Thuiskijken: Crouching Tiger: Sword of Destiny

  • Datum 09-03-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Eind februari ging het vervolg op Crouching Tiger Hidden Dragon op de 75 miljoen televisies en iPads van Netflix abonnees in première. Crouching Tiger: Sword of Destiny is een los vervolg op de klassieker van Ang Lee uit 2000 die vier Oscar won en de boeken in ging als de bekendste Wuxia film uit de geschiedenis.

Er waren puristen die klaagden dat Ang Lee niets van het nobele genre van de zwaardvechtfilm had begrepen, en veels te veel tijd besteedde aan gekwelde blikken en veels te weinig aan gevechten. Hij had de Wuxia verwestert, was het verwijt. Nu is dat helemaal waar, maar dat doet niets af aan de serene schoonheid van zijn film. En: ik zag nog nooit eerder een vechtfilm met zo’n daverend emotionele climax.

De lat voor het vervolg ligt dus torenhoog. De naam van de regisseur belooft veel goeds: Yuen Woo-Ping is ’s wereld beroemdste actie-choreograaf, die Hollywood de schoonheid van het vechtballet leerde in The Matrix en Kill Bill. Als regisseur is hij op zijn best in klassieke kung fu films als Drunken Master, Iron Monkey of Legend of the Fist waar het draait om gevechten zo inventief, snel, strak, fris of bruut mogelijk over ter brengen. Vechten als feest.

In Sword of Destiny wordt dan ook veel meer gestreden dan in zijn voorganger. In het bos, op het ijs, en zwevend door de lucht; man tot man, vrouw tot vrouw, en man tot vrouw. Iedereen is op zoek naar het magische groene lotsbestemmingszwaard. Een snoodaard wil met het wapen heersen ‘over de krijgswereld’, maar vindt tegenover zich zij die kiezen voor de juist weg, het IJzeren Pad. Deze underdogs worden aangevoerd door Michelle Yeoh, de beeldschone grand dame van de Hong Kong actiecinema en ster uit het origineel.

Jammer genoeg wil de film meer zijn dan een groots en mythisch vechtballet. Opzichtig streeft hij naar de gravitas, mysterie en romantiek van zijn naamgever. Helaas is het belangrijkste middel daarvoor een tandglazuurtergende score. Nooit houden de violen op te schmieren: niet tijdens de actiescènes en zelfs niet tijdens belangrijke flashback onthullingen (eigenlijk was jouw vader mijn vader!). Ze ontdoen ieder moment van impact.

Ook storend is de look. De zon schijnt door opzichtige kleurenfilters op kleurrijke landschappen die voor de ene helft bestaan uit Nieuw Zeeland en de andere helft uit CGI. Michelle Yeoh loopt hier een beetje beduusd rond en praat ook nog eens Engels (gelukkig kun je in Netflix zelf de taal kiezen maar ironisch genoeg is hier de Chinese versie de nagesynchroniseerde).

Maar grootmeester Yuen Woo-Ping laat zich niet nasynchroniseren. Hij wordt bijgestaan door een andere Hong Kong icoon: Donnie Yen. De introductie van Donnie’s rafelige bende goedhartige bandieten die een sjofele taveerne aan gort meppen swingt als klassieke kung fu. Er zijn meer mooi bedachte gevechten, tussen wankel porselein en op brekende ijsschotsen. Ze zijn een schrale troost en overduidelijk bewijs dat we de oorzaak van dit falen niet in het Oosten maar in het Westen moeten zoeken.

Rik Herder