Ruben Östlund over INVOLUNTARY

Kuddegedrag

  • Datum 23-02-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Ruben Östlund (foto Bram Belloni)

Vijf losse verhalen die laten zien hoe verstikkend groepsgedrag en het gehoorzamen aan de meerderheid kunnen zijn: involuntary, het debuut van de jonge Zweedse regisseur Ruben Östlund, ontsluiert een al te menselijke zwakte.

U studeerde aan de Filmacademie van de Universiteit van Göteborg — toch niet de minste — maar u leerde het vak met het maken van skifilms. Is dat normaal? Ik was een fanatieke skiër toen ik jong was. Vijf jaar lang ben ik elk jaar een paar maanden naar de Alpen gegaan om te skiën. Toen ik wat ouder was, ben ik begonnen bij een klein productiebedrijf in Göteborg dat skifilms maakte. Ik heb daar drie skifilms gemaakt die me elk een jaar hebben gekost en daarna heb ik me aangemeld bij de Filmschool. Trouwens, ik ben toegelaten tot de Filmacademie met een van die drie skifilms.

U maakte met involuntary een film over groepsgedrag, wat een complex onderwerp is om goed te verfilmen. Waarom fascineert het u? Een van de meest fascinerende dingen van de mens is dat we groepsdieren zijn. Die groep is iets waar we elke dag mee om moeten gaan. Mijn moeder was een socialist en ze heeft me altijd de mooie, de positieve kanten van de groep bijgebracht. Ze vertelde over de dingen die mensen samen konden bereiken. Dus ik had een vrij romantisch beeld van groepsgedrag. Maar toen ik ouder werd, kreeg ik steeds meer interesse in de negatieve, donkere kanten. Voor de verstikkende invloed die de groep op het individu kan hebben.

Nou kennen we allemaal het extreme kuddegedrag dat heeft geleid tot autoritaire verschrikkingen en we kennen ook de krantenberichten over jongens die zich onder groepsdruk misdragen. Toch besloot u niet dat extreme groepsgedrag te gebruiken maar om het subtieler te doen. Ik was wel geïnteresseerd in die historische excessen en ze hebben me zeker beïnvloed toen ik me voorbereidde op de film. Maar ik wilde dat de film herkenbaar was en daarvoor moest ik dat kuddegedrag terugbrengen tot een alledaags niveau. Want het is hetzelfde mechanisme dat de actrice in de bus doet verhinderen naar voren te stappen en te bekennen wat ze heeft gedaan dat de aanleiding is voor extremer groepsgedrag. Namelijk de angst voor kritiek, de angst om je te onderscheiden en de angst om niet meer mee te mogen doen. Ik wilde dat toeschouwers zich gingen verplaatsen in de film, en zichzelf zouden afvragen hoe zij zich zouden gedragen. Om dat te laten werken had ik alledaagse situaties nodig.

Wat zijn de reacties van het publiek? De Zweden en Noren herkennen zich het best in de verhalen omdat er een soort Scandinavisch, afstandelijk gedrag in zit. Maar de Fransen zeiden dat ze zich nooit zo afwachtend zouden opstellen wanneer een buschauffeur de bus stop zet omdat er iets vernield is. Die hadden hem doodgeslagen, zeiden ze. Dus die hebben duidelijk een sterk gevoel van burgermoed, van ‘civil courage’. [lachend] Maar de rest van Europa kan zich denk ik wel vinden in mijn verhalen.

In het verhaal over de vrienden die het chalet afhuren dachten de Fransen ook dat alle mannen homo zijn. [Lacht] Ja, die hebben duidelijk een andere sensitiviteit. Want dat gedrag van die groep mannen hoort in mijn ervaring helemaal bij mannelijke teamsporten. Alleen, hoe normaal het ook is, het gaat wel om extreem gedrag. Toen ik vroeger ging skiën, zaten we met een man of tien bovenop elkaar. Bij ons waren seksueel getinte grappen heel gewoon. En dan heb ik het niet alleen over woorden. En dat boeit me dus: dat hoe extremer het gedrag wordt, hoe hechter de vriendschap in de groep. Omdat je waarden deelt die voor iemand buiten de groep vreemd zijn. Als je over mensen leest die lid zijn geweest van neonazigroepen hoor je altijd hoe hecht de vriendschap wel niet was. Oké, de waarden gingen wat ver, maar de vriendschap was super. Extremisme maakt een groep hechter. Dat is de reden dat mensen zich daartoe aangetrokken voelen.

Ronald Rovers