Filmboeken – 4 maart 2016

Het zwarte schaap

  • Datum 04-03-2016
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Heaven’s Gate

Wat doet een producent eigenlijk? Een scenarioschrijver schrijft scenario’s, dat is duidelijk. En wat een regisseur doet als hij regisseert, is ook nog wel voorstelbaar. Maar zijn zij, samen met de rest van de technische crew en de acteurs, dan niet degenen die een film ‘produceren’? Dus: wat doet een producent dan precies? De sinds 1991 gepensioneerde Britse producent Michael Deeley geeft hier min of meer antwoord op in zijn memoires Blade runners, deer hunters & blowing the bloody doors off. De wat omslachtige titel verwijst naar de drie meest succesvolle, en in het boek meest prominente films uit Deeleys carrière: blade runner (Ridley Scott, 1982), the deer hunter (Michael Cimino, 1978) en the italian job (Peter Collinson, 1969).
Wat een producent doet, als de camera’s eenmaal draaien, is: ‘alles wat nodig is’ om die film daadwerkelijk gemaakt te krijgen. En dat is nogal wat, blijkt uit Deeleys door Matthew Field vlot genoteerde verhalen. Bijvoorbeeld: binnen tien dagen ruim 20 miljoen dollar extra budget bij elkaar scharrelen voor blade runner. Of: the wicker man (Robin Hardy, 1973) drastisch inkorten om te zorgen dat hij überhaupt de bioscoop haalt, waarmee Deeley zich de woede van een grote schare fans én acteur Christopher Lee op de hals haalt. Of 50.000 dollar Rusland in smokkelen omdat de lokale crew liever niet in roebels wordt uitbetaald. Maar vooral: omgaan met de buien en onredelijke eisen van acteurs en (met name) regisseurs, die Deeley, nu hij geen belang meer in de industrie heeft, gelukkig onomwonden uit de doeken kan doen.
Deeley botste in zijn carrière, die begon in de jaren vijftig en zijn hoogtepunt had in de vroege jaren tachtig, met een aantal even visionaire als lastige makers. Zoals Sam Peckinpah, die op het neerwaartse traject van zijn carrière de truckersfilm convoy (1978) met Deeley maakte en door drank- en drugsgebruik onhandelbaar bleek. Of Warren Beatty, die kwam eisen dat de seksscène tussen zijn vriendin Julie Christie en Donald Sutherland uit don’t look now (Nicolas Roeg, 1973) zou worden verwijderd — ja, díe seksscène ja. Maar vooral Michael Cimino krijgt er van langs, de man die voor Deeley the deer hunter (1978) regisseerde — en met zijn daarop volgende project heaven’s gate studio United Artists op het randje van faillissement bracht en, zo wil de geschiedenis, ‘en passent’ het Nieuwe Hollywood van de jaren zeventig definitief om zeep hielp.
Deeley had de voortekenen daarvoor al meegekregen tijdens de productie van the deer hunter. Genoeg, in ieder geval, om al op pagina drie misprijzend te spreken over ‘de hoeveelheid kwaadwilligheid en leugenachtigheid die huisden in deze kleine stille man.’ Toch komt Cimino er hier beter af dan in vele andere kronieken van het Hollywood van de jaren zeventig — naast het feit dat hij lastig en oneerlijk is, ziet Deeley ook de kracht van het eindproduct, de enige Oscarwinnaar die hij produceerde. Al staat de prijs bij Deeley thuis op een hoge plank, zodat hij wel het beeldje ziet, maar niet de naam van Cimino die naast de zijne staat gegraveerd.

Haardvuur en brandy
Deeleys boek leest alsof je met deze Britse gentleman bij het haardvuur zit, een glas brandy binnen handbereik, en hem aanhoort over zijn vroegere avonturen in de filmwereld. Zo moet het boek ook min of meer ontstaan zijn. Coschrijver Matthew Field, in het dagelijks leven journalist, leerde Deeley kennen tijdens het schrijven van zijn vorige boek The making of the italian job (2001) en drong bij hem aan dit boek te schrijven. De rolverdeling kristalliseerde zich snel uit, stelde Deeley in een interview bij de presentatie van het boek: Field speelde de jonge student, Deeley de oude leermeester.
Een rode draad door de losjes van film naar film laverende, luchtig leesbare memoires is de vraag wat het werk van een producent nu precies inhoudt. Hoewel daar aan het eind van het boek nog altijd geen duidelijk antwoord op te geven is, wordt wel helder hoe ondergewaardeerd het beroep is. De producent, of in ieder geval een goede producent als Deeley, zit gevangen tussen de ‘show’ en de ‘business’, tussen creatieve inbreng en financiële remmen, tussen de studio die vindt dat er teveel wordt uitgeven en de regisseur die meer geld wil zien. Het is de bovendien de enige beroepsgroep in Hollywood die niet beschermd wordt door een zogenaamde ‘guild’. Maar Deeley pleit niet voor het auteurschap van de producent, zoals David Kipen dat met The Schreiber Theory (2007) probeerde te doen voor de scenarist. Daarvoor is hij te pragmatisch over zijn vak — en zo komen we uiteindelijk toch nog bij een definitie: ‘een producent maakt geen films, hij maakt film ‘mogelijk’.’

Joost Broeren

Blade runners, deer hunters & blowing the bloody doors off: My life in cult movies
Michael Deeley met Matthew Field
2008, Faber & Faber, 288 pagina’s, 22,50 euro

Hollywood dreams made real. Irving Thalberg and the rise of MGM
Mark A. Vieira
2008, Abrams, 36,95 euro
You must remember this. The Warner Bros. story
Richard Schickel
2008, Running Press, 29,95 euro
Blijkens Vieira’s op groot formaat uitgegeven biografie maakte Thalberg flitsend carrière in Hollywood: bij zijn dood op 37-jarige leeftijd was hij mede-oprichter van MGM en had hij meer dan vierhonderd films geproduceerd. Schickel tekent in zijn omvangrijk (foto-)boek de geschiedenis op van die andere fameuze studio op basis van zijn eigen documentaire. Schickel’s beschrijving van een echte Warner (mens dan wel film) is ‘slightly vulgar, slightly shocking, but like the best Warner Brothers pictures, brutally truthful.’

Seen behind the scene. Forty years of photographing on the set
Mary Ellen Mark
2008, Phaidon, 54,95 euro
Lana. The memories, the myths, the movies
Cheryl Crane
2008, Running Press, 35,- euro
Niet zomaar een sterrenfotoboekje, maar veertig jaar setfoto’s van satyricon tot en met australia vergezeld van stukken van onder meer Francis Ford Coppola en Helen Mirren. Enkele foto’s met toelichting van de auteur op (nytimes.com/2008/12/28/arts/design/28mark.html?_r=1). Op veertienjarige leeftijd steekt Lana Turner’s dochter Cheryl Crane haar moeder’s minnaar Johnny Stompanato dood. Nu schrijft zij Turner’s biografie aan de hand van veel beeldmateriaal en doorspekt met nog meer schandaal.

European film theory
Temenuga Trifonova
2008, Routledge, 30,- euro
History of Russian cinema
Birgit Beumers
2008, Berg Publishers, 27,50 euro
Door de afdelingen van deze bundel loopt de vraag of er zoiets bestaat als een Europese film, of een gedeelde Europese sensibiliteit. Primaire aandacht voor filosofie aan de hand van Bergson, Kracauer, Rancière en Bazin. Beumers schreef een beknopt, helder overzicht van de Russische film vanaf de introductie van de cinematograaf in 1896 in Petersburg.

Documentary display. Re-Viewing Nonfiction Film and Video
Keath Beattie
2008, Wallflower Press, 26,95 euro
Veel genre-gerelateerde vragen in Beattie’s (publiceerde eerder het vergelijkbare Documentary screens) boek, dat het hele genre doorkruist van ‘direct cinema’ tot natuurdocumentaire in poging tot herdefiniëring van begrip ‘documentaire’.

synecdoche, new york. The shooting script
Charlie Kaufman
2008, Newmarket Press, 18,50 euro
Twentieth-century American fiction on screen
R. Barton Palmer
2008, Cambridge University Press, 29,95 euro
Er zijn oneindig veel meer analyses van scenario’s in boekvorm dan scenario’s zelf. Kaufman geeft in zijn inleiding een weergave van een gesprek tussen hemzelf en de producent: "Him: What do you want to do about the screenplay book? Me: I don’t care. Let’s not do it." Kaufman is dan ook de enige scenarist ter wereld wiens scripts allemaal zijn uitgegeven. Veertien analyses in het steeds populairder wordend genre van de boekverfilming, van the last tycoon tot en met the thin red line, met als uitgangspunt dat de romans geschreven moesten zijn door roemruchte auteurs.

Émile Cohl. L’inventeur du dessin animé
Pierre Courtet-Cohl
2008, Omniscience, 47,50 euro
Allereerste tekenfilm ooit werd vertoond op 17 augustus 1908 in Parijs (ook op youtube.com/watch?v=aEAObel8yIE). De maker was Émile Cohl, die in totaal zo’n 300 animatiefilms heeft gemaakt, waarvan een deel in deze monografie wordt beschreven — en alle te zien zijn op bijgeleverde dvd’s. Auteur van chique boek houdt website bij over zijn onderwerp op (emilecohl.com).

What I really want to do on set in Hollywood
Brian Dzyak
2008, Lone Eagle Press, 18,95 euro
Boek van cameraman geeft overzicht van alle carrièremogelijkheden op en rond filmset en is daarmee meteen een uitstekend naslagwerk voor alle mogelijke banen in de filmwereld, gerangschikt van de regie- en camera-afdeling tot en met special effects en publiciteit.

Samenstelling: Philip Hartzuiker (theatreandfilmbooks.com).

Geschreven door