World Wide Angle (NL) – 29 maart 2012

Veel koppen in het frame

  • Datum 29-03-2012
  • Auteur
  • Deel dit artikel

De Australische filmcriticus Adrian Martin schuimt het web af en becommentarieert opvallende discussies en tendensen rond filmmakers, in webzines en blogs. Deze maand de 51ste aflevering: ‘Veel koppen in het frame’.

Ik heb altijd al een symposium voor critici willen organiseren met de titel ‘Goed geregisseerd’ of, iets dapperder, ‘Slecht geregisseerd’. Critici zouden daar gedwongen worden om voluit te gaan, terwijl ze tot in het kleinste, monsterlijke detail concreet duidelijk zouden moeten maken waarom een bepaalde scène in een film die ze koesteren of vervloeken goed of slecht is.
Maar doen critici dat niet de hele tijd al? Dat lijkt maar zo. Wat de meeste schrijvers doen is hun onderbuikgevoel — dat vormeloze gevoel van plezier van behagen of onbehagen als gevolg van wat ze zien of horen — terugprojecteren op de film. Als het een slechte film is, dan moet die wel slecht geregisseerd zijn nietwaar? Of slecht geschreven, of slecht geacteerd, of slecht gemonteerd… of een combinatie van zulke oordelen.
Critici smijten zulke conclusies bij elkaar en sommige lijken te kloppen. Maar dat is pure mazzel, omdat veel van wat ze doen eigenlijk pure fictie is. Als regel hebben mensen die over film schrijven en nooit betrokken zijn geweest bij de totstandkoming ervan geen verstand van het ambacht — van het soort variabelen (praktisch zowel als esthetisch) waarmee filmmakers jongleren in zelfs het meest eenvoudige shot of de simpelste scène.
Doet dat ertoe? Niet altijd. De fictie is dat filmkritiek moeiteloos en soms fantastisch kan oordelen, zonder enige praktische kennis van het filmmaken. Maar vandaag is een relatief onbekend gebied in het genre van de filmkritiek de hernieuwde waardering — en beredenering — van goede en slechte regie.
Pas geleden zag ik eindelijk een film die door de meeste critici als zeer beroerd wordt beschouwd: M. Night Shyamalans The Happening (2008). Daar ben ik het mee eens. Maar om precies te zijn, ik denk dat ik een betrouwbare maat voor gammele regie heb gevonden die ik hier en bij andere films kan gebruiken: ik noem die het het ‘Veel koppen in Beeld-syndroom’.
Slechte regisseurs proppen altijd teveel koppen in een beeld. Met dat idee is op zich niks mis. Maar om het goéd te doen heb je beheersing en vaardigheid nodig. Veel koppen betekent veel acteurs en tenzij je de wisselende dramatische prestaties van deze spelers goed kunt laten samenkomen, kan het resultaat alle kanten op schieten.
Slechte films zorgen in het publiek vaak voor een groeiende hysterie. Dit is een fascinerend psycho-collectief fenomeen, dat voor zover ik weet nog nooit goed verklaard is. Ik weet trouwens wel dat als een film teveel koppen in het frame begint te proppen het gelach een orgiastische piek kan bereiken.
Zoiets gebeurt meer dan eens in de beroerde Australische gangsteradaptatie van Shakespeares Macbeth (2006). Steeds als er, middenin een of ander rammelend handcamera-shot, van die kleine groepjes criminelen of tienerheksen stilhouden in een groepspose — ondertussen de Bard als een machinegeweer erdoor ratelend — ontstaat meteen hysterie. Het lukt niet met een of twee acteurs in het frame. Maar drie of vier meer en het Goddelijke Mysterie van Slechte Cinema openbaart zich.
Natuurlijk heb je ook regisseurs die veel koppen in het frame uitstekend beheersen. Het vereist een nauwkeurige stilering, zoals Sofia Coppola voor elkaar kreeg in The Virgin Suicides (1999). Tim Burton is een meester van de visuele serie: een dozijn dezelfde creaturen op een rij, geholpen door digitale effecten. En dan heb je de werkelijke stamvader van deze techniek: Sergei Eisenstein, zoals in een kenmerkende compositie van Alexander Nevsky (1938): wat een schitterend oog had hij, om een voorwaartse lijn van drie koppen te scheiden van acht koppen op de achtergrond! Maar let op: Eisenstein had tenminste de tegenwoordigheid van geest om het beeld tot eenheid te smeden door al die koppen in dezelfde helmen te proppen.

Adrian Martin | vertaling Ronald Rovers

Geschreven door