Thuiskijken – 9 mei 2016

The King of Kong

Een selectie uit de videotheek van nieuwe, interessante en curieuze films die niet in de bioscoop zijn uitgebracht. En films opnieuw uitgebracht op dvd.

A MAN ESCAPED
Een raadselachtige kwaliteit

Het is makkelijk om halleluja te roepen bij het werk van Robert Bresson (1901-1999), maar waarom maken zijn films zoveel indruk?

Als grote filmmakers meteen herkenbaar zijn aan hun stijl, dan is Robert Bresson een gigant. Nog een bewijs van zijn grootheid: het werk van de Fransman laat zich niet in woorden vangen. Ook dat heeft hij gemeen met andere grootheden in de filmwereld. Bij het werk van briljante filmmakers schieten woorden altijd tekort, omdat ze een raadselachtige kwaliteit bezitten, die zich onttrekt aan taal. Wie artikelen over Bresson en zijn werk naast zijn films legt, ziet en voelt een kloof. Hoe hardnekkiger schrijvers die proberen te overbruggen, hoe tastbaarder de frustatie dat het niet lukt. Dit stukje is geen uitzondering. U bent gewaarschuwd. Verder dan omtrekkende bewegingen komen wij ook niet. Misschien moeten we beginnen met de vaststelling dat Bresson opgeleid was tot schilder. We weten niet of hij een talentvol schilder was, maar zijn films verraden een perfect gevoel voor compositie. Bressons beelden zijn nooit rommelig, maar altijd strak. Ieder beeld kan zo als foto in een kalender. “Schilderen leerde me niet om mooie maar noodzakelijke beelden te maken”, merkte Bresson zelf op over zijn schildersachtergrond. “Noodzakelijke beelden” waren voor hem beelden die zijn levensovertuiging schraagden. Bresson was een aanhanger van het Jansenisme, de variant op het katholicisme die gebaseerd is op het geloof in de predestinatie. In deze geloofsleer heeft de mens geen vrije wil, maar bewandelt hij het pad dat God voor hem heeft uitgestippeld. Omdat Gods wegen ondoorgrondelijk zijn, is het leven een mysterie. De een wordt als Bresson 99 jaar, de ander overlijdt bij zijn geboorte. Het is geen kwestie van toeval, maar van Gods wil. Bressons geloof in de predestinatie verklaart zijn hekel aan psychologie. Hij vond dat pretentieuze onzin, omdat het menselijk bestaan een mysterie is dat alleen God kent.

Monnikachtig
Bressons sombere, zwarte kousenkerk-opvattingen werden versterkt door zijn oorlogservaringen. Als krijgsgevangene zat hij in de Tweede Wereldoorlog zestien maanden opgesloten. De periode oefende grote invloed op hem uit en leidde in 1956 tot un condamné à mort s’est échappé ou le vent souffle où il veut (Een ter dood veroordeelde is ontsnapt of de wind waait waar hij wil). De zwart-wit film, internationaal bekend onder de titel a man escaped, is gebaseerd op het boek van de Franse verzetstrijder André Devigny over zijn miraculeuze ontsnapping uit de Gestapo-gevangenis Montluc in de buurt van Lyon. De film begint met het met een auto naar de gevangenis brengen van de verzetsstrijder Fontaine. Onderweg probeert hij te vluchten door snel het portier open te doen en weg te rennen. De manier waarop Bresson dit verfilmt, is illustratief voor zijn werkwijze: als Fontaine vlucht, blijft de camera gericht op de achterbank van de auto, zodat we in onwetendheid blijven over de schoten die we buiten horen — wie schiet naar wie? — maar als Fontaine de auto wordt ingegooid, weten we dat de ontsnapping is mislukt. De scène illustreert perfect Bressons omgang met beeld en geluid. De maker laat niet horen wat we al zien, maar behandelt het geluid als een aparte informatiebron. Het zet de kijker op scherp en dwingt hem om zelf de gebeurtenissen te construeren. Nadat Fontaine in Montluc in een kleine cel is gegooid, begint hij een ontsnappingspoging voor te bereiden. Bresson toont in uitgebeende beelden zijn ongelofelijke inventiviteit en doorzettingsvermogen. We zien een bijna monnikachtige devotie. Waarom Fontaines poging lukt, maar die van een medegevangene eindigt in executie? Alleen God weet het antwoord. Misschien weet Hij ook waarom de film nog steeds zo’n diepe indruk maakt. De als extra bijgevoegde nogal schoolse documentaire de weg naar bresson uit 1984 komt er niet uit. De makers Leo de Boer en Jurrien Rood komen niet verder dan omtrekkende bewegingen. Zoals iedereen die zich op Bresson stort. Vergeet dit stukje en schaf Bressons complete oeuvre Bresson aan. Het meesterwerk a man escaped is een goed begin.

Jos van der Burg

A MAN ESCAPED (Robert Bresson, 1956, Frankrijk). Te koop op dvd (Artificial Eye, import, regio 2)

THE KING OF KONG
Seth Gordon
Voormalig ‘arcade-gamer’ Steve Sanders, tegenwoordig advocaat, vergelijkt Walter Day (de ‘officiële videogame scheidsrechter’) met President Bush: “Videogames hebben een man nodig die zegt: dit zijn de regels, en als je het niet leuk vind, pech.” Maar eigenlijk is zijn vriend Billy Mitchell, de koning van het Donkey Kong-apenrotsje, degene die op Bush lijkt. Hij is een verwend nest dat in twintig jaar geen tegenslag heeft gekend en daardoor arrogant is geworden. Hij dweept met misplaatst nationalisme, met zijn stropdassen met de ‘stars and stripes’ of het vrijheidsbeeld er op. En geholpen door zijn ‘cronies’ doet hij alles om eenmaal behaalde macht te behouden.
Alleen heeft die macht in dit geval geen internationale tentakels, maar is hij beperkt tot het wereldje van de klassieke ‘arcade-games’ (videospel). Mitchell’s recordscore op de Donkey Kong-machine staat al sinds 1982, een jaar na de release van het spel. “Als alles in het leven mijn kant op rolt”, lacht Mitchell, “dan moet er ergens een sukkel zijn die uitgemangeld wordt.”
Die sukkel is Steve Wiebe, de Joop Zoetemelk van de Amerikaanse droom. Hij is slim, atletisch, muzikaal, heeft een leuk gezin, en is nergens echt in geslaagd. Zo’n type dat ontslagen wordt op de dag dat hij een nieuw huis koopt. En dan dus maar besluit om zijn universitaire hobby Donkey Kong weer op te pakken, om ergens controle over te hebben. En vervolgens een record dat al 25 jaar staat weet te breken. Maar Billy Mitchell zit diep ingegraven in Twin Galaxies, het door Walter Day opgezette orgaan dat officiële ‘high scores’ bijhoudt, en Wiebe moet hard vechten om zijn record geautoriseerd te krijgen.
Het meest wonderbaarlijke aan Seth Gordons hilarische film is wel dat het een documentaire is. Aan een fictieversie van het verhaal wordt inmiddels gewerkt, al is het de vraag welke acteurs zich er aan gaan wagen. Niet alleen de twee opponenten, maar ook de nerds en aanhangers daar omheen zijn eigenlijk te absurd en hilarisch om fictie te kunnen zijn.
Joost Broeren
Seth Gordon, 2007, Verenigde Staten. Te koop op dvd (Revolver Entertainment, import, regio 1)

KAIDAN
Hideo Nakata
J-horror, oftewel moderne Japanse horrorverhalen, heeft zijn wortels in antieke tijden, in de Edo- en Meiji-perioden toen spookverhalen, ‘kaidan’, populair werden. De invloed van deze stijl van verhalen vertellen is ook in de moderne Japanse cinema voelbaar, met klassiekers als kwaidan (Masaki Kobayashi, 1964) van en het bevreemdende, angstwekkende jigoku (Nobuo Nakagawa, 1960). Regisseur Hideo Nakata, bekend van de ringu-horrorfilms en dark water, wekt ook de kaidan tot leven, maar dan overgoten met een verrukkelijke pulpsaus. Dat is ook te zien in zijn kaidan (2007), waarin de belangrijkste ingrediënten zijn: moorddadige sprookvrouwen à la Edgar Allan Poe en gelikte slasherconventies die niet zouden misstaan in het werk van Carpenter, Romero of Argento. Dat is winst. Keerzijde: het verhaal is zo voorspelbaar dat er behalve het geswish van de zeis (klassieke tijden, dus geen slagersmes) weinig echt verrassends te beleven valt.
Het draait allemaal om een eeuwenoude vloek die het leven van de viriele Shinkichi verziekt, zeker als hij verliefd wordt op een oudere vrouw, de beeldschone Oshiga. Jaloezie, eenzaamheid en lichamelijke en geestelijke verlangen worden de relatie funest. Als Oshiga ziek wordt, blijkt dat de oude vloek haar vanbinnen uit opvreet. Shinkichi is aanvankelijk een onschuldige omstander, maar juist zijn morele beslissingen blijken cruciaal. Er volgt een reis die Shinkichi naar het platteland leidt waar hij de confrontatie met de oude vloek aangaat. Hideo Nakata brengt het allemaal spannend in beeld, met zijn kenmerkende voorliefde voor scènes waarin normale kijkperspectieven als boven en onder worden omgedraaid om de kijker op het verkeerde been te zetten. Dat is effectief. In het bovennatuurlijke, in het abjecte beeld, zit ‘m de horror. Nergens is dat mooier te zien dan in een scène waarin een vrouw het hoofd van een man kust — een hoofd dat niet aan een lichaam vastzit. kaidan komt uit in een enkel-dvd van A-Film: een teleurstelling. Saaie vorm, geen extra’s. En een schandalig, eindeloos intro over een of andere anti-piraterijcampagne, die je niet kunt wegzappen. Om van gek te worden. Dat moet afgelopen zijn. Gewoon: menu, play!
Gawie Keyser
Hideo Nakata, 2007, Japan. Te koop op dvd (Asiamania/A-Film)

THE MAGIC FLUTE
Kenneth Branagh
De filmversie die Ingmar Bergman in 1975 maakte van Mozarts opera ‘Die Zauberflöte’ moest zo dicht mogelijk bij de eerste uitvoering blijven die in 1791 in Wenen werd opgevoerd. Dertig jaar later was het kennelijk tijd voor een nieuwe versie en besloot Kenneth Branagh (henry v, much ado about nothing) dat het allemaal anders moest. En minder Egyptisch. En dus verplaatste hij Mozarts vrijmetselaarssprookje vanuit de woestijn naar de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog waar de soldaat Tamino door de Koningin van de Nacht wordt opgedragen haar ontvoerde dochter Pamina te redden uit de klauwen van de boze Sarastro. Zijn beloning: Pamina’s eeuwige liefde. Het grote verschil tussen de twee filmversies — naast het libretto dat voor Branaghs versie werd geschreven door Stephen Fry — is dat Bergman de kunst en de kunstmatigheid van het theater vierde door het publiek en de mechaniek van dat theater te laten zien. Branagh stapt juist met veel aplomb over de grenzen van het theater heen, en gebruikt waar hij maar kan computergraphics als decors. En, hoewel niet helemaal ‘my cup of tea’, waarom ook niet. Mozarts verhaal is overduidelijk een sprookje dus er is iets voor te zeggen dat met passende bravoure te brengen. Bergman maakte de protestantse versie, Branagh de katholieke. Ondanks de overdaad komt het verhaal visueel langzaam op gang: de eerste scènes in de loopgraven duren te lang. Maar zodra Tamino in Sarastro’s kasteel is aangekomen en de verhoudingen allemaal anders blijken dan oorspronkelijk gedacht, wordt de film ook visueel interessanter. De bonte bloemenvelden en fladderende vlindertjes zijn bij Branagh geen postmoderne camp maar een romantische ode aan Mozarts opera waarin leven en liefde gevierd worden. Opera op een klein scherm mist het grootse pathos van een live uitvoering maar voor wie zelden een opera bezoekt is dit een fijne kennismaking. Geen extra’s, behalve dan de audio van de complete opera op 2 extra cd’s.
Ronald Rovers
Kenneth Branagh, 2006, Engeland/Frankrijk. Te koop op dvd (Dutch FilmWorks)

Top 10 import-dvd’s

TROPICAL MALADY/SYNDROMES AND A CENTURY
Van de moeilijkste naam uit de wereldcinema, de Thaise kunstlieveling Apichatpong Weerasethakul, publiceert Second Run tropical malady en BFI syndromes and a century (beide regio 2), inclusief kortfilm worldly desires.

JUDEX/NUITS ROUGES
George Franju is eigenlijk alleen bekend van zijn horrorklassieker les yeux sans visage (Frankrijk, 1960) waarin plastische chirurgie gotisch en, uh, plastisch in beeld wordt gebracht. Masters of Cinema brengen met deze dubbelaar (regio 2) twee lichtvoetiger films uit over gemaskerde helden. judex is een ode aan de gelijknamige zwijgende serial van Louis Feuillade en in nuits rouges draagt dief Schaduwman een rood masker.

ECLIPSE 11: LARISA SHEPTIKO
De veels te jong overleden Sovjet-filmmaakster Larisa Sheptiko aan de vergetelijkheid ontrukt. Haar debuut wings (1966) volgt het ontluisterend gewone leven van een voormalige oorlogsheldin; Gouden Beer-winnaar the ascent (1976) volgt twee verdwaalde soldaten door het besneeuwde oorlogslandschap (Criterion, regio 1).

J’ACCUSE
De grote Franse filmpionier Abel Gance filmde dit melodramatische oorlogsepos deels live in de loopgraven van WOI, waar hij zelf eerder gewond was geraakt. Gerestaureerd door het Parijse Lobster Films en gedistribueerd door filmhistorische fijnproevers Flicker Alley (regio 1).

RECOUNT
Alhoewel Gore de meeste stemmen kreeg werd Bush in 2000 president. Een recount van al die dubieuze stembiljetten kwam er namelijk nooit. Deze HBO tv-film (Warner, regio 1), waarin Kevin Spacey een prestigieuze cast aanvoert, werd door de Amerikaanse pers zowel als slim als slapstick en te zwart-wit beoordeeld — passend gepolariseerd dus.

FUKASAKU TRILOGY
Tartan Video (regio 2) bundelt drie films uit de late jaren zestig van de Japanse meester die de onderkant van de naoorlogs Japan met vaart, flair en vette soundtracks op het doek kwakte. Bevat blackmail is my life, black rose mansion en if you were young.

LA VIE DE JÉSUS
Bruno Dumont’s overrompelende debuut is een naturalistische noodlotfilm over dood en liefde en racisme op het platteland. En natuurlijk de beste brommerfilm ooit gemaakt. Masters of Cinema, regio 2.

PHASE IV
Als maker van hallucinante titelsequenties werd Saul Bass wereldberoemd, als regisseur bleef het bij één film. Helaas, want phase iv, nu voor de allereerste keer op dvd (door Legend Film, regio 1), is een hypnotiserend spannende, psychedelische en volstrekt unieke sciencefictionfilm. Twee wetenschappers ontdekken een verhoogde staat van activiteit in een mierenkolonie, en gaan met de ijverige diertjes — vaak extreem close en dus doodeng gefilmd — een strijd aan van epische proporties.

MADAME O
Beruchte schandaalfilm van Japanner Seiichi Fukuda uit 1967 over de even geile als bloedige wraaktocht van een nymfomane, inderdaad, vrouwelijke vrouwenarts. Superstrakke transfer, door distributeur Synapse Films getrokken van enige originele print (regio 1).

HELL’S GROUND
Vijf vrienden in een hippiebusje verdwalen hopeloos en belanden in texas chainsaw-hel. Maar dan wel op zijn Pakistaans! Dat betekent dat de killer een burka draagt en er een subplot met zombies is (Mondo Macabro, regio 1).

Rik Herder

Deze lijst is samengesteld door Boudisque. Voor meer informatie ga naar boudisque.nl.

Geschreven door Adrian Martin