World Wide Angle (NL) – 25 maart 2015
Het losse en het scherpe
De Australische filmcriticus Adrian Martin kijkt naar opvallende discussies en tendensen rond filmmakers.
Door Adrian Martin
De opening van de nieuwe serie Better Call Saul — een intrigerende spin-off van Breaking Bad, van dezelfde ‘showrunner’ (uitvoerend producent), Vince Gilligan, werkend met Peter Gould — doet denken aan het eind van een echte modern klassieker onder de tv-series: The Sopranos (1999-2007) van David Chase.
Als we Saul (Bob Odenkirk) voor de eerste keer zien, zit ‘ie ondergedoken na de desastreuze serie gebeurtenissen in Breaking Bad. Vermomd en aan het werk in een alledaags baantje op een of andere food-plaza in een winkelcentrum, let hij ondertussen scherp op het minste of geringste signaal dat een huurmoordenaar opduikt die zijn identiteit heeft ontdekt en een eind aan z’n bestaan komt maken. Zoals die verdacht uitziende gast in de hoek die hem doelbewust aanstaart en zijn kant op komt lopen…
De finale van The Sopranos, zoals elke fan zich levendig kan herinneren, creëerde een krachtig maar mysterieus soort suspense-paranoia oproepen als een stemming of atmosfeer — uit wat een banale situatie leek: Tony (James Gandolfini) en een paar van zijn familieleden die in een restaurant samenkomen om te eten. Omdat wij heel goed wisten dat Tonmy elk moment gedood zou kunnen worden — in opdracht van een van z’n vele vijanden — richtte Chase onze aandacht op het kleinste detail dat zich in die ruimte voordeed: twee mannen komen binnen, een andere man gaat naar het toilet…
Dit type scène kan zich ook in cinema voordoen — en er zijn veel fantastische voorbeelden — maar het lijkt mij vooral illustratief, vandaag, van de mogelijkheden van het ‘verlengde’-televisiedrama. Een episode kan zich vijftien minuten afspelen in een gemeenschappelijke kamer, ‘geobsedeerd’ door de bewegingen van naamloze personages die we nergens anders in de serie kunnen tegenkomen — en die misschien gewoon een afleidingsmanoeuvre blijken te zijn, die helemaal niet bij de centrale actie horen. TV, als narratief medium, kan de vrijheid nemen om op deze (zeer gestructureerde) manier te zwerven en uit te wijden
Tegelijk valt Better Call Saul ook op — vanaf het eind van de openingcredits — vanwege de gestileerde manier waarop beelden en geluiden bruut worden afgesneden, alsof hun uitzending plotseling en met geweld onderbroken is, of de naald van het vinyl is gerukt dat op de draaitafel lag. Ook dat vindt z’n oorsprong in The Sopranos: die veelbesproken, finale snit-naar-zwart die ofwel subjectief Tony’s onmiddellijke dood betekende na de close-up dat ‘ie omhoog kijkt, of het was de serie zelf die (zoals John Sayles’ curieuze en vergeten experiment Limbo, 1999) een open-einde-meta-beweging maakte door ons welke gewelddadige ontknoping dan ook te ontzeggen van alles wat zich daarvoor voltrok.
Die voorliefde voor dat wegrukken, voert Better Call Saul weg van Breaking Bad-gebied en meer richting David Lynch-land, zoals de Twin Peaks sage met z’n botte explosies van televisieruis of ‘sneeuw’. Zo creeren Giligan, Gould en hun uitstekende team van experts een fascinerend dubbel ritme: het losse wisselt af met het ultra-scherpe.
Wat daarbij hopelijk wordt overgeslagen is het saaie middengebied dat meestal de standaardtelevisiestijl is. Dat wil zeggen: geen stijl. Veel praten, totaalshots van de hele situatie afgewisseld met shot/tegenshot van de acteurs die met elkaar praten… Het is fascinerend om te zien hoe televisieseries als Better Call Saul proberen om zulke stilstand te voorkomen — zonder tegelijkertijd weer een nieuwe formule of format te creëren, wat de andere grote verleiding is die hedendaagse ‘kwaliteitstelevisie’ belaagt.
Zowel los als scherp: dat blijkt een goeie manier om de stijl en het gevoel van een andere hedendaagse mediagebeurtenis te beschrijven, Paul Thomas Andersons filmadaptatie van Thomas Pynchons Inherent Vice. De regisseur zelf heeft het erover dat zijn film ontstaat in de kieren tussen (aan de ene kant) een enorm ingewikkelde misdaadonderzoeksplot en (aan de andere kant) een soort stoner-humor waar personages rondzweven en tegen elkaar botsen en bizarre dingen steeds aan de randen van het frame gebeuren. Terwijl de hele tijd fragmenten uit bekende popliedjes op de soundtrack verschijnen, die dan weer vroegtijdig weggerukt worden, net als in Better Call Saul. Is dit de favoriete esthetiek voor een nieuwe Zeitgeist?