Shell
Lege tank
De 17-jarige Shell leidt een geïsoleerd leven in een Schots tankstation, omringd door eindeloze wegen waar Shell nauwelijks gebruik van maakt.
De wind waait onophoudelijk rond een aftandse benzinepomp in de verlaten Schotse Hooglanden, waar de zeventienjarige Shell haar dagen slijt met het vullen van de tanks van net zo eenzame chauffeurs. Het contrast tussen haar leven en het omringende landschap kan niet groter zijn: opgesloten in een benauwd huis samen met haar zwijgzame, epileptische vader maar omringd door een weids landschap met eindeloze wegen waar zijzelf echter zelden op te vinden zijn. Het debuut Shell oogt als een minimalistisch drama die de tijd neemt voor elk shot, maar elke scène is ook bezwangerd van symboliek en tragiek. Zo is de sloopauto die haar vader probeert te repareren, net zo onherstelbaar beschadigd als zijn eigen leven. Ook het hert dat is doodgereden en in de vriezer belandt, komt telkens terug als visueel metafoor voor de uitzichtloze toestand waarin ze zich bevinden. Zelfs de naam van de in zichzelf gekeerde Shell spreekt boekdelen.
Bijna ondraaglijk zijn de sombere, seksueel getinte handelingen tussen vader en dochter, die vooral lijken te gebeuren om de eenzaamheid te verdrijven nadat Shells moeder om onverklaarbare redenen is vertrokken. Elk schaars mannelijk bezoek leidt in deze film tot een mislukte toenaderingspoging, zoals door de aardige, gescheiden man die op doorreis naar zijn kinderen een spijkerbroek voor Shell koopt in de hoop dat ze hem eens omhelst. De sluipende misère neemt uiteindelijk wat te veel de overhand, waarbij het grootste drama vlak voor het einde wordt bewaard. Het spel van de debuterende Chloe Pirrie als Shell (winnaar British Independent Film Awards) en het prachtige camerawerk maken veel goed, en geven Shell samen een vreemd soort glans.
Mariska Graveland