Filmfestival Cannes 2016
Een vintage jaar
The Neon Demon
De prijzen op de 69ste editie van het Filmfestival Cannes zorgden na afloop voor heftige discussies. Het was ook al een paar jaar niet gebeurd dat de competitiefilms tot zulke diametraal tegengestelde oordelen leidden. Kortom: een goed jaar.
Door Ronald Rovers
Met het Filmfestival Cannes achter ons is één ding zeker: de feeding frenzy van het festival laat weinig ruimte voor twijfel. Daarover zo meer. Eerst de feiten.
Het was het jaar dat Ken Loach er voor de tweede keer met de Palme d’Or vandoor ging, wat de jury onder leiding van Mad Max-regisseur George Miller op nogal wat kritiek kwam te staan. De keuze voor I, Daniel Blake zou te veilig zijn, teveel compromis en ingegeven door het sociale thema van de film. Het eveneens zeer wisselend ontvangen Juste la fin du monde van Xavier Dolan won de Grand Prix, onofficieel de tweede prijs, maar dat belette Dolan niet om de pers nog toe te bijten dat ‘Cannes wegzonk in een cultuur van haat’. De Juryprijs, feitelijk de derde prijs van het festival, ging naar American Honey van Andrea Arnold. Weer een film die voor hele uiteenlopende reacties zorgde. Levensecht volgens de een, maniërisme volgens de ander.
The Last Face
Nederlanders
Het was ook het jaar dat Nederland met Paul Verhoevens Elle weer een film in competitie had en met Michael Dudok de Wits The Red Turtle een film in Un Certain Regard, het tweede hoofdprogramma voor de doorgaans wat avontuurlijker film. Beide makers wonen trouwens al jaren in het buitenland en hun films zijn vooral met Frans geld gemaakt, dus hoe ‘Nederlands’ ze zijn, valt te betwisten. Dudok de Wit won een speciale juryprijs, over Elle werd de jury van de Palme ‘d’Or het niet eens. Onder journalisten — het eerste grote publiek dat een film te zien krijgt — was Elle een van de meest gewaardeerde films van het festival, zo niet dé meest gewaardeerde. Uitputtend onderzoek is er niet maar een internationale poll van bijna vijftig critici koos Elle als best beoordeelde film.
Ondanks onvrede over de prijzen en de uitzonderlijk gepolariseerde oordelen maakte deze editie de aanzienlijke verwachtingen waar die ontstonden toen bekend werd dat onder meer nieuwe films van Olivier Assayas, Pedro Almodóvar, Nicolas Winding Refn, Asghar Farhadi, Cristi Puiu, Cristian Mungiu en Paul Verhoeven geselecteerd waren voor de competitie. Guardian-criticus Peter Bradshaw had het na afloop zelfs over een uitzonderlijk goede editie. Het is minstens vijf jaar geleden dat in Cannes onder journalisten zo weinig consensus bestond over de kwaliteit van de afzonderlijke films. Helaas is een gebrek aan consensus niet hetzelfde als een gezonde twijfel.
I, Daniel Blake
Burgeroorlog
In vergelijking met recente edities van het festival heerste onder de makers van de 21 competitiefilms een uitgesproken voorkeur voor gezin en familie. Als er al sprake was van grote maatschappelijke thema’s dan werden die bekeken door de lens van intieme relaties.
De opvallendste uitzonderingen waren de films van Ken Loach en Sean Penn. Loach presenteerde in I, Daniel Blake een karakteristiek militant relaas over een weduwnaar die na een hartaanval geen recht blijkt te hebben op een staatstoelage en dreigt te sneuvelen tussen de raderen van de bureaucratie. Sean Penn ging met The Last Face vol postkoloniaal op het gaspedaal met zijn romance tegen de achtergrond van een Liberiaanse burgeroorlog. Hij vloog totaal uit de bocht. Nog nooit scoorde een competitiefilm in de dagelijkse edities van Engels- en Franstalige vakbladen zo laag. Was de opzet van de film al twijfelachtig, het hielp niet dat personages dingen zeiden als "being inside me is not knowing me" en "human rights are important." Bijna alle films in competitie zijn aangekocht voor Nederlandse distributie, ook The Last Face, maar kan zijn dat distributeur Belga zich nog bedenkt.
Door alle breed uitgemeten onvrede over de juryprijzen vielen sommige namen van de krantenpagina’s. Cristi Puiu’s (The Death of Mr. Lazarescu) Sieranevada speelt zich voor het grootste deel van z’n tweeëneenhalf uur speeltijd af in het kleine appartement in Boekarest waar een familie afscheid komt nemen van de overleden pater familias. Ook Cristian Mungiu’s (4 maanden, 3 weken en 2 dagen) Bacalaureat is een diagnose van de Roemeense maatschappij maar is conventioneler van vorm dan Puiu’s film. Beiden gaan over de geest van het communisme die nog altijd rondwaart in Roemenië. Mungiu’s film laat via de verhouding tussen een vader en een dochter het handjeklap en nepotisme zien dat de maatschappij verziekt, Puiu brengt zijn kritiek terug tot een traumatische herinnering die het hoofdpersonage aan zijn zojuist overleden vader te danken heeft. Het verleden als een open wond. Dat de man zelf arts is maar zich niet weet te genezen, verraadt misschien dat Puiu niet optimistisch is over het zelfreinigend vermogen van zijn land.
Juste la fin du monde
Genremixen
Als je twijfelt, draag rood, zei de Amerikaanse modeontwerper Bill Blass ooit. Die woorden worden in Cannes bijna dogmatisch aangehangen. Films die zich niet meteen laten verklaren omdat ze op een nieuwe manier of op een niet direct herkenbare manier een gesprek met de toeschouwer aangaan, worden in de regel uitgejouwd.
Olivier Assayas had natuurlijk gelijk toen hij het boegeroep na de première van Personal Shopper bagatelliseerde. Nicolas Winding Refn overkwam hetzelfde met The Neon Demon. Allebei zijn het genremixen over mode en het extremistische schoonheidsideaal dat hier heerst, over imago en beeld. Refn, hoewel bekend met afkeuring na Only God Forgives (2011), is wel iets kwetsbaarder dan Assayas omdat hij graag in Amerika wil blijven werken. Als hij niet rendabel blijkt, moet ‘ie terug op het vliegtuig naar Denemarken.
In een ideale wereld hadden Verhoeven en Puiu de eerste en tweede prijs van het festival gewonnen. Of andersom. Omdat ze lieten zien hun vak tot in detail te beheersen. Omdat hun films vormvast zijn. Omdat ze ingewikkelde onderwerpen inzichtelijk maken en omdat ze allerlei iets riskants doen. Verhoeven voorzag zelfs reuring omdat hij de film opent met een verkrachting en het hoofdpersonage op onorthodoxe wijze daarop laat reageren. Maar vooralsnog is het stil. Zowel Verhoeven als Puiu wonnen niets. Ook Maren Ade’s (Everyone Else) veelgeprezen Toni Erdmann kreeg niets van de jury, maar werd wel met de Fipresci-prijs van de internationale filmkritiek bekroond.
Toni Erdmann
Geen houvast
Maar over prijzen hoeven we het niet te lang te hebben. Wel over twijfel, over films die de kijker geen houvast geven, tenminste niet meteen, maar in verwarring brengen. Die verwarring is een van de belangrijkste redenen om het festival te bezoeken. Je verlangt naar het moment waarop je de zaal uitloopt en niet weet wat je ervan moet denken.
Personal Shopper is in wezen een verhaal over identiteit. Een cruciaal onderwerp nu veel Europeanen en Amerikanen zich als een soort spierspasme op hun eigenheid beroepen, ook al weet niemand je te vertellen wat die eigenheid is.
Assayas voert Kristen Stewart op als personal shopper die kleding koopt voor iemand die dat vanwege tijdgebrek en status zelf niet kan. In haar vrije tijd probeert ze in contact te komen met de geest van haar overleden broer. Soms ziet ze verschijningen, maar ze twijfelt: welk beeld hoort bij haar broer? Assayas gaf zelf al aan dat zijn script opvallend lijkt op Antonioni’s Blow-Up uit 1966, van de buitenkant ook een thriller over de modewereld maar in essentie eenzelfde verhaal over ontbrekende beelden.
De lange sms-uitwisseling die Stewarts personage met een achtervolger heeft, waarbij de camera steeds op het kleine schermpje gericht is, benadrukt het ontbrekende beeld van haar achtervolger en levert zo een beeld bij een ontbrekend beeld.
Beide films twijfelen bewust aan hun eigen identiteit — zijn ze thriller of filosofische bespiegeling? — en in zekere zin ook aan welke beelden er in horen. Personal Shopper is geen warrige, oppervlakkige thriller maar een beeld van permanente onzekerheid. Twijfel als levenshouding.
The Neon Demon kreeg dezelfde scepsis als Personal Shopper te verwerken. Zoals Refns vorige film Only God Forgives en de afgelopen jaren andere films opzij werden geschoven die iets over ontbrekende beelden en permanente onzekerheid beweerden. Denk The Bling Ring, The Canyons en Spring Breakers. Niet dat ze allemaal slecht zijn ontvangen maar de overheersende mening is dat ze schitterende buitenkant zijn en niet veel meer dan dat.
Ze zijn in ieder geval iets meer dan dat. Hoeveel meer, daar moeten we de komende jaren achter komen. Refns film is een overdrijving van de allesverslindende onderlinge concurrentie in de modellenwereld van Los Angeles. Extreem gestileerd, zoals past bij het onderwerp. Net als Assayas’ vorige film Clouds of Sils Maria verwijst The Neon Demon ook naar Ingmar Bergmans Persona uit 1966, wat ook een film was over vloeiende identiteiten en de overgang van de generaties.
Een festival slaagt als het zulke films op de agenda zet. Die moeten dan wel voorhanden zijn, maar zeker zo belangrijk is de bereidheid van de filmpers om erover te schrijven en ze niet te meteen opzij te schuiven.
Cannes verslaggeving op filmkrant.nl/nieuws_2016.