Redactioneel – 31 mei 2017
Cannes! Cannes!
Wonderlijke zwaartekracht heeft dat festival.
Als je er bent vergeet je dat je er bent. Je raakt zo opgeslorpt door het gewoel dat je al snel denkt dat alles wat je overkomt het hoogst mogelijke soortelijk gewicht heeft. Als je er niet bent heb je daardoor geen idee wat er daar allemaal aan de hand is. En toch is het nog steeds het belangrijkste filmfestival van het jaar, als het gaat om schaal, geschiedenis, prestige, en niet te vergeten de jaarlijkse vlootschouw van de schepen die later het jaar in je plaatselijke filmtheater voorbij komen varen. Zie daar de onmogelijke spagaat waarin elke verslaggever ter plekke en elke filmliefhebber elders zich elk jaar de laatste twee weken van mei bevinden. Het festival is netjes opgedeeld in verschillende secties, verschillende hiërarchieën, van hoofdcompetitie tot het programma van de Cinéfondation voor aanstormende talenten (met dit jaar de korte film Lelja van Stijn Bouma om de Nederlandse eer te redden).
Als thuisblijver heb je er al snel een dagtaak aan om alles lezen wat er verschijnt, al die meningen te wegen. Een goede hulp daarbij is David Hudsons blog die kort voor het festival naar Criterion verhuisde en die de belangrijkste Engelstalige recensies inventariseert.
Ouderwetse festivalverslagen waarin films tegen elkaar, de (film)geschiedenis en nog zo wat van die dingen worden afgezet, geanalyseerd, met elkaar in gesprek gaan, waarin grotere lijnen worden gevonden, zijn een beetje uit de mode in het eeuwige hier en nu waarin we lijken te leven. Tegelijkertijd signaleerde Kees Driessen in het Filmkrant-blog dat de zeventigste editie van het festival juist enorm retrospectief en nostalgisch was. Hij stelt daarin de vraag die elke journalist zich keer op keer zou moeten stellen: "Waarom vertonen ze deze films nu? Is dit echt de stand van de eenentwintigste-eeuwse cinema?" (Iets wat ook elke filmmaker zich zou moeten afvragen trouwens: waarom wil ik deze film nu maken? Of hij zal bijdragen aan de eenentwintigste-eeuwse cinema, of aan wat dan ook, zou daaruit eigenlijk als vanzelf moeten voortvloeien).
Het mooiste stuk over Cannes 2017 ging ook over vroeger, maar was niet nostalgisch. Matt Micucci beschreef voor Festivalists een herinnering van een jonge filmjournalist die een ontmoeting had met François Truffaut in het jaar voordat hij met Les 400 coups geschiedenis zou schrijven. De geest van Truffaut en al die andere vernieuwers waart nog altijd rond op het festival. Het maakt dat elk jaar de lat hoger komt te liggen — en al die professionele bezoekers steeds kritischer gaan kijken. Niets kan ooit beter zijn dan je herinneringen — de last van de canon kan ook te zwaar wegen. Het mooie van Micucci’s stuk is dat hij ons aan drie dingen helpt herinneren die niets met het verleden te maken hebben, maar met het hier en nu: dat enthousiasme de vermoeidheid van tijd en geschiedenis opheft, dat er elk jaar weer jonge filmmakers en -journalisten zijn die de geschiedenis willen gaan veranderen, en dat dat soms nog eens lukt ook. De filmkunst is vitaal. Laat je niet door festivalfatigue misleiden.
Dana Linssen | @danalinssen