Sanne Vogel – 24 januari 2013

  • Datum 24-01-2013
  • Auteur
  • Deel dit artikel

Life of Pi

Actrice, schrijfster en filmregisseuse Sanne Vogel over haar filmische ervaringen in de bioscoop en het echte leven. Deze maand: Tranen die bleven komen.

Eigenlijk trok de trailer me niet zo. En ik heb het boek ook nooit gelezen. Ik hou ook niet echt van die 3D-brillen, maar omdat ik alleen maar enthousiaste reacties hoorde, besloot ik toch maar met mijn vriendje naar Life of Pi te gaan. Misschien was het de winterblues, of waren het mijn hormonen, misschien ben ik gewoon emotioneel instabiel of krijg ik te weinig Omega 3-vetzuren binnen, of misschien raakte deze film mijn diepste verlangen waarvan ik weet dat deze onmogelijk realiteit kan worden en begonnen de tranen daarom onophoudelijk over mijn wangen te stromen. Het regende op mijn gezicht, eerst in de donkerte van The Movies en later op de fiets. Mijn tranen bleven komen. En met gebroken stem probeerde ik mijn vriendje uit te leggen waarom ik zo diep in mijn ziel was geraakt door deze film. Van kinds af aan troost ik mijzelf in donkere dagen met de fantasie dat ik op een dag met dieren zal kunnen praten en dat ik dan bevriend zal raken met drie wilde dieren. Ten eerste met een leeuw in Afrika. Ik zou door de leeuw meteen herkend en geaccepteerd worden. Hij zal mij opnemen in zijn leeuwenfamilie en ik zal bij de ondergaande zon met zijn welpen stoeien en elke nacht lepeltje, lepeltje, lepeltje slapen, tussen de leeuw en zijn leeuwin. En in de ochtenden zal ik wakker worden van de kriebelende manen in mijn neus. Deze fantasie is mijn netvlies ingekropen na het zien van The Lion King. De tweede fantasie gaat over een vriendschap met een keizerpinguïn. Ik ben op de Zuidpool, alles is wit en het waait hard, ik ben moe maar dat deert me niet. En dan zie ik ze staan in een grote kluit: een kudde keizerpinguïns. Eentje kijkt op, hij ziet mij en ik zie hem, hij begint in hoog tempo op mij af te waggelen en ik ren elegant in slowmotion op hem af. Hij springt in mijn armen. Ik druk zijn ronde buik tegen die van mij. En leg mijn neus tussen de kleine veren in zijn nek. Hij geeft me kopjes over mijn voorhoofd. Deze fantasie is ontstaan na het zien van March of the Penguins. De derde vriendschapsfantasie is waarschijnlijk ontstaan na het zien van Free Willy, ook al betreft het hier geen vriendschap met een orka maar met een blauwe vinvis. Ik zwem uren onder water door de oceaan. Zonder lucht te hoeven happen. Alles is helder en niets eng.
De zon reikt in lichte strepen tot de zanderige bodem. En dan wordt het donker: een blauwe vinvis neemt met zijn gigantische verschijning al het zonlicht weg, hij neemt mij op zijn rug en laat me door de zee glijden. Zoals alleen walvissen dat kunnen. Maar dat zijn allemaal fantasieën. Die onmogelijk realiteit kunnen worden. Dat weet ik dondersgoed, maar ik wil het niet weten. Het idee dat een dergelijke vriendschap met een wild dier nooit mijn leven zal komen verrijken maakt me verdrietig dus ik koester mijn fantasieën als een peuter van vijf wiens hersenen werkelijkheid en fantasie nog niet van elkaar hebben gescheiden. En dat is precies waar die film over gaat, over het kiezen van een eigen werkelijkheid waarin je vrienden kunt zijn met een tijger en waarin er stokstaartjes op je rug komen slapen op een magisch eiland. In die fantasie wil ik leven. Al is het maar voor een uurtje, één keer in mijn leven.

Sanne Vogel

Geschreven door