FilmBoeken – 18 oktober 2010
Cinefilie bloeit
THE GODFATHER
Theoretisch is het simpel. Aangezien ook boeken tegenwoordig volledig digitaal worden vormgegeven, kan een recensent met wat medewerking van een welwillende uitgever een boek al voor het van de persen rolt gelezen hebben. Ook de horde van fysieke afstand behoort hiermee in theorie tot het verleden. Maar de praktijk blijkt nog altijd weerbarstiger.
Neem nu de nieuwe bundel van de gerenommeerde filmcriticus Jonathan Rosenbaum: Goodbye cinema, hello cinephilia. De digitale kopie die de Amerikaanse uitgever me stuurde vereiste vanwege het DRM (Digital Rights Management, digitale versleutelingen die piraterij onmogelijk moeten maken) allerlei extra software, die mijn aftandse, dichtgeslibde PC echter met geen mogelijkheid kon draaien. En dus leek er niets anders op te zitten dan geduldig te wachten tot de ouderwetse papieren versie die per post uit Amerika was verzonden op de mat zou liggen.
Internet bood ondertussen uitkomst: via Google Books achterhaalde ik de inhoudsopgave en introductie van de bundel, en op basis daarvan kon het merendeel van de artikelen online bijeen gesprokkeld worden — op de sites van de tijdschriften waarin zij origineel verschenen (zoals Rosenbaums artikel over the godfather voor de Slow Criticism-bijlage bij Filmkrant 307) of op Rosenbaums eigen webstek (jonathanrosenbaum.com), waar hij druk doende is zijn immense archief te ontsluiten. Van de 53 stukken die deze bundel (Rosenbaums vierde) verzamelt, is slechts een handvol niet online terug te vinden.
Normaal gesproken zou ik u natuurlijk niet lastigvallen met deze persoonlijke besognes, maar ze weerspiegelen exact de gevolgen van de digitalisering waar ook Rosenbaum in veel van deze stukken op reflecteert. Hoewel hij het daarbij uiteraard heeft over de verschuivingen in de filmwereld, niet in die van het lezen, zijn de mechanismen grotendeels hetzelfde. Rosenbaum neemt daarin een bewonderenswaardig evenwichtig en genuanceerd standpunt in, met niet alleen aandacht voor die onderdelen van de cinema die door internet verloren gaan (een houding die, zoals hij zelf aangeeft, onder de leeftijdsgenoten van de 67-jarige auteur overheerst) maar ook voor de hoopgevende nieuwe ontwikkelingen die het oplevert. Ziedaar de titel: terwijl de cinema (in al zijn plaatselijk variërende betekenissen) langzaam verdwijnt, tiert de cinefilie welig.
Wat de verzameling artikelen, recensies en lezingen (waarvan de oudste werd gepubliceerd in 1974 en de nieuwste stamt uit 2009) echter vooral toont is dat dit soort veranderingen van alle tijden zijn. ‘Cinema’ is nooit een vastomlijnd gegeven geweest, en André Bazins beroemde vraag ‘Wat is cinema?’ kan van jaar tot jaar en van land tot land opnieuw beantwoord worden.
Oh, en voor de puristen: het boek lag net op tijd alsnog op de deurmat, dus die laatste stukken (over Marilyn Monroe en Charlie Chaplin, bijvoorbeeld) zijn ook gewoon nog gelezen. Op papier.
Joost Broeren
Goodbye cinema, hello cinephilia: Film culture in transition
Jonathan Rosenbaum
2010, University of Chicago Press, 376 p, $25.00
De fabel van de cinema
Jacques Rancière
2010, Octavo, €16,50
Met enige vertraging is hij er eindelijk: de Nederlandse vertaling van La fable cinematographique, een scherpzinnige analyse van de moderne cinema door Jacques Rancière. Deze Franse filosoof schreef over politiek, literatuur en esthetiek, en is zich later meer gaan concentreren op de filmkunst. In dit handzame boekje bespreekt hij onder meer het werk van Eisenstein, Godard, Fritz Lang, Anthony Mann en Rossellini.
De toekomst van het beeld
Jacques Rancière
2010, Octavo, €13,50
Tegelijk met De fabel van de cinema verschijnt de vertaling van Le destin des images, waarin Rancière een verrassend inzicht geeft in de betekenis van het beeld in de hedendaagse cultuur. Hij legt verbanden tussen schilderkunst, film, industriëel design en poëzie, en stelt bere-interessante vragen, zoals: ‘Is er iets dat onrepresenteerbaar is?’ Rancière leest niet gemakkelijk weg omdat het zo vol is, boordevol intelligent denkwerk, boordevol namen en linken. Deze twee Rancières mogen niet ontbreken in de kast van mensen die houden van film en van kleine, boordevolle boeken.
Ostrannenie
Annie van den Oever (red.)
2010, Amsterdam University Press, €29,50
Dit woord, ostranenie (soms met één ‘n’ geschreven, soms met twee), is wellicht niet zo handig gekozen als titel, maar wel goed. Het betekent zoiets als ‘defamiliarization’, vervreemding. Daarover gaan de essays en interviews in dit boek, over het fenomeen ‘vervreemding’ in film en media, gekoppeld aan theorieën van Brecht, Freud en Derrida. Laat je dus niet misleiden of afschrikken door deze (ver)vreemde(nde) titel.
Collected screenplays
Paul Auster
2010, Faber & Faber, €39,50
Zo mooi zien we ze niet vaak, scenario’s. Deze bundel, lichtblauw met krullende letters, meer dan 500 pagina’s dik, uitgegeven in hardback en ogend als een roman, maakt deel uit van een serie met het verzameld werk van de Amerikaanse auteur Paul Auster. Maar het gaat niet om de mooie buitenkant, de binnenkant is interessanter, die bevat scenario’s van de gelijknamige films smoke, blue in the face, lulu on the bridge en the inner life of martin frost, plus ‘production notes’ en interviews met Auster over zijn werk.
Bankroll — A new approach to financing feature films
Tom Malloy
2010, Michael Wiese Productions, €24,95
In Bankroll — op het omslag rolletjes bankbiljetten — beschrijft Malloy op onconventionele wijze hoe je geld verzamelt voor (onafhankelijke) films. Hij blijft niet hangen in theorieën maar geeft heel precieze en praktische tips, en doet dit met zoveel enthousiasme dat zelfs de zakelijke kant van filmmaken een leuke onderneming wordt: ‘Go bankroll your film!’
Samenstelling Claudia Jong | International Theatre & Film Books | Leidseplein 26 | 1017 PT Amsterdam | t 0206226489 | i theatreandfilmbooks.com