Redactioneel – 7 maart 2018
Het is jammer dat de bubbel het afgelopen jaar zo’n problematisch begrip is geworden, want om filmfestivals te beschrijven ken ik nog steeds geen beter beeld. Een festival is een beetje zoals een aquabubble, zo’n levensgrote doorzichtige plastic bal waarin je op het water kunt lopen. Je kunt de hele wereld zien, iets onmogelijks doen, je moet er flink voor balanceren, maar je haalt toch geen nat pak.
Een nog betere bubbel vind ik trouwens het aloude sneeuwbolletje. De films zijn de sneeuwvlokken, en na stevig schudden zie je na een week of zo de contouren van de stad of het landschap dat het festival voor jou heeft opgetrokken.
Voorafgaand aan het 68ste Filmfestival Berlijn stelde directeur Dieter Kosslick, die dit jaar zijn een-na-laatste editie samenstelde, dat het dit jaar lastig zou zijn om een thema of trend in zijn programma te ontdekken: de films uit de competitie "weerspiegelden de wereld zoals hij is, en die wereld is complex, gelaagd en opwindend." Van Kosslick is dit opmerkelijk, want meestal heeft zijn selectie wel een duidelijke toon — meestal politiek. En bovendien, elke film weerspiegelt op een bepaalde manier de wereld. Het gaat natuurlijk om het hoe en waarom.
Of een festival nu zelf wel of niet de contouren van z’n selectie (en daarmee van z’n selectiecriteria en -procedure) aangeeft, voor elke toeschouwer, professioneel of niet, ontstaat er in het aanbod vanzelf een verhaal. Zelfs al wordt dat alleen maar gedicteerd door de toevallige volgorde waarin mensen een aantal films zien. Het is een associatief verhaal, zonder causale verbanden. Maar omdat wij mensen nu eenmaal verhalenvreters zijn leggen we die zelf wel aan in het gesprek dat die films met elkaar en de wereld er omheen aangaan.
Hoe weloverwogener zo’n programma tot stand komt, hoe spannender die interacties worden. Hoe interessanter de wisselwerking tussen films onderling en de buitenwereld, hoe meer een selectie getuigt van goed curatorschap. Dat betekent dat je niet alleen maar een vlootschouw samenstelt van de beste en belangrijkste films die beschikbaar zijn. Elke film vraagt niet alleen om een goede reden om ‘m te vertonen aan een festivalpubliek, maar vraagt ook om een samenhang met de andere films.
Als die samenhang ontbreekt — zoals dit jaar in Berlijn — zit er geen lucht in de aquaballon, of loopt juist het water uit het sneeuwbolletje weg en implodeert het programma. Dan zweven zelfs relevante en urgente films als Christian Petzoldts Transit, die een vluchtelingenverhaal uit de Tweede Wereldoorlog naar hedendaags Marseille verplaatste en daarmee een van de meest indringende films in het genre afleverde die ik heb gezien (en dat zijn er nogal wat), hulpeloos rond in het luchtledige.
Dana Linssen | @danalinssen