Bent Hamer over O’HORTEN
Een nieuw leven in wandelen
Met o’horten heeft de Noorse regisseur Bent Hamer (1956) een tragikomedie gemaakt die onmiskenbaar Scandinavisch van toon is. Het is onmogelijk bij de film niet te denken aan het werk van bijvoorbeeld Aki Kaurismäki (Finland) of Roy Andersson (Zweden). Wat gebeurt daar toch met de mens, in de buurt van de poolcirkel? De Filmkrant sprak met Hamer op het festival van Cannes.
Voelt u zich verwant met regisseurs als Aki Kaurismäki of Roy Andersson? Op een zekere manier wel, ja. Ik ben door hen beïnvloed. Maar ook door anderen. Het blijft altijd een lastige vraag. Toen ik begon met het maken van korte films, begon ik gewoon met het maken van films. Ik dacht daar verder niet te veel over na.
In de art direction hebben jullie alle drie een zekere soberheid. En er is altijd iets van nostalgie. Melancholie. Ja, daar heb ik een grote portie van in mijn lijf zitten. Natuurlijk heeft Scandinavië een grote invloed op ons. Een groot gedeelte van het jaar is het donker als je wakker wordt. En het is donker als je van het werk weer naar huis rijdt. Natuurlijk doet dat iets met je. Daar word je melancholisch van. Dat zorgt voor een bepaald gevoel voor humor, een bepaalde kijk op het leven. Uiteindelijk leven alle Scandinaviërs in de ‘wodka-belt’, waar Aki Kaurismäki het centrum van is. Want laten we eerlijk zijn, drinken doen alle Scandinaviërs. De meesten dan. Al is het niet erg professioneel. Alles wordt in één keer naar binnen gegoten. We zouden wat meer tijd moeten nemen, wat meer tijd om te drinken. Maar het verandert langzaam. Meer en meer leren wij ons een Europese manier van drinken aan.
Het heeft natuurlijk ook met verveling te maken. Is er een verband met de rijkdom, zeker van Noorwegen? Dat zou wel treurig zijn. Maar als je in een oorlogsgebied woont, is dat waar je je mee bezighoudt. Dan is dat het enige wat telt. In ons land zijn andere zaken belangrijk. Waar het mij om gaat is dat we uiteindelijk allemaal mensen zijn.
Horten lijkt een speciaal talent te hebben om overal te laat te komen. In zoverre dat hij leefde naar de klok. De dienstregeling was voor hem als treinmachinist een ijzeren wet. En nu begint hij aan een geheel nieuw leven. Dat is overigens ook de vertaling van de Franse titel: ‘Het nieuwe leven van Horten’. Dat is eigenlijk wel goed, die titel. Het helpt de film.
Heeft u ooit mensen ontmoet die zo bezeten van treinen zijn als de mannen in uw film? Ja. Dat was een interessant gedeelte van het maken van de film: de planning. We hadden contact opgenomen met de Spoorwegen. Bij elke vergadering zaten er weer tien anderen aan tafel. Nadat ze eindelijk hadden besloten mee te werken waren ze ook zeer behulpzaam. Zo zijn we terecht gekomen bij de mensen op de werkvloer. De helft van de acteurs, of zelfs meer dan de helft, was echt machinist. Een van hen, hij schaamde zich er een beetje voor, vertelde me dat hij een geluidsrecorder in zijn mobiele telefoon had zitten. Op de eerste rit met een nieuwe trein heeft hij zijn arm uit het raam gehouden om zo het geluid op te nemen. Hij wilde weten hoe het van buiten klonk, die nieuwe trein. Hij bekende dat op één van de gezamenlijke ontmoetingen. Iedereen lag natuurlijk in een deuk.
Er zit een opvallende naam tussen de cast. Uw zoon. Ja, hij speelt het jochie met de drums. Hij was de hardste onderhandelaar van allemaal. En hij is nog steeds bezig. Hij wilde natuurlijk een enorm salaris. Daar bovenop een Xbox en een hele stapel games. Voetbal is het enige wat hem interesseert. Film zegt hem helemaal niks. Maar ik wist dat hij het kon en het bespaarde mij een castingsessie met 2000 kinderen.
U heeft hiervoor factotum gemaakt, naar het werk van Bukowski. Ziet u een verband tussen Bukowski en Horten? Zeker…
Welk verband? [Na een lange stilte] Uiteindelijk zijn alle mensen eenzaam. Hoewel er meer is dat ons mensen bindt dan dat ons scheidt, zijn we toch altijd eenzaam. Dat is wat ik altijd probeer te laten zien. Op mijn eigen manier.
Wat is die eigen manier? Ik probeer er altijd een zekere warmte in te brengen. Niet te veel. Niet meer dan authentiek of geloofwaardig is. Maar je kunt op zo veel verschillende manieren naar het leven van een mens kijken. Ik doe dat het liefst met een zeker mededogen. En ik doe dat het liefst door naar iemand te kijken. Dat is voor mij de manier om dichterbij een personage te komen. Door te kijken hoe hij zich in bepaalde situaties gedraagt. Zo begin ik meestal ook als ik schrijf, met situaties.
Bent u een perfectionist? Zo voel ik mij niet, Ik denk dat ik open sta tijdens het draaien, maar ik weet wel goed wat ik wil bij elk shot. Of ik weet op zijn minst wat ik niet wil. Maar ik hoop dat ik geen control freak ben. Of op zijn minst een sympathieke. Een film is toch teamwerk. Als mensen een goed idee hebben, een idee dat beter is dan van mijzelf, dan zeg ik natuurlijk; dank u wel. Dan maakt het niet uit van wie dat idee afkomstig is. Al is het van de cateraar.
Gaat u na factotum nog in films in de VS draaien, of voelt u zich toch comfortabeler in Noorwegen? Ik sta ervoor open. Er zijn veel acteurs waar ik nog wel eens mee zou willen werken. Maar ik hoef niet zo nodig. Ik heb een goede agent, een grote, waar ik vaak de grootste lol mee heb. Telkens weer vraag ik hem geen scripts meer op te sturen. Hij heeft mij behoorlijk wat gestuurd en ik heb er ook een aantal gelezen. Maar die zijn meestal zo slecht.
Wat zoekt u dan? Geen idee. Dat is wat zij mij ook voortdurend vragen. Maar het is zo moeilijk om daar een antwoord op te geven. Waarschijnlijk ga ik zelf weer schrijven. Of zelf iets bewerken.
Jeroen Stout