Boeken: twee keer Wong Kar-wai

Bewondering

Tijdreis 2046

Hongkong-regisseur Wong Kar-wai is deze maand juryvoorzitter van het 59ste Filmfestival van Cannes (17 t/m 28 mei). Het is de eerste keer in de geschiedenis van het festival dat een Chinese filmmaker die eer te beurt valt. "Our goal will be to keep our windows open as wide as possible", zo liet Wong Kar-wai al weten. En de oude festivaldirecteur Gilles Jacob, die Wong Kar-wai’s eerste film As Tears Go By (1988) al naar Cannes haalde, omschreef zijn werk voor de gelegenheid nog eens bewonderend als "plastic splendour and nostalgic amoureus emotion in the great romantic tradition."

In de twee boeken die vorig jaar over het werk van Wong Kar-wai verschenen, wordt die bewondering verder uitgediept. De Amerikaanse docent en criticus Peter Brunette en de Chinese, in Australië residerende schrijver en historicus Stephen Teo gaan er allebei prat op dat zij de eerste WKW-monografie schreven. "This book is the first in any language to cover all of Wong’s work", aldus de Amerikaanse uitgever van Brunette’s boek. "In this, the first book-length study of Hong Kong cult director Wong Kar-wai, Stephen Teo provides an overview of his career as well as in-depth analyses of all eight of his feature films to date", aldus Teo’s Engelse uitgever. Een vergelijking tussen de boeken, die allebei in 2005 verschenen, pakt duidelijk uit in het voordeel van Stephen Teo en zijn uitgever, het British Film Institute.

Time odyssey
In een heldere en vaak adembenemende stijl graaft Teo in Wong Kar-wai’s oeuvre. Hij duikelt schitterende paradoxen op over het lokale en tegelijkertijd globale karakter van zijn films. Hij staat stil bij de populistische (denk aan de vele (pop)sterren die zijn films bevolken) en tegelijkertijd cerebrale insteek van zijn werk. Uitvoerig beschrijft hij de wonderlijke balans tussen droom en werkelijkheid, waardigheid en wanhoop. En op onnavolgbare wijze duidt hij de spanning tussen woord en beeld, waarbij hij de literaire grondvesten van Wong Kar-wai’s werk tot in de puntjes weet te ontsluieren. Zo laat hij de rol van het toeval en het geheugen in het werk van de Japanse romanschrijver Haruki Murakami (On Seeing the 100% Perfect Girl One Beautiful April Morning en The Girl from Ipanima 1963/1982) weerkaatsen in Chungking Express (1994). Een paar hoofdstukken later voert hij de Japanse schrijver Osamu Dazai op, en laat hij zien hoe de romanstructuren van The Setting Sun en No Longer Human de filmische structuur van Wong Kar-wai’s scifi-epos 2046 (2004) hebben beïnvloed. In één adem pleit hij ervoor om 2046 geen ‘space odyssey’ maar ‘time odyssey’ te noemen.

Naast Raymond Chandler en Gabriel García Márquez is het vooral de Argentijnse schrijver Manuel Puig (Heartbreak Tango, The Buenos Aires Affair, Kiss of the Spider Woman) die – zo argumenteert Teo &Ndash; van invloed is geweest op Wong Kar-wai’s elliptische filmstijl. Niet alleen in het hoofdstuk over Happy Together, waarvoor Wong Kar-wai op locatie in Buenos Aires filmde, maar door het hele boek heen is Manuel Puig een prominente figuur. De literatuur dwingt de cinema dan uiteindelijk niet in een keurslijf (zoals veel te vaak en veel te makkelijk wordt beweerd) maar bevrijdt de boel. Teo weet dat op een aantrekkelijke en geloofwaardige manier voor het voetlicht te brengen.

Geen wonder dat Teo (eerder verantwoordelijk voor de schitterende bundel Hong Kong cinema, 1997, waarin Wong Kar-wai’s voice overs al treffend mind dialogues werden genoemd) ook vaak in het boek van zijn Amerikaanse collega Brunette wordt geciteerd. En hij is niet de enige. In het begin denk je nog dat Brunette heel genereus is door continu naar andere teksten en interviews te verwijzen, maar geleidelijk aan kom je er achter, dat dat een schuilplaats is.

Zwervende vader
De interessantste uitspraken in Brunette’s boek komen niet van de auteur zelf, maar van anderen. Vooral uit het Franse filmtijdschrift Positif, dat met de oude hoofdredacteur Michel Ciment een van de vroegste WKW-fans telt, is flink geplunderd. Naar aanleiding van zijn gangster-melodrama As Tears Go By zegt Wong Kar-wai in een interview met Ciment uit 1995 bijvoorbeeld: "I spent three or four years of my youth drinking, fighting and driving fast cars." Een leuk autobiografisch detail, vooral omdat Wong Kar-wai dit soort persoonlijke gegevens niet echt rondstrooit. Het wezenlijke verschil tussen Teo en Brunette is dan, dat Teo ook iets met zo’n detail doet. Zo voert hij Wong Kar-wai’s vader op als een zeeman die later als nachtclubmanager werkte, en weet hij de geest van die zwervende vader ook in zijn films te traceren. Brunette geeft alle citaten ruiterlijk toe, maar tussen een overvloed aan adjectieven (amazing, overwhelming, brilliant, breathless, exciting, stunning, thrilling, extraordinary, ultrasensual, powerful, fascinating, sublime) blijft het met een lantaarntje zoeken naar Brunette’s eigen bevindingen over deze unieke iconoclast.


Wong Kar-wai, Stephen Teo | 2005, British Film Institute (verschenen in de serie World Directors) | 191 p | 27,90 euro

Wong Kar-wai, Peter Brunette | 2005, University of Illinois Press (verschenen in de serie Contemporary Film Directors) | 154 p | 22,95 euro