Digitale toekomst gaat nu echt beginnen
PARRADOX
Even dreigde het plan om in één grote slag alle 550 nog niet gedigitaliseerde bioscoop- en filmtheaterzalen klaar te maken voor de toekomst door herhaald uitstel overrijp te worden. Maar op 30 november heeft staatssecretaris Halbe Zijlstra van OCW zijn goedkeuring gehecht aan de relatief bescheiden, maar niettemin essentiële overheidsbijdrage van ruim 5 miljoen euro.
Het licht staat nu op groen voor het ambitieuze, op 38 miljoen euro begrote project CinemaDigitaal.nl, ontwikkeld door EYE Film Instituut Nederland, de verenigde bioscoopexploitanten (NVB) en de filmdistributeurs (NVF). Misschien kan de eerste digitale projector al in januari worden geïnstalleerd, al kan het ook iets later worden. Midden 2012 zullen alle filmtheaters en bioscopen digitaal kunnen vertonen en zullen de filmdistributeurs hun films digitaal aanleveren. Samen met Noorwegen is Nederland dan Europees koploper digitalisering.
Uniek aan het plan is, volgens EYE-directeur Sandra den Hamer, de nauwe samenwerking tussen de commerciële en gesubsidieerde sector. Er zijn straks geen achterblijvers. Twee grote bioscoopconcerns, Pathé en Utopolis, en enkele kleinere vertoners hadden al een eigen digitaliseringsplan, maar verder doet iedereen mee met CinemaDigitaal.nl.
De volgende vraag is nu: wat gaat het filmpubliek hier van merken, afgezien van het feit dat digitale projectie kras- en trillingsvrij is. Krijgen we ook live-registraties van voetbalwedstrijden voorgeschoteld? Kunnen de filmtheaters straks gemakkelijker inhaken op bijzondere verzamelprogramma’s omdat het niet meer nodig is om filmkopieën het land rond te zeulen?
Michael Lambrechtsen (directeur NVF) is bijvoorbeeld nieuwsgierig of de weekprogrammering zoals we die nu kennen zal blijven bestaan. Ron Sterk (directeur NVB) verwacht forse veranderingen, maar durft niet te zeggen welke kant het op zal gaan. Dat is iets wat de markt gaat bepalen.
Ook Hein van Joolen van de grote onafhankelijke distributeur Benelux Film waagt zich niet aan voorspellingen, maar ziet wel een paar mogelijkheden. Een voordeel van digitaal uitbrengen is bijvoorbeeld het snel kunnen inspelen op een onverwacht succes. Als een film bij de première verrassend goed blijkt aan te slaan, zoals destijds het geval met slumdog millionaire (uitgebracht door Cinéart), kan deze onmiddellijk in meer zalen worden ingezet zonder dat daarvoor eerst extra prints moeten worden gemaakt. Dit voordeel kan tegelijkertijd een nadeel zijn voor kleinere titels die straks misschien sneller het veld moeten ruimen. Van Joolen ondervond dat al bij de digitale uitbreng van het lovend besproken, maar slecht bezochte parradox. Theaters willen zo’n film dan direct dumpen.
Marcus van der Zwaag (Cinemien) ziet dit gevaar ook, maar merkt op dat we het niet alleen op de digitalisering moeten afschuiven. Dat het meer moeite kost om voor kleine, maar artistiek hoogwaardige films een plaatsje te vinden is een ontwikkeling die al langer gaande is. Zowel vertoners als distributeurs zullen wat dit betreft betreft hun verantwoordelijkheid moeten nemen.
Dan ook nog maar even met een vertoner gebeld, al is het Amsterdamse Ketelhuis misschien niet helemaal representatief. Alex de Ronde laat weten ook nu al een zeer divers aanbod te brengen met soms wel 18 titels per week, en hij is niet van plan dat in het digitale tijdperk heel anders te gaan doen.
Leo Bankersen