FilmSlot: De toekomst van de Nederlandse filmtheaters
Als filmtheaters gaan samenwerken op het gebied van programmering en marketing, hebben de programmeurs meer tijd over om het filmtheater weer betekenisvol te maken voor de lokale bewoners. Om de komende twintig jaar te overleven moeten filmtheaters verankeren in de directe omgeving, vindt Géke Roelink, directeur van Filmhuis Den Haag.
Door Géke Roelink
De bewoners van Starship Enterprise togen in Star Trek: The Next Generation (1987) naar het Holodeck om zich te verpozen tijdens hun eindeloze ruimtereizen. Daar konden ze zich vermaken in een natuurgetrouwe virtuele wereld naar keuze, met ongelimiteerde mogelijkheden en desgewenst een onvoorspelbaar verloop. Een sportwedstrijd, riddertoernooi, Siciliaanse bruiloft, oerwoud, het Wilde Westen, de eigen jeugd of levensechte exercities om aankomende vraagstukken door te nemen, alles was mogelijk.
In een van de afleveringen van Star Trek vraagt een jonge bewoner van het ruimteschip waarmee mensen zich vóór het Holodeck vermaakten. Als antwoord wordt op het Holodeck een ouderwets filmavondje in een theater gecreëerd. De ruimteschipbewoners geloven hun ogen niet: anderhalf uur kijken naar een plat vlak met geprojecteerde beelden, dat kan toch geen vermaak zijn? Er wordt gegiecheld en gegrinnikt.
Veel van de mogelijkheden van Star Trek zijn of worden werkelijkheid. De makers hadden overduidelijk hun oor te luisteren gelegd bij wetenschappers en technische bollebozen, maar zoiets als een Holodeck is er nog niet. Een kwestie van tijd vermoed ik, een aantal videogames benadert de ervaring ervan in hoge mate. Maar mocht het Holodeck werkelijkheid worden, dan is het maar zeer de vraag of filmtheaters zo in de vergetelheid zullen raken als de makers van Star Trek ons doen geloven. Ik geloof er eigenlijk niets van.
Gelijkgestemden
Filmtheaters werden ooit opgericht als plaatsen waar films vertoond werden die nergens anders te zien waren. In die zin zijn ze al lang niet meer uniek. Tegenwoordig kun je het overgrote deel van de vertoonde films wel ergens downloaden en op je smartphone bekijken, en ook nog eens waar en wanneer je maar wilt.
Het bezoek aan de filmtheaters lijdt daar niet onder. Dat komt ook omdat bij de Star Trek-variant van het filmbezoek een paar cruciale onderdelen niet zijn meegenomen: de ontmoetingen met gelijkgestemden in het filmcafé, de inleidingen van het Filmkrant-team, het eigenzinnige retrospectief van die ene programmeur en de ronddartelende schoolklassen die zojuist zelf een sciencefictionfilmpje hebben geknutseld, om maar eens wat te noemen. En last but not least: de omgeving, maar — toegegeven — dat is ook wat lastig in de ruimte.
Ontmoeting
Eigentijdse filmtheaters, zo werd onlangs nog eens onderstreept op het congres van Europa Cinemas, het netwerk voor Europese filmtheaters, zijn er niet enkel voor filmvertoning. Het zijn locaties voor ontmoeting, verdieping én filmvertoning. Drie zaken ontbreken wat mij betreft voor een succesvolle toekomst: 1. horeca, 2. inspirerend aanbod en (daaraan gerelateerd) 3. verankering in de (lokale) samenleving. Allemaal cruciaal voor de continuïteit van de filmtheaters, maar vooral dat laatste impliceert een stevige accentverschuiving in de functie van de theaters en hun aanbod.
Steeds vaker worden de theaters om andere reden dan filmvertoning bezocht. In Filmhuis Den Haag, en ook in vele andere filmtheaters, is er horeca waar eenieder van negen uur ’s ochtends tot ’s avonds laat van harte welkom is. Je kan er filmrecensies, kranten en tijdschriften lezen, werken (gratis wifi), vergaderen, of om andere redenen aangenaam vertoeven. Er wordt ontbijt, lunch en diner geserveerd en je kunt er goed borrelen. Uiteraard wordt de filmgeschiedenis levend gehouden en wordt het neusje van de zalm vertoond. Regelmatig wordt een film ingeleid, is er een lezing, educatief programma of een Q&A. Met als vertrekpunt ‘cultureel ondernemerschap’ en ‘meer en nieuw publiek voor de film’ wordt er voldaan aan alle voorwaarden voor een optimale en complete filmbeleving. En zo blijft filmkijken in het filmtheater een aantrekkelijk alternatief voor het downloaden van films.
Winst
Maar is dat genoeg? Is de continuïteit van de filmtheaters op die manier voldoende gegarandeerd voor zeg tien, twintig jaar? En zou de focus op de programmering van de (inter)nationale arthousefilm, cultureel ondernemerschap en bezoekersaantallen niet zomaar opeens een direct gevaar kunnen vormen voor het bestaansrecht van de filmtheaters? Hoe makkelijk is het om winstmaximalisatie voorrang te geven aan het vaak veel duurdere ‘betekenisvol’ zijn? En hoe makkelijk is het dan niet voor de subsidiegever om te zeggen dat theaters direct concurreren met hun commerciële collega’s en hun recht op subsidie verspelen?
Makkelijk, zou ik zeggen, en daarom pleit ik voor een fundamentele omkering van de uitgangspunten. Niet denken vanuit geld en aantallen maar vanuit de betekenis die de theaters kunnen hebben in hun directe omgeving. Winst in de vorm van belang en niet in de vorm van geld.
Nu blijkt dat globalisering tot gevolg heeft dat regio’s, steden en dorpen belangrijkere referenties voor ons worden dan Nederland of Europa, is het niet meer dan logisch dat er in de theaters meer aandacht komt voor de directe omgeving.
Naast de vanzelfsprekende internationale arthousefilms en het tonen van de filmgeschiedenis — met alle randprogramma’s om hiervoor het publiek op de been te krijgen — zouden filmtheaters een substantiële lijn in het programma kunnen ontwikkelen voor publiek en instellingen in de directe omgeving. Aanbod dat alleen in goede aarde valt op en rondom de specifieke locatie waar het theater gevestigd is. Dus, in plaats van het ontwikkelen van een speciaal programma om publiek te trekken, aanbod ontwikkelen om daadwerkelijk betekenisvol te zijn voor en in de directe omgeving.
Publiek betrekken
Verankeren in de omgeving betekent dat filmtheaters moeten weten wat er leeft, welke instellingen er zijn waarmee kan worden samengewerkt, welke vraagstukken er leven, welke problemen zouden kunnen worden geagendeerd in hun vestigingsplaats. Het is een maatschappelijk uitgangspunt en het initiatief ligt in zekere zin ook bij het publiek.
Het filmtheater dat zowel duidt als verdiept, en zowel faciliteert als hulp biedt om — dit is cruciaal — doelstellingen van anderen te realiseren. Het is denkbaar dat een filmtheater aandacht besteedt aan disfunctionele gezinnen of uitkomst biedt bij andere maatschappelijke problematiek. Het is denkbaar dat het filmtheater een brandpunt wordt in lokale politieke kwesties of een onontbeerlijke rol speelt in de aanpak van jeugdwerkloosheid. Naast de onmiskenbare taak om films en filmgeschiedenis als kunst te presenteren en naast aanbod dat voortkomt uit de individuele creativiteit van die ene programmeur (heel belangrijk!), wordt film ingezet als middel om te duiden, te faciliteren, te verdiepen en concrete hulp te bieden.
Communities
Om een aantal voorbeelden uit mijn eigen praktijk te geven. In Filmhuis Den Haag is er een intensieve verbintenis opgestart met het in De Residentie gevestigde Montesquieu Instituut, een multidisciplinair onderzoeks- en onderwijsinstituut op het snijvlak van democratie, politiek en parlementaire besluitvorming in Nederland en Europa. Samen met dit instituut streven we ernaar om de beschikbare kennis op dit terrein middels film binnen handbereik te brengen. Maar ook voor specifieke groepen in het Haagse worden evenementen op maat gemaakt. Er zijn speciale vertoningen voor en met Haagse skateboarders en met in Den Haag in overvloed gevestigde ambassades. Met het Haagse Filmatelier zijn er bijeenkomsten waar de filmarchieven van Haagse collecties gepresenteerd worden en voor Haagse filmmakers en studenten van The Hague Campus van de Universiteit Leiden organiseren we een specifieke filmclub. Bij de laatste gaat Filmhuis naar verwachting als een soort van studentenvereniging fungeren die in Den Haag, geen universiteitsstad van oudsher, ontbreekt. Het is een feit dat Filmhuis Den Haag gezegend is met een gemeentebestuur dat bijdraagt aan de mogelijkheid om dit soort programma’s te ontwikkelen, en gelukkig zie je ook in andere theaters dat de samenwerking met allerhande lokale instellingen, waaronder niet op de laatste plaats de scholen in de buurt, steeds verder uitgebouwd wordt.
Aanbod voor specifieke groepen of communities in de vorm van filmclubs. (Naar analogie van de Amsterdamse De Balie snak ik naar de oprichting van de filmjunkies-club). ‘U vraagt wij draaien’, maar wel met de expertise van de programmeurs en andere medewerkers van de theaters. Want juist de expertise in de theaters is onmisbaar om daadwerkelijk betekenisvol te zijn.
Eigenzinnig
De grote vraag is hoe kunnen theaters deze arbeidsintensieve rol uitbouwen in tijden dat de werkdruk hoog is en cultureel-ondernemerschap noodzakelijk is. In tijden waar bezoekersaantallen een van de belangrijkste criteria zijn om het succes van culturele instellingen aan af te meten. Terwijl de lokale verankering en unieke programmering juist gaat over kwaliteit en betekenis geven aan soms weinig glamoureuze zaken of zaken die soms maar voor een klein publiek interessant zijn. Hoeveel makkelijker is het niet om succesvolle cross-over titel door te draaien dan een op maat gemaakt programma voor Marokkaanse meisjes of een eigenzinnig programma over die ene film die in de ogen van een programmeur onontbeerlijk is om gelukkig te zijn?
Distributietitels
Het zal inderdaad niet makkelijk zijn om de gewenste verankering goed vorm te geven en vereist een lange adem en volhardend opereren. Zeker nu Melle Daamen luidruchtig heeft geopperd vaderlandse kunstsectoren als dans en film voortaan uit het buitenland in te vliegen.
Maar effectiviteit van de theaters in de zin van betekenisvol in mensenlevens en onze samenleving is wel hetgeen waar het in de theaters (trouwens in alle kunsten) om zou moeten draaien. Blijven uitleggen dat de aantallen niet de enige maatstaf zijn om instellingen te beoordelen. Blijven vertellen en vooral laten zien waar de merites van de theaters in zitten en blijven tonen welke rol ze in de (lokale) samenleving vervullen. Dit alles maakt het overigens extra urgent om transparant te zijn over investering en rendement, en nog kritischer te kijken naar efficiëntie van de filmtheaters.
En dat kan. Want even consequent als vanzelfsprekend vertonen alle filmtheaters veelal dezelfde prachtige films: Lore, La grande bellezza, Ne me quitte pas, Nymphomaniac, et cetera. Het overgrote deel van het programma van de theaters bestaat echter uit films die een beperkt aantal filmdistributeurs aankoopt voor distributie in Nederland. Daarmee wordt het aanbod in de filmtheaters bepaald door wat distributeurs uitbrengen. Gezamenlijke aankoop, onderlinge uitwisseling en afstemming zouden bijdragen aan hetzelfde resultaat met inzet van minder middelen. Deze programmering kan immers relatief makkelijk door een handvol ingewijden voor het hele land gerealiseerd worden.
Naast het Holodeck
In zijn opiniestuk stelt Daamen dat cultureel Nederland met minder programmeurs toe kan. Dat geldt zeker niet voor de filmtheaters. De vrijgekomen uren zijn noodzakelijk om de dialoog met publieksgroepen aan te gaan, subversieve of eigenzinnige programma’s te ontwikkelen en aanbod op maat vanuit specifieke expertise of creativiteit. Voor en met groepen en instellingen in de directe omgeving, of voor een groepje fijnproevers. Taken die nu veel te vaak blijven liggen.
Het is niet meer dan vanzelfsprekend (en ook onderschreven door een aantal grote filmtheaters) dat er meer samengewerkt kan worden als het gaat om zaken die voor een groot deel van de theaters gelijk zijn. Dat levert tijd en geld op. Gezamenlijke inkoop van premièrefilms, retrospectieven of klassiekerreeksen, een aantal Nederlandse films dat door de theaters gezamenlijk voor het voetlicht wordt gebracht en gezamenlijk ontwikkeld educatief aanbod. Maar ook op het gebied van marketing, profilering of inkoop voor horeca en andere faciliteiten, is er winst te behalen.
Een andere verdeling van aandacht voor aanbod en evident oog voor de verankering in de samenleving, kan resulteren in toegevoegde waarde voor de lokale gemeenschap. Maar nog belangrijker: filmtheaters kunnen hun betekenis en uniciteit in de huidige samenleving op deze wijze vergroten en er zo voor zorgen dat het vanzelfsprekend is dat er naast een Holodeck een fijnmazige infrastructuur bestaat van filmtheaters, een infrastructuur die in ieders ogen onontbeerlijk is.
Of laten we ons verdringen door ongebreidelde fixatie op getallen en Grand Theft Auto’s op het Holodeck?