Mening – 4 februari 2016
The Evil Dead
Het is altijd wat vreemd om filmmakers te horen verklaren dat ze geen filmkijkers zijn. Zoals tijdens het afgelopen Filmfestival Cannes, waar zelfs de tegenpolen Michael Haneke en Lars von Trier eenstemmig verklaarden een broertje dood te hebben aan vragen over hun filmische invloeden. Vreemd waren die vragen niet. Want beide regisseurs maakten een horrorfilm. De één strak en cerebraal. De ander wild en intuïtief. das weisse band zou je prima in een double bill met village of the damned kunnen vertonen, de Engelse klassieker uit 1960 waarin angstaanjagende blonde-blauwogige kinderen het stadje Midwich terroriseren. Haneke kent de film niet, althans niet bewust, maar gebruikte hetzelfde zwart-wit als Wolf Rilla om anno 1910 de sadistische kinderen te portretteren die volwassen zouden zijn tijdens de Hitler-tijd. Naast Von Triers shocker antichrist zou je dan misschien Sam Raimi’s evil dead moeten laten zien, als schoolvoorbeeld van de boshorror waarin het onberedeneerde kwaad is losgelaten. Ik kom hier eigenlijk op omdat de hele filmgeschiedenis, of regisseurs die nu beweren te kennen of niet, een doorlopende stroom van dit soort antipolen en geheime verwantschappen is. Ik vermoed dat zelfs regisseurs als Haneke en Von Trier al die films die ze niet gezien hebben toch ongezien gezien hebben. Net terug van het Filmfestival Cannes — waar me herhaaldelijk werd gevraagd hoe het na de drie Nederlandse films in Berlijn toch met die Lagelandse Renaissance is gesteld — bekruipt me de gedachte dat de Nederlandse film nog steeds te veel een eiland is. Waarom gaan Nederlandse regisseurs — de cinefiele veelvraten daargelaten — niet wat vaker op studiereis naar zo’n festival om gedisciplineerd een stuk of dertig films lang te kijken naar hoe hun collega’s uit Roemenië of Thailand het er vanaf brengen? Niet iedereen is namelijk een Von Trier of een Haneke. En ondergedompeld worden in die filmflow van beelden, dramaturgische ritmes en terloopse visuele trefzekerheid kan een leerzame en inspirerende ervaring zijn. Al is het maar om van de fouten van anderen te leren. Te weten wat je niet wilt. Film is niet een beredeneerd trucje, maar kent wel degelijk wetmatigheden (om vervolgens achter je te laten, te manipuleren of te gehoorzamen). Al ontdekken denk ik ook veel filmmakers dat pas gaandeweg. Maar je kunt pas beweren vrij van invloeden te zijn als je zelf gezag hebt. Zo lang we een filmland bubbling under zijn, passen eerst bescheidenheid en nieuwsgierigheid.
Dana Linssen