Boeken: The HBO Effect
Het geheim van HBO
The Sopranos
De beste, meest vernieuwende Amerikaanse series waarover het meest gesproken en gekletst werd, kwamen jarenlang van HBO; van The Sopranos en The Wire tot Girls en Game of Thrones. Wat maakt HBO nou eigenlijk zo bijzonder?
Door Janna Reinsma
De spreekwoordelijke mensen bij het koffiezetapparaat én de critici zijn het erover eens dat Amerikaanse televisie in positieve zin niet meer is wat het geweest is. Sinds de late jaren negentig leven we zelfs in de tweede ‘golden age of television’ (de eerste was in de jaren 50 en begin jaren 60). En zo’n beetje al het goede kwam van betaalzender HBO. Een greep uit de succesvolste series: Sex and the City (1998), The Sopranos (1999), Six Feet Under (2001), The Wire (2002), Boardwalk Empire (2010), Game of Thrones (2011) en Girls (2012). Wat maakte HBO opeens zo visionair? In The HBO Effect doet Dean J. DeFino een poging te verklaren hoe het HBO-succes de Amerikaanse televisie blijvend heeft veranderd.
HBO was volgens DeFino niet ‘opeens’ visionair, maar al vanaf het begin in 1972. Als een van de eerste betaal-tv-netwerken begon HBO vijf jaar na de lancering al eigen programma’s en films te produceren (‘original programming’), waarin van alles kon wat vanwege overheidscensuur op de landelijke tv niet mocht: geweld, seks en vloeken (met een fijn Amerikaans eufemisme ‘graphic content’ genoemd). Bovendien was HBO geen verantwoording schuldig aan adverteerders en hoefde de programmering hooguit gemiddeld, niet per se per programma, goed genoeg te zijn om de (witte en hoogopgeleide) doelgroep aan zich te binden. Daardoor was er veel inhoudelijke vrijheid, en de afwezigheid van reclamepauzes maakte een heel andere spanningsboog en diepgang mogelijk dan die van een verhaal dat vier keer wordt opgeknipt.
Hoewel DeFino de periode tussen deze begintijd en de jaren 90 en daarna niet helemaal bevredigend verbindt, geeft deze liberale en compromisloze voorgeschiedenis van HBO wel een indruk van de achtergrond van de eigenzinnige HBO-series van rond de eeuwwisseling. Grote talenten uit tv en film kregen bij de zender volledige vrijheid en er werd geïnvesteerd in lange afleveringen, maar juist korte seizoenen. Dit maakte langvertakte verhalen mogelijk met complexe personages en een rijkdom aan details en subplots, die zowel het highbrow- als het lowbrow-publiek wisten te bekoren. De HBO-verhalen zijn vaak psychologisch realistisch, moreel ambigu, vol losse eindjes en zetten vaak de vertrouwde genres op hun kop, met The Sopranos als schoolvoorbeeld. Een hele lichting getroebleerde, duistere, niet per se sympathieke of heldhaftige mannen als Don Draper of Walter White (van respectievelijk Mad Men en Breaking Bad van AMC) zou niet denkbaar geweest zijn zonder Tony Soprano (een onderwerp waarover Brett Martin al eens een boek schreef met de verrukkelijke titel Difficult Men).
Dit is waarschijnlijk voor niemand groot nieuws. Een van de vele helazige dingen aan DeFino’s boek is de discrepantie tussen zijn grenzeloze bewondering voor de inhoudelijke diepgang van HBO, en zijn eigen repetitieve en weinig verrassende analyses. Wie heeft er behoefte aan ronkende citaten van de CEO van de zender die tegen de scenarist van The Wire zegt: ‘Fuck it. Let’s do it. […] If we didn’t put it on, who would?’ Wat we willen weten is wat er voor rigoureuze selectie plaatsvindt vóórdat iemand eenmaal ‘binnen’ is en carte blanche krijgt. Waarom kwamen series van Spike Lee en Kathryn Bigelow niet voorbij de pilotfase? Welke keuzes zijn doorslaggevend om dure series voortijdig te beëindigen? Welke inhoudelijke invloed gaat van HBO als producent uit? Door DeFino wordt het mysterie niet ontrafeld, maar eerder vergroot. Dat maakt dat je zijn antwoord op de vraag of HBO niet aan zijn succes ten onder zal gaan (antwoord: waarschijnlijk niet, want HBO blijft altijd vernieuwen) met een onderdrukte gaap tot je neemt, en de aardse gedachte niet geheel kan onderdrukken dat HBO ook maar een extreem rijke commerciële partij is die best vaak raak schiet maar ook heel vaak mis.
The HBO Effect | Dean J. DeFino | 2014, Bloomsbury | 246 pagina’s | € 18,99
Kort
Basisboek Scenarioschrijven | Joost Schrickx | 2015, Pelicula Film & TV | €19,95
Dit werk van Schrickx is echt een basisboek. Helder en stapsgewijs loopt hij de fases door naar een goed scenario, opgedeeld in hoofdstukken per genre. Een nieuw scenarioboek in onze eigen taal is een aanwinst, en het opnemen van de genres documentaire en opdrachtfilm is heel welkom in het aanbod. Het boek bevat veel voorbeelden en een code die toegang geeft tot een website met nog veel meer filmfragmenten, scenario’s en de mogelijkheid tot beoordeling van de oefeningen uit het boek.
Saul Bass Anatomy of Film Design | Jan-Christopher Horak | 2014, University Press of Kentucky | €42,99
Dat Saul Bass een game changer was in de filmindustrie mag bekend zijn. Hij zette filmdesign en vooral de begintitels op de kaart en creëerde een heel eigen stijl en werkwijze. Hoe zich dat voltrok wordt door Horak in dit lijvige boek uiteengezet, maar het boek is niet alleen een biografie. Het gaat dieper in op de artistieke rol die Bass in de filmwereld, en daarbuiten in zijn reclamewerk, gespeeld heeft. "Bass communicates meaning through composition, creating graphics in motion that are astounding today because they were produced with analogue technology rather than digital." Een baanbrekende outsider noemt Horak hem. Hij verzon immers zijn eigen droombaan, maakte het tot zijn ambitie kunst met een grote letter K naar het grote publiek te brengen, en omringde zich met mensen die net als hij niet afhankelijk waren van het klassieke Hollywoodsysteem. Het enige nadeel van het boek zijn de summiere zwart-wit afbeeldingen. Dat had Bass toch anders gedaan.
The Hollywood Sequel History & Form, 1911-2010 | Stuart Henderson | 2014, Palgrave Macmillan | €34,99
Hoewel het bijna altijd tegenvalt, staan we er toch allemaal voor in de rij: de sequel. En hoewel het idee heerst dat de filmmarkt ermee wordt overstelpt, is er volgens Stuart Henderson tot nog toe weinig tot geen academische aandacht voor deze filmvorm geweest. Het eerste deel vertelt de geschiedenis van de vervolgfilm. Een hardnekkig vooroordeel is dat sequels een fenomeen zijn van de laatste dertig jaar, maar ze werden ook al voor de Tweede Wereldoorlog gemaakt. Het tweede deel van het boek gaat over vorm; want hoe ga je om met een vervolg dat ook een opzichzelfstaand verhaal moet zijn? En hoe verhoudt de sequel zich tot de economische en artistieke veranderingen in Hollywood, ofwel de conservative turn?
Samenstelling Anne de Loos | International Theatre & Film Books | Leidseplein 26 | 1017 PT Amsterdam | t 020-622 6489 | theatreandfilmbooks.com