Monsieur Lazhar wint publieksprijs IFFR
Monsieur Lazhar
Bezoekers van het filmfestival van Rotterdam gaven gemiddeld de hoogste waardering aan de Canadese Oscarkandidaat Monsieur Lazhar van Philippe Falardeau, dat daarmee de UPC Publieksprijs ter waarde van tienduizend euro won. Het festival trok aanzienlijk minder bezoekers dan vorig jaar.
De Canadese producenten Luc Déry en Kim McCraw hebben een uitstekend gevoel voor wat het Rotterdamse filmpubliek wil zien. Vorig jaar wonnen ze met Incendies de publieksprijs, dit jaar zijn ze opnieuw de gelukkige met Monsieur Lazhar. De film van regisseur Philippe Falardeu heeft ook al een Oscarnominatie voor beste buitenlandse film op zak — opnieuw in navolging van Incendies. Monsieur Lazhar liet grote titels als Hugo (tweede), Les géants (negende) en Le Havre (twaalfde) achter zich.
De Iraanse regisseur Mohammad Rasoulof won met Goodbye de Dioraphte Award voor de publieksfavoriet onder de zeventien festivalfilms die met steun van het Hubert Bals Fonds tot stand kwamen. De winnaars van de drie Hivos Tiger Awards voor de beste eerste of tweede films zijn Clip van de Servische Maja Miloš, De jueves a domingo van de Chileense Dominga Sotomayor en Egg and Stone van de Chinese Huang Ji. Nederlands succes was er ook in Rotterdam: Springtime van Jeroen Eisinga werd samen met Big in Vietnam van Mati Diop (Frankrijk) en Generator van Makino Takashi (Japan) gehuldigd als beste korte film.
Het IFFR trok dit jaar 274.000 bezoekers. Vorig jaar waren dat er nog 340.000. Het feit dat er vorig jaar een uitgebreid jubileumprogramma was, verklaart die afname gedeeltelijk. Maar zelfs wanneer daarmee rekening wordt gehouden, komt de organisatie uit op een bezoekersdaling van 14 procent. Zakelijk directeur Janneke Staarink zoekt de oorzaak voor een belangrijk deel in de mindere economische tijden en de bezuinigingen op cultuur. Het festival voerde een verhoging van de vaste kaartprijs door, waar in de wandelgangen door bezoekers veel over geklaagd werd.
Staarink stelt in een persbericht dat ‘de grenzen van prijselasticiteit’ kennelijk zijn bereikt. ‘Ik hoop dat de politiek dit als een signaal ziet dat er weliswaar veel mogelijkheden zijn voor ondernemende instellingen, maar dat de rekening van de bezuinigingen niet uitsluitend bij de cultuurbezoekers neergelegd kan worden.’
Erik Schumacher