Redactioneel – 6 mei 2013

  • Datum 06-05-2013
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Opeens zit je middenin een nieuwsbericht. Afgelopen maand bezocht ik als lid van de FIPRESCI-jury van de internationale filmkritiek het Filmfestival Istanbul. De avond voor mijn vertrek hoorde ik dat medejurylid Berke Göl was gearresteerd tijdens een demonstratie tegen de sloop van het historische Emek-theater, het voormalige centrum van het festival. Het protest, in een drukke winkelstraat in de wijk Beyoglu, was dusdanig uit de hand gelopen dat de politie de demonstranten met traangas en waterkanonnen uit elkaar had gedreven. Althans dat was de officiële lezing. Aanwezigen vertelden hoe de politie hen met veel vertoon stond op te wachten. Misschien niet helemaal voorbereid op het feit dat ook op het festival aanwezige filmmakers als Costa-Gavras, Mike Newell en Marco Bechis zich bij het protest zouden voegen. Wat volgde was een sterk staaltje doofpottactiek. Berke werd de volgende dag weer vrijgelaten. De aanklacht werd ingetrokken. Maar na het festival werd bekend dat hij alsnog moet voorkomen.
Het Emek-theater is een symbool voor de Turkse film. Niet alleen omdat generaties Turkse filmmakers er hun eerste films zagen of vertoonden. Maar ook omdat de Yesilçam-straat waar het is gevestigd synoniem is voor de Turkse filmindustrie. Yesilçam is voor Turken zoiets als Hollywood voor Amerikanen of Pinewood in Engeland (het betekent zelfs groene pijnboom): tot de jaren tachtig waren hier filmstudio’s en productiebedrijven gevestigd en woonden acteurs en filmmakers in de omringende huizen. Maar ook iemand als Nuri Bilge Ceyland (Uzak, Once Upon a Time in Anatolia) houdt er nog kantoor.
Wie een symbool afbreekt moet van goeden huize komen. Je hebt er meer voor nodig dan bulldozers en sloophamers.
De ironie van de situatie is, zo vertelden mijn Turkse collega’s, dat de opkomst van Yesilçam zich tegelijkertijd voltrok met het regime van Atatürk, de stichter van het moderne Turkije, die een radicale breuk met het Ottomaanse verleden voorstond.
Het Emek-protest is een roep om behoud. Maar zonder nostalgie. Het is het besef dat herinneringen soms een plek nodig hebben om te kunnen voortbestaan. Omdat ze eigenlijk meer zijn dan een symbool. Omdat plaats en herinnering vitaal met elkaar verbonden zijn.
Er zijn wereldwijd genoeg filmmakers die de cinema hebben omschreven als de kunst die herinneringen tot leven brengt, simpelweg door ze te belichten.
In Yesilçam is niet per se nog een winkelcentrum nodig, want er staat er al eentje naast het oude Emek-theater. Maar het gaat niet eens om die clash tussen geschiedenis en economie. Film heeft huizen nodig. Geen symbolen.

Dana Linssen

Geschreven door