Claire Simon over LES BUREAUX DE DIEU
Feministische beschermengelen
Claire Simon
Een verliefde prostituee, een jonge vrouw die aan de pil wil omdat ze op wereldreis gaat en Arabische meisjes die worstelen met maagdelijkheid zijn de hoofdpersonen uit les bureaux de dieu. Regisseuse Claire Simon: "De seksuele revolutie heeft veel gebracht. Maar wat ontbreekt, is een echt bewustzijn over het vrouwelijk lichaam."
God houdt kantoor op de bovenste verdieping van een klassiek Frans appartementengebouw. Daar zetelen verspreid over vele steden de Franse varianten van wat in de Nederlandse volksmond nog steeds de Rutgershuizen heten: centra voor geboorteplanning- en controle. Documentairemaakster Claire Simon maakte er een speelfilm over: "Dat moest wel, want ik had niemand vrijmoedig voor de camera gekregen. Op abortus rust in Frankrijk nog steeds een enorm taboe." De titel van haar film is dan ook zowel ironiserend als provocerend bedoeld: de hulpverleensters van de centra voor Familieplanning huizen hemelshoog in anonieme kantoren, als een soort beschermengelen. We spraken de filmmaakster na de première van haar film in Cannes.
Ter gelegenheid van de herdenking van mei ’68 werd het weer gememoreerd: het Manifest van de 343 sletten (‘salopes’), dat de Franse krant Le Nouvel Observateur 5 april 1971 publiceerde en waarin bekende vrouwen als Catherie Deneuve, Simone de Beauvoir, Marguerite Duras en Jeanne Moreau er openlijk voor uitkwamen dat ze weleens een abortus hadden laten plegen. Het was een belangrijke doorbraak in de acceptatie van abortus. Een paar jaar later spraken minstens evenveel artsen zich in een vergelijkbaar manifest voor de legalisering van abortus uit, die in 1974 een feit werd. In Nederland zou dat trouwens nog bijna tien jaar duren. En nu is er veertig jaar later uw film. Heeft het een met het ander te maken? les bureaux de dieu is eigenlijk een film over de hedendaagse positie van vrouwen. Natuurlijk is er de afgelopen veertig jaar veel veranderd. Meisjes en jonge vrouwen krijgen seksuele voorlichting op school. De seksuele revolutie heeft veel gebracht. Maar wat ontbreekt is een echt bewustzijn van hun eigen lichaam. Ze gaan de vraag uit de weg hoe ze hun leven moeten inrichten rondom kwesties als seksualiteit, geboorte en gezinsplanning. Ze hebben de vrijheid om de pil te nemen of een abortus te laten plegen. Maar ze hebben eigenlijk geen antwoord op de fundamentele vraag of ze nu of later überhaupt wel kinderen willen. Wat ik heb willen laten zien is dat vrouwen op jonge leeftijd soms beslissingen moeten nemen die van invloed op hun hele leven zijn. Dat is niet zo eenvoudig. Wat dat betreft zou je kunnen zeggen dat les bureaux de dieu gaat over de relatie tussen vrouwen en hun lot.
Wat ik wel van de ‘343 salopes’ heb overgenomen, is dat het helpt om bekende namen aan zo’n project te verbinden. Het feit dat de hulpverleensters worden gespeeld door bekende actrices als Nathalie Baye, Nicole Garcia en Beatrice Dalle helpt misschien bij de acceptatie van het thema.
Ook actrice en filmmaakster Marceline Loridan-Ivens, weduwe van documentairemaker Joris Ivens, heeft een rol in de film. Zij is meer een generatiegenote van Simone de Beauvoir. Ik hou van haar. In de centra werken ook vaak oudere vrouwen, activistes van het eerste uur. Haar aanwezigheid in de film is een hommage aan haar levendigheid.
U laat uw personages ook boeken lezen van bekende feministes en denkers als Simone de Beauvoir en Simone Weill en Nicole Garcia speelt ’s avonds Andromache van Racine. Ook dat is een hommage aan grote strijdsters. Dat Isabelle Carré de parlementstoespraak van Simone Weill voorleest met betrekking tot de abortuswetgeving laat zien dat er sindsdien veel veranderd is met betrekking tot geboorteplanning, abortus en anticonceptie, maar ook dat het nog steeds behelpen is.
Waarom koos u er eigenlijk voor om een speelfilm over het onderwerp te maken en geen documentaire? Je kan over dit onderwerp geen documentaire maken. Men zou niet bereid zijn om vrijmoedig over abortus te praten voor de camera. Daar rust in Frankrijk nog steeds een enorm taboe op. Maar er is nog een andere reden om dat niet te doen. In een documentaire zouden deze vrouwen al snel als probleemgevallen worden neergezet, terwijl je je daar nog flink in kan vergissen. Ik heb heel veel research gedaan voor deze film en zo ontmoette ik bijvoorbeeld een vrouw die je misschien als iemand uit de marge van de maatschappij zou omschrijven. Maar zij bleek een volbloed bourgeoisie. Het allerbelangrijkste is dat ik geïnteresseerd was in de ‘l’écoute’, het luisteren. Een praatfilm waarin niet de echte personen aan het woord zijn, zou filmisch niet erg interessant worden. Terwijl ik als buitenstaander juist door de gesprekken tussen de vrouwen en de hulpverleensters geraakt werd. Dat luisteren vond ik filmisch buitengewoon interessant. Ze helpen om verborgen verhalen aan de oppervlakte te brengen. Daarin zitten bepaalde overeenkomsten met wat ik als filmmaakster doe.
De film begint als een documentaire en eindigt meer als een speelfilm, en tegelijkertijd is er nog een andere ontwikkeling zichtbaar: U begint met jonge meiden en eindigt met een oudere vrouw, voor wie de abortus ook het afsnijden van de laatste kans om een kind te krijgen is. Die laatste vrouw staat voor alle vrouwen en vrouwbeelden die we kennen: madonna, hoer, moeder, grootmoeder. In de leeftijdsopbouw van de film worden al die stadia uit een vrouwenleven weerspiegeld. Ik laat de vrouwen steeds ouder worden, terwijl de hulpverleensters steeds jonger worden. Dat is misschien een wat abstracte constructie, maar hij geeft wel de verschillende fasen in een vrouwenleven aan.
Dana Linssen