World Wide Angle (NL) – 8 september 2010

  • Datum 08-09-2010
  • Auteur
  • Deel dit artikel

INCEPTION

De Australische filmcriticus Adrian Martin schuimt het wereldwijde web af. Hij becommentarieert opvallende discussies en tendensen rond films en filmmakers, in webzines, weblogs etc. Aflevering 33: ‘Het onderbewustzijn ontvluchten’

In de inhoudsopgave van nummer 68 van Bright Lights magazine (brightlightsfilm.com), trok de samenvatting van een artikel van Joseph Jon Lanthier mijn aandacht: ‘shutter island zou wel eens de enige psychologische thriller kunnen zijn die het resultaat is van een gebrek aan interesse in de psyche.’ Eenzelfde boude stelling werd op Facebook geponeerd door de Amerikaanse wetenschapper Corey Creekmur over inception, het meest recente favoriete onderwerp van discussie: de gesloten, behoedzame verbeelding van dromen in inception, vond Creekmur, toont weinig interesse in of bekendheid met de Freudiaanse droominterpretatie.
Dit is niet alleen een fenomeen of een trend die je in cinema ziet. Onlangs sprak in Melbourne de beroemde Lacan-deskundige Renata Saleci over de beweging in wetenschappen als criminologie en farmacologie richting een zekere banale vorm van neurowetenschap: het soort dat naar hersenscans staart waarop verschillende kleuren oplichten, alsof het bewijs van ‘psychologische afwijkingen’ (zoals jeugddelinquentie) op die manier gezien, in kaart gebracht en gekwantificeerd kan worden. Saleci vatte het probleem samen door haar handen wanhopig in de lucht te steken: "Geen psychoanalyse! Ze zien geen verschil tussen de hersenen en de geest!"
En de geest, mochten we dat vergeten, heeft een onbewuste. En dat onbewuste is niet zo eenvoudig bloot te leggen en tot verhaal te maken zoals gesuggereerd wordt in een aantal recente, ambitieuze ‘mind game’-films (zoals Thomas Elsaesser en anderen ze noemden). Meer dan ooit kiezen mensen voor deze slappe variant en vervangen Freuds begrip van het onbewuste door het ‘onderbewustzijn’ — implicerend dat er iets (een gedachte of een gevoel) net buiten bereik, net onder het oppervlak zit, iets wat uiteindelijk makkelijk op te duiken is door het volle en beheerste bewustzijn.
Maar het onbewuste is de negatie van het bewustzijn, zijn ware schaduwdomein, niet een of andere naastgelegen kamer die je gewoon kunt binnenlopen en plunderen. Het onbewuste kan nooit beheerst worden, het is de zone die ons ontgaat — en tegelijkertijd voortdrijft. Het onbewuste is de ruimte van ontkenning, van fantasie, van verstoring, van de uitvoerige revisie en transformatie van alles wat gemakkelijk bekeken en gekend kan worden.
Een tijd lang speelden films als mulholland drive van Lynch en the blackout van Ferrara in op deze listige, veranderende realiteit van het onbewuste. Maar het waren populistische arthousefilms als memento (van Christopher Nolan, die ook inception maakte) die voorspelden hoe mainstream cinema meedogenloos alle oneffenheden van het onbewuste zou gladstrijken en veranderen in een vermakelijk en zonderling maar uiteindelijk coherent geheel: het is allemaal een kwestie van het uitzoeken van de chronologie, of het rangschikken van lagen.
Vreemd genoeg maar volgens een ijzeren logica hebben fantastische films over het geheugen, en vooral die over tijdreizen, zich ook bij deze beweging richting ‘hyperbewustzijn’ aangesloten. ‘Ervaring is minder het product van feiten stevig verankerd in het geheugen, dan van verzamelde en vaak onbewuste data die samenvloeien in het geheugen’, schreef Walter Benjamin 65 jaar geleden (in Some motifs in Baudelaire). Toch kwam het films als het zotte paycheck (2004) van John Woo beter uit om de hersenen voor te stellen als iets dat geïsoleerde stukken geheugen bevatte die voor- en achteruit gespoeld konden worden, compleet met camerahoeken, montage en special effects. Net als tijd wordt afgebeeld als een eenvoudige lijn (in weerwil van alle moderne fysica), kan de geest in die films worden gemanipuleerd als een film!
Deze beweging weg van het donkere onbewuste naar het helverlichte bewustzijn vindt vandaag de dag ook weerklank in de filmwetenschap. In dezelfde periode als de ‘mind game’-films opkwamen is de cognitieve psychologie populair geworden. En hoewel die veel fascinerende aspecten van de kijkervaring isoleert en onderzoekt, geeft ook die er de voorkeur aan het domein van psychologische mysteriën te ontvluchten. Typisch voor ons computertijdperk, zijn de enige kwesties die er echt toe schijnen te doen het toegang krijgen tot en het beheren van informatie, het stroomlijnen van perceptie en daarmee aan de slag gaan. Maar bedenk wel dat Fritz Lang, die zich ooit vrolijk wentelde in het melodramatische, gothische en Freudiaanse secret beyond the door (1948), nooit gefloreerd kon hebben in zo’n treurig rechttoe rechtaan klimaat.

Adrian Martin | vertaling Ronald Rovers

Lees hier de originele column ‘Fleeing the Unconscious’.

Geschreven door