Tate Taylor over The Help

'Personeel is geen stuk steen'

  • Datum 22-12-2011
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Kathryn Stockett, auteur van de bestseller The Help, en Tate Taylor, regisseur van de gelijknamige film over het leven van zwart dienstpersoneel in het Mississippi van de jaren 60, zijn jeugdvrienden. "We delen een gevoel voor humor."

Voor Kathryn Stockett ging het snel. Van een recordaantal afwijzingen voor een ‘onpubliceerbaar’ manuscript tot meer dan 2 miljoen verkochte exemplaren in twee jaar. "Het hielp me om zowel vernederingen als lof te relativeren", zei de schrijfster tijdens het festival van Deauville in Frankrijk. Zelf prijst ze Tate Taylor, haar jeugdvriend uit Jackson, Mississippi die ze carte blanche gaf als regisseur. Terwijl ze niet weinig trots is dat diens kleine onafhankelijke film door Michelle Obama ingeleid werd in het Witte Huis en verrassend de Amerikaanse box office veroverde. Toch is de tussen soap opera, komedie en melodrama laverende film geen flauw doorslagje van het boek. Dat heeft volgens de filmmaker alles te maken met het verschil tussen literatuur en cinema. En met keuzes. Taylor: "The Help wilden we eenvoudig en traditioneel houden, maar we vermeden romantische clichés en fletse kleuren. Het moest hevig en levendig ogen".

Kathryn Stockett schrijft in haar nawoord dat het ook bij niemand in haar familie opkwam om aan dienstpersoneel te vragen "hoe het voelde om zwart te zijn in Mississippi en te werken voor onze blanke familie". Geeft het Amerikaanse succes van boek en film aan dat die vragen nu wél gesteld worden? Regisseur Tate Taylor: De populariteit van boek en film betekent volgens mij niet dat mensen nu pas geïnteresseerd zijn in de levens van zwarte mensen. Die omslag vond al veel vroeger plaats. Het succes is verbonden met het gevoel van empowerment dat lezers en kijkers voelen bij het zien van gewone mensen — geen superhelden, burgerrechtenleiders of politici — die een moedige stap zetten door zichzelf de kracht te geven om te praten en het eigen leven te veranderen. Het is zelfs niet belangrijk dat Aibileen en Minny zwart zijn, ze hadden willekeurig welke gewone vrouwen die hun bestaan in handen nemen kunnen zijn. Naast die zelfredzaamheid spreekt ook het unieke karakter van de personages mensen aan. Personages zoals Aibileen en Minny staan doorgaans in dienst van blanken maar hier zijn ze zelf de hoofdpersonages. We zagen hen al vaak in de keuken maar nooit in bad, mijmerend over wat het betekent om een vrouw te zijn. Daarom plaatste ik die scène in het begin van de film. Het zet mensen aan om, los van de raciale kwestie, na te denken over personeel. Hoe vaak stap je niet in een taxi en raak je met een vriend verwikkeld in een discussie waarvan je geen getuigen wenst, terwijl je denkt dat de chauffeur een stuk steen is waar je niet moet op letten? Dan doe je alsof hij niet menselijk is. The Help wijst er ons op dat het gaat om mensen.

Het boek heeft meerdere vertellers. Dat paste je aan. Het was niet moeilijk om te bepalen wie het verhaal zou vertellen, Aibileens verhaal sprong er echt wel uit. Het mooie was dat ik de rechten van het boek al had voor Katherine over een uitgever beschikte. Ik begon aan de adaptatie van een niet uit te geven manuscript zonder enig perspectief dat het ooit de winkelrekken zou halen. Ik stond dus niet onder druk van een studio of een Hollywood-denktank en hun ‘je moet dít opnemen of mensen uit die regio zullen kwaad zijn’. Er waren ook nog geen fans met een eigen kijk op het boek. Daardoor kon ik mijn eigen keuzes doorvoeren. Toen het boek een hit werd kon ik makkelijk onafhankelijk blijven: wie mee wou doen moest aanvaarden dat er een script was met mij als regisseur.

De film is veel sentimenteler dan het boek. Wanneer je geschreven woorden hebt die slaan op gevoelens dan ontbreekt de kracht van beelden. Je moet het doen zonder de kleuren en de wonderbaarlijke gezichten van de acteurs. Wanneer Aibileen aan het einde van het boek de jonge Mae Mobley voorhoudt ‘You is kind. You is smart. You is important’ dan klinkt dat lief en verheffend. Maar wanneer je Viola Davis in de film plaatst zie je aan haar gezicht dat ze een wrak is, iemand die worstelt met verlies. Uiteraard is dit emotioneler.

In het boek fantaseert Aibileen in deze slotscène over haar nieuwe leven terwijl jij de nadruk legt op de scheiding met Mae Mobley en via een close-up focust op de pijn van het meisje. Ik wou Aibileen geen voice-over aan het slot geven waarin ze zegt hoeveel beter haar nieuwe leven ging worden. Dat zou niet waarheidsgetrouw zijn geweest. In de jaren 60 kon een zwarte vrouw onmogelijk dit alles doormaken en zeker zijn dat het goed zou komen. Alle mogelijkheden moesten open worden gelaten. Want wat gebeurde was eigenlijk tragisch. Ik wilde Viola enkel duidelijk laten maken dat Aibileen vrede in zichzelf had gevonden omdat ze gesproken had, omdat ze erkend had wie ze was als een zwarte vrouw, wat haar vaardigheden en talenten waren. Dat gaf haar moed. Meer wilde ik niet zeggen. Het zou aanmatigend en een beetje te hoopvol zijn geweest te zeggen ‘mijn leven verandert, ik begin opnieuw’. Zo’n Hollywood happy end was ongepast.

De schrijfster had er problemen mee dat zij een verhaal vertelde vanuit een zwart perspectief. En jij? Wanneer het de bedoeling was geweest om een gewelddadig geladen film te maken over een aspect van de Amerikaanse ervaring, met racisme en burgerrechten als enige focuspunten, dan had ik het daar zeer zeker moeilijk mee gehad. Maar de benadering van Kathryn en mij was anders: het boek en de film gaan over relaties, over mensen die normaal niet met elkaar zouden willen spreken. Wanneer het over zo’n basisaspect van menselijkheid gaat, over hoe mensen omgaan met mensen die als vijanden worden beschouwd, dan zorgt de herkenbaarheid ervoor dat het ‘je weet niet hoe zwarten zich voelen’-aspect verdwijnt. Het ging grotendeels over interacties tussen blanken en zwarten, over een dialoog tussen beiden, en niet over de psyche van zwarte mensen. Kathryn benadrukt terecht dat dit geen documentaire of biopic is. Het is een fictieverhaal over moed, liefde en integriteit. Alleen zijn twee hoofdpersonages toevallig zwart. Een van de mooie dingen die we als mens kunnen doen is proberen te begrijpen wat andere mensen voelen.

Ivo de Kock