Thuiskijken – 16 augustus 2017

Check It

Dana Flor over Check It
‘Louis CK zei: “Ik ben fan, hoe kan ik helpen?”‘

Gang-cultuur, hiphop, mode en queerness: de documentaire Check It volgt straatjongeren die zwerven door Washington DC. Met dank aan Steve Buscemi kwam de film op de website van komediant Louis CK terecht. Daar is Check It voor vijf dollar te downloaden. Regisseur Dana Flor: ‘De kinderen belichamen wat er mis is met onze samenleving.’

Door Hugo Emmerzael

In de schaduw van Capitol Hill, waar de vijfenveertigste president van de Verenigde Staten op 26 juli twitterde dat transgenders uit het Amerikaanse leger worden geweerd, zwerven de jongeren van Check It rond. Zwart, LGBTQ en extreem kansarm; deze tieners zijn in de kloof gevallen tussen de naar homofobie neigende zwarte straatgemeenschap en de LGBTQ-organisaties die voornamelijk voor de midden- en bovenklasse zijn bestemd. Regisseurs Dana Flor (uit Washington DC) en Toby Oppenheimer (uit New York) kwamen deze jongeren per toeval op het spoor terwijl ze werkten aan hun film over de ex-burgemeester van Washington DC. Daarna kostte het jaren om Check It te maken. Nu kan iedereen met dank aan Louis CK de documentaire voor vijf dollar downloaden.

Hoe is dit portret van de Check It-groep ontstaan? “Toby en ik maakten een documentaire over Marion Barry, de zwarte ex-burgemeester van Washington DC. Daarvoor draaiden wij in de buurt waar de meeste Check It-jongeren wonen. Daar kwamen we Ron tegen, de mentor van de groep, die ons kennis met ze liet maken. Door wat hij vertelde, wist ik dat dit een verhaal was dat gedeeld moest worden. We ontmoetten de kinderen en werden van onze sokken geblazen. Hun verhalen zijn zo uniek, zo filmisch. Dit was een paar jaar geleden. Vanaf dat moment was er geen twijfel meer mogelijk: deze documentaire moest gemaakt worden.”

Hun verhaal heeft zoveel verschillende uitgangspunten. Er is gang-cultuur en hiphop naast mode en queerness. Hoe navigeerde jullie door al die onderwerpen? “Het is een rijk en complex verhaal, dat zeker. Voor ons was er geen andere optie dan al deze facetten te tonen. Ik kom uit DC en ben altijd gefascineerd geweest door de kloof tussen rijk en arm, zwart en wit, geschoold en ongeschoold. Deze stad is het symbool van onze democratie, maar tegelijk belichamen deze jongeren het grootste falen van onze samenleving. De jongeren van Check It zijn LGBTQ en volledig gemarginaliseerd. Ze hebben geen toegang tot de andere LGBTQ-organisaties. Daarom hebben ze hun eigen gemeenschap gesticht. Trouwens, zij zien zichzelf niet als een gang, maar als een familie. Alleen de politie en de nieuwszenders noemen hen zo.”

Jullie besteden ook aandacht aan mentors: een therapeut, een sportcoach en een modeontwerper. Wat voor mensen zijn dat?  “Die mensen doen het werk van heiligen. Deze kinderen zouden helemaal niets zijn zonder hen. Deze mentors offeren alles in hun leven op, zonder ervoor betaald te worden. Zij zaten vroeger in dezelfde positie waarin deze jongeren zich nu bevinden en herkennen daarom hun problemen. Om die reden gaan ze door het vuur voor hen. Het is een zegen, maar om eerlijk te zijn: deze jongeren hebben honderden van zulke mensen nodig, niet een handjevol. Ze hebben ook medische en therapeutische hulp nodig. Al zou alles moeten beginnen met een zorgverzekering, want de meeste van hen zijn hiv-positief. Ze hebben eigenlijk nog zo veel meer behoeften, stuk voor stuk.”

Hoe was het voor jullie om hiermee jaren bezig te zijn? “Als documentairemaker heb je een complexe relatie met je onderwerp. Ik ben ouder dan zij, ik heb een andere economische status, maar uiteindelijk proberen we die verschillen juist via film te ontstijgen. Dit blijven gewoon kinderen. Sterker nog: sommige gaan naar dezelfde school als mijn dochter. Op sommige dagen zijn deze pubers boos dat je ze wilt filmen, op andere dagen zijn ze boos dat je ze niet kan filmen terwijl zij dat wel willen. We proberen altijd respectvol te blijven. We erkennen dat het lang duurt om een goede relatie met ons onderwerp op te bouwen. Zo kwamen wij altijd onze afspraken na. Als we iets beloofden, dan voerden we dat ook uit. Deze kinderen zijn al te vaak teleurgesteld. Gelukkig hebben we met onze vorige film een reputatie opgebouwd. Ze weten dat we er niet op uit zijn om hen kwaadaardig neer te zetten. Zij vertelden en wij luisterden. We hebben een voertuig voor hun verhaal gemaakt.”

En dat voertuig is op de website van de populaire New Yorkse komediant en regisseur Louis CK terechtgekomen. Hoe is dat gelopen? “Toby en ik hadden een fantastische trailer gemaakt en die is op een of andere manier beland bij het productiebedrijf van acteur Steve Buscemi. Hij werd fan en begon ons te steunen. Daarom staat zijn naam op de aftiteling. Op de première van onze film op het Tribeca Filmfestival nodigde hij zijn vriend Louis CK uit. Na afloop dronken we een borrel en Louis zei: ‘Ik ben ook fan, hoe kan ik helpen?'”

Stelden jullie toen voor om Check It op zijn website te zetten? “Nee, dat deed hij zelf. In die zin hebben we geluk gehad. Er zijn tegenwoordig veel manieren om een documentaire te distribueren maar het marketen en distribueren is een fulltimebaan op zich. Nu hebben we een unieke plek voor onszelf gecreëerd waar iedereen de film kan zien. De industrie blijft veranderen en wij moeten als kunstenaars mee veranderen om onze films in de markt te blijven zetten. Deze keer is dat ons gelukkig goed afgegaan.”

Check It | | Verenigde Staten, 2016 | Regie Dana Flor en Toby Oppenheimer | Ver­krijg­baar als download ($5) op louisck.net

Death Note
God des Doods met stekelvarken-schoudervulling

Netflix goes manga in een prima maar ook wat gladde live-actionversie van de Japanse cult-strip en anime over het Notitieboek des Doods.

Wat doe je als je de macht over leven en dood in de schoot geworden krijgt? Dan probeer je het direct uit op de bullebak van de school. Slimme scholier Light vindt een in antiek leer gebonden boek, achteloos op de aarde gegooid door een verveelde Shinigami: een God des doods. Schrijf er een naam in en de persoon zal sterven. Direct bedenkt Light een plan: hij zal opkomen voor gewone mensen die in de steek zijn gelaten door politiek en politie, hij zal alle schuim van de straten vegen. Hij zal God zijn. Terwijl criminelen onverklaarbaar en gruwelijk aan hun einde komen, begint de politie een klopjacht naar de onzichtbare vigilante, bijgestaan door een mysterieuze superspeurder, alleen bekend onder de naam L.
Death Note was een logische kandidaat voor Netflix’ onstilbare honger naar eigen content (budget voor nieuwe producties in 2017: 6 miljard euro). Van de originele manga uit 2006 zijn zo’n 30 miljoen stripboeken verkocht en de anime werden wereldwijd bekeken. In Japan verschenen ook nog vier speelfilms en drie games. Death Note is een echte culthit.
Deze Amerikaanse live-actionversie plant zijn vlag direct in Amerika: de film opent tijdens een American Football-training, inclusief cheerleaders. Ook al is Light een eenzame goth — type broeierig-depressief — de mooiste cheerleader is direct van hem gecharmeerd. Sterker, Light lijkt vooral geïnteresseerd in het gebruik van het Notitieboek des Doods als babe magnet.
Dit is een subtiel verschil met het Japanse origineel, waarin de nadruk meer lag op de dynamiek tussen Light en zijn God des Doods, Ryuk. Deze drie meter lange, graatmagere griezel met stekelvarken-schoudervulling en grote clownsgrijns is een van de meest onwaarschijnlijke culsterren uit de popcultuur. Loerend, lachend en bijtend op een sprookjesrode appel schept hij er een sardonisch genoegen in een mensenkind op te zadelen met bovenmenselijke bevoegdheden. Wat een heerlijk personage.
In de filmversie is Ryuk een motion-capture-creatuur dat zich helaas meer in de schaduwen ophoudt. Gelukkig is hij voorzien van de verrukkelijke stem van Willem Dafoe: half honing, half schuurpapier. Death Note is verder best een vlotte film, voorzien van een modieus-duistere electro-score (Oscarwinnaar Atticus Ross) en glijdt ondanks het inktzwarte verhaal vlotjes naar binnen, zoals de meeste Netflix-content. De algoritmes kunnen tevreden zijn.

Rik Herder

Death Note | | Verenigde Staten, 2017 | Regie Adam Wingard | 101 minuten | Met Margaret Qualle, Willem Dafoe, Shea Whigham, Nat Wolff | Te zien op Netflix vanaf 25 augustus

Icarus
Dopingdokter op de vlucht

Van Super Size Me naar Citizenfour, Bryan Fogels debuutdocumentaire verandert abrupt van toon en inhoud om ons te overtuigen van dopingsamenzweringen. Ondanks het fascinerende verhaal van een Russische klokkenluider kan Icarus die twee documentaires niet evenaren.

Om aan te tonen hoe groot de invloed is van dopingsamenzweringen in de sportwereld kiest debuterend documentairemaker Bryan Fogel aanvankelijk de tactiek van Super Size Me, waarin Morgan Spurlock dertig dagen alleen maar producten van McDonald’s at. Fogel schrijft zich in voor de grootste amateurwielrenwedstrijd van de wereld terwijl hij stiekem een dopingprogramma volgt. Volgespoten met epo en testosteron wil hij door de drugstest heenkomen om aan te tonen dat alle sporters met de juiste begeleiding de gewenste testresultaten kunnen behalen. Hij laat zich daarbij vooral inspireren door legendarisch wielrenner Lance Armstrong die na getuigenissen van zijn ploeg het middelpunt van een immens dopingschandaal werd. In de gelijkenis van Armstrong toont Icarus hoe alle topsporters op dopingdieet de Griekse mythe opzoeken: ze vliegen steeds dichterbij de zon totdat hun vleugels smelten en ze neerstorten.
Icarus begint als een egodocumentaire van een man op een dopingdieet, maar verandert plotseling van toon en inhoud. Grigory Rochenkov, de Russische dopingexpert die Fogel opvoert, komt onder druk te staan van de World Anti-Doping Agency. Misschien voelde Rochenkov de bui hangen, want hij speelt open kaart met Fogel, die hem vervolgens helpt om naar Amerika te vluchten. Daar onthult Rochenkov de grootste samenzwering in de sportgeschiedenis. Het is een schokkende getuigenis maar de manier waarop Icarus het brengt, doet afbreuk aan het effect: plotseling stopt Fogel met de Super Size Me-benadering en vult de tweede helft van de film met interviews met Rochenkov. Alsof die getuigenis niet krachtig genoeg is, haalt Fogel er nog wat citaten uit Orwells 1984 bij maar die zorgen niet voor verdieping of verheldering.
Icarus werkt ook niet helemaal als een portret van een klokkenluider. Ter vergelijking: Laura Poitras speelde in Citizenfour een bepalende rol in de beeldvorming van NSA-klokkenluider Edward Snowden. Fogel lijkt alleen goed voor het boeken van Rochenkovs vliegticket naar Los Angeles. Bovendien staat de regisseur geen moment stil bij zijn eigen rol wanneer Rochenkov als klokkenluider problemen krijgt in Amerika. Wanneer Fogel tegen het einde van Icarus aan tafel zit met onderzoekscommissies om Rochenkov te verdedigen, lijkt dat meer bedoeld om de kijker niet te laten vergeten dat de film in eerste instantie over hem ging. Het is echter de excentrieke en charmante Rochenkov die de documentaire de moeite van het kijken waard maakt. Zijn vrouw vraagt hem via Skype waarin hij dit allemaal doet. Een antwoord heeft hij niet. Dit is de man die decennialang het dopinggebruik van Russische atleten geheimhield voor de wereld en nu vlucht hij voor het systeem dat hij zelf in stand hield. Hij blijkt de echte Icarus van de film.

Hugo Emmerzael

Icarus | | Verenigde Staten, 2017 | Regie Bryan Fogel | 121 minuten | Te zien via Netflix

Person to Person
Stoffige nostalgie

Dustin Guy Defa maakte eerder een korte versie van Person to Person met Bene Coopersmith in de hoofdrol. Coopersmith keert terug voor een nieuw hipsteravontuur. Een uitbreiding van eerder werk dus, maar de magie van Defa’s korte film is daarmee ook een beetje verloren gegaan.

‘Blijven plakken’, kopte het artikel op de website van de Filmkrant over Person to Person, een aanstekelijke korte film van Dustin Guy Defa uit 2014, over een brakke dag in het leven van de New Yorkse hipster Benny. Die titel is alleen maar meer gaan slaan op regisseur Defa die zijn tweede lange speelfilm weer Person to Person heeft genoemd. Daarin volgen we opnieuw Benny op een kleinschalig avontuurtje in New York. Deze keer is dat de aankoop van een zeldzame elpee op rood vinyl.
Grote verhalen schotelt Defa ons dus niet voor, al is daar weinig mis mee. De korte versie van Person To Person, waarin Benny van een partycrasher af probeerde te komen, leek vooral bedoeld als een amuse: het deed de kijker verlangen om meer tijd met Benny door te brengen. Acteur Bene Coopersmith weer in actie zien is dus een beetje als terug ploffen in de stoffige, gezellige nostalgie.
In plaats van Benny’s verhaal uit te breiden, voert Dustin Guy Defa in de langere Person to Person gewoon meer kleurrijke New Yorkers op. Sommige van de nieuwe personages in deze mozaïekfilm werken beter dan anderen. Misschien komt Michael Cera als een kneuterige, trash metal luisterende misdaadjournalist nog wel in de buurt, maar niemand tipt aan Benny, die een achtervolging op fixie-fiets inzet om zijn een elpee terug te krijgen die hem net is ontstolen.
Andere toevoegingen aan Defa’s New York voegen minder toe. Zo is er Buster (Isiah Whitlock Jr.), die opschept over de seksuele aanvaringen die hij had met de ex van Frank Sinatra. Benny’s vriend Ray (George Semple III) schiet ook mis: hij verschuilt zich in Benny’s flat omdat hij naaktfoto’s van zijn ex op het internet heeft geplaatst. De vrouwelijke personages komen er niet beter van af. Er is de androgyne tiener Wendy (Tavi Gevinson) die overal een hekel aan heeft en Claire (Abbi Jacobson), de zwijgzame stagiaire die in de leer is bij Cera’s journalist. Person to Person wil een gezellig portret van New Yorkers zijn, maar door het ensemble aan personages uit te breiden voelt de film minder sympathiek. En dat was nou net het sterke punt van Defa’s korte film.

Hugo Emmerzael

Person to Person | | Verenigde Staten, 2017 | Regie Dustin Guy Defa | Met Bene Coopersmith, Michael Cera | Te huur en te koop via Itunes

Geschreven door de Filmkrant