ik altijd de verantwoordelijkheid dragen om mijn land een medicijn toe te dienen. Ik begrijp Macedonië vanuit het hart, wat betekent dat ik er het luidst over kan spreken.”


The Tale of Silyan draait vanaf 29 januari 2026 in de bioscoop.