DE MOEDER
Plaatjes uit een roze Rusland
Wie in deze tijd Maxim Gorki’s roman De moeder verfilmt, heeft moed nodig. Niet alleen omdat daarin de geboorte van het communisme wordt bezongen, maar ook omdat een zo grote produktie in het onstabiele Rusland moeilijkheden oplevert. Dat is dan ook de reden dat De moeder van Gleb Panfilov, die in 1990 op het festival in Cannes te zien was, pas ruim twee jaar later in Nederland wordt uitgebracht.
Gleb Panfilov won in 1987 de Gouden Beer in Berlijn voor zijn film Tema (1979). Hierin bezorgt een jonge vrouw een uitgebluste schrijver inspiratie. Vrouwen staan vaak centraal in de films van Panfilov; rondom hen krijgen de tegenstellingen in een samenleving gestalte. De moeder sluit in dit opzicht aan bij de films die hij tot nu toe maakte.
Reeds tweemaal eerder werd De moeder verfilmd. De bekendste versie is die van Vsevolod Poedovkin uit 1926. Poedovkin belicht één aspect van de roman: de opkomst van de revolutie onder jonge Russische arbeiders. De moeder is hier de centrale figuur, in wie de omslag naar de strijd voor het socialisme plaatsvindt. Panfilov filmde in 1990 een ander verhaal. Het gaat hem niet zozeer om de revolutie, maar om de relaties tussen mensen. Hij verwerpt een heroïsche visie op de gebeurtenissen. De moeder is een ruim drie uur durend drama over moeder, vader, zoon en (verkeerde) vrienden. Het is heel jammer dat een regisseur die bekend staat om zijn vrouwenportretten in deze film de vrouw niet tot belangrijkste hoofdpersoon heeft gemaakt. De moeder is aanwezig, maar wordt te zeer door andere gebeurtenissen, andere beelden, naar de achtergrond gedrongen.
Panfilov heeft in De moeder niet gekozen. Hij heeft alles willen laten zien, waardoor de film een verbrokkeld geheel is geworden, losse stukjes van een niet meer samenhangend verhaal. Panfilov heeft een bepaalde Russische sfeer willen vangen, van het Rusland aan het begin van deze eeuw. Maar dan wel gekleurd door een nostalgisch-roze blik: een dorpje in de sneeuw, een folkloristisch feest, blozende hoeren, een zorgende moeder, de zoon die om de tafel liefdesliedjes zingt met zijn vrienden, een dronken vader. Het zijn beelden die op zichzelf staan; mooie plaatjes, die niets anders oproepen dan wat ze zijn. Panfilov beeldt uit, in plaats van te verbeelden. Aan het voorstellingsvermogen van de toeschouwer wordt niets overgelaten. Ik word niet geraakt door deze poëzie-plaatjesachtige beeldenbrij, al zijn er momenten waarop je gaat vermoeden dat Panfilov meer kan dan mooi filmen.
Speeldoos
Dat komt dan vooral door Inna Tsjoerikova, de actrice die in alle films van Panfilov de belangrijkste vrouwenrol vertolkt. Zij is een vrouw met een ongewoon gezicht, die in staat is subtiele gevoelens uit te drukken: bange ogen die naar het raam kijken, wanneer de politie op haar deur klopt; een voorzichtige, aarzelende, maar tegelijkertijd vastberaden gang naar de fabriek waar ze, verborgen in haar etensmanden, pamfletten gaat verspreiden. Op die momenten wordt iets van emotie merkbaar, voel je wat er omgaat in deze vrouw. Zo zijn er nog enkele scènes in De moeder waarin je even iets proeft van wat de mensen beweegt. Bijvoorbeeld wanneer de arbeidersjongetjes in het café dromerig staren naar de speeldoos — een ogenblik van ontspanning, een ontsnapping uit het dagelijkse leven. Maar in het grootste deel van de film begrijp je niet waarom de personen handelen zoals ze doen. Door alle kanten te willen belichten, van zowel de tsaar, de socialist, de twijfelende vriend, de bezorgde moeder, is er bij Panfilov geen ruimte voor de motivatie van zijn personages. Al duurt de film meer dan drie uur, we krijgen geen tijd om te doorgronden waarom iemand iets doet, waarom de zoon besluit socialist te worden, bijvoorbeeld. Panfilov heeft grote bewondering voor Dovsjenko, de Russische avantgarde-regisseur uit de jaren twintig. Een filmer die de tijd durfde te nemen om een scène in beeld te brengen, en bij wie de uitdrukkingskracht vaak ligt in de lengte van een shot. Panfilov wil ook zo filmen, maar in De moeder is daar niets van terug te vinden. Handelingen worden juist niet gevolgd, maar op een willekeurig moment afgebroken. Hierdoor dringt het idee van oppervlakkigheid zich des te sterker aan je op. Had Panfilov duidelijk gekozen voor positie van de moeder, en meer tijd genomen om dit in beeld te brengen, dan was de film waarschijnlijk een stuk interessanter geweest. Wel moet ik zeggen dat ik de film niet in de meest ideale omstandigheden heb gezien: een televisie-versie van bijna vier uur op video, met een simultaanvertaling (die overigens goed was) uit het Russisch. Wellicht dat De moeder in een filmzaal met dolby stereo-geluid een andere indruk achterlaat.
Claartje van der Grinten