Boeken: Death by Laughter
Je lach of je leven!
Rosalie et Léontine vont au théâtre
Hoe kan het dat ‘hysterisch’ in het Engels ‘grappig’ is gaan betekenen? In Death by Laughter onderzoekt Maggie Hennefeld hoe de opkomst van de massamedia de perceptie van vrouwelijk gelach heeft gevormd.
Tussen 1870 en 1920 zouden in de Verenigde Staten honderden vrouwen zijn overleden doordat ze te hard hadden gelachen. Deze sterfgevallen deden zich voor in huis, op het werk of in de bioscoop. De vrouwen lachten zo hard – om een grap, of een vergissing – dat ze omvielen of in elkaar zakten, en stierven.
Natuurlijk hebben deze vrouwen zich niet echt doodgelachen. In geen van de bijbehorende lijkschouwersrapporten wordt lachen ook maar genoemd.
In haar boek Death by Laughter: Female Hysteria and Early Cinema laat Maggie Hennefeld zien dat deze anekdotes historisch interessant zijn, omdat ze het veranderende beeld van vrouwen in die periode onthullen. Door de opkomst van film, dat in zijn vroegste vorm vooral bestond uit slapstick, konden vrouwen voor het eerst uitbundig lachen, wat leidde tot waarschuwingen over het ongeremd plezier van vrouwen.
Vóór de jaren 1880 werd hysterie (letterlijk ‘van de baarmoeder’, van het Griekse hysterikos) beschouwd als een vrouwelijke aandoening, die gekenmerkt werd door overmatige emoties die allesbehalve aangenaam waren. De honderden vrouwen aan het begin van de twintigste eeuw, over wie Hennefeld schrijft, stierven daarentegen doordat ze te veel plezier hadden.
Hennefeld, hoogleraar cultuurwetenschappen, gebruikt de overlijdensberichten van de vrouwen die zich doodlachten als uitgangspunt voor wat zij ‘hysteriehistoriografie’ noemt, maar wat je ook een feministisch-marxistische kritiek van het lachen van vrouwen kan noemen. Ze is minder geïnteresseerd in het definiëren van het begrip ‘hysterisch gelach’ dan in het traceren van de ontwikkeling ervan en put daarvoor zowel uit wetenschappelijke als alledaagse bronnen – waaronder sentimentele literatuur, vroege films en glossy magazines.
Hennefeld legt zich toe op een soort fragmentologie – wat zij archival ragpicking of ‘archiefscharrelen’ noemt – waarbij ze een duizelingwekkende hoeveelheid historisch materiaal met elkaar verbindt. Ze schakelt soms vlot tussen voorbeelden, alsof ze niet kan wachten om de glinsterende (en vaak grappige) stukjes schroot aan te wijzen die ze in haar archiefonderzoek is tegengekomen. Zo wordt een anekdote over een vrouw die acht uur lachte om een grap over de tandarts1 gevolgd door de freudiaanse angst voor het verliezen van tanden en verhalen over vagina’s met tanden.
Hysterische vrouwen en feministische killjoys
Tegen 1939 had het woord ‘hysterisch’ in het Engels de betekenis gekregen van ‘grappig’. Hennefeld brengt de verschuiving in betekenis, van een pathologie naar een uiting van pret, in verband met de opkomst van de slapstickfilm rond de eeuwwisseling van de twintigste eeuw, waarin de onbeheersbare lachbuien van hysterische vrouwen werden gebruikt als winstgevend amusement.
Volgens Hennefeld zijn film en gelach onlosmakelijk met elkaar verbonden. De vroegste films waren voornamelijk komedies. Bovendien kon men in de bioscoop, in tegenstelling tot het theater waar zelfbeheersing het ideaalbeeld was, “vrijuit kletsen en lachen”. Zoals de slogan van de film An Oddity That Is the Mummy (1911) luidde: “Weet je dan niet dat een van de belangrijkste doelen van een film is om je aan het lachen te maken? Help de film dan een handje!”
In vroege stille komedies was het overdreven gelach van vrouwelijke sterren een vorm van maatschappelijke rebellie. In Rosalie et Léontine vont au théâtre (1911) wordt het verband tussen gelach en nieuwe vormen van kijkgedrag expliciet gemaakt: Rosalie en Léontine lachen zich suf terwijl ze naar het theater gaan, wat weer tot schaterlachen leidde in filmzalen over de hele wereld.
Killjoys
Hennefeld legt verbanden tussen haar bevindingen over het verleden en het heden. Zo merkt ze op dat in het huidige neoliberale klimaat de weigering om te lachen misschien wel het krachtigste wapen is, waarbij ze verwijst naar feministische ‘killjoys’. Net zoals nu, maakten mensen in de jaren 1880 zich zorgen over wat zij toen al ‘fake news’ noemden.
Het is ook interessant hoe de bezorgdheid over de opkomst van cinema parallellen vertoont met wat men tegenwoordig schrijft over nieuwe media als TikTok. Volgens Hennefeld waren mensen bang dat films “vrouwen en kinderen zouden bederven, mannen zouden vervrouwelijken, het netvlies zouden belasten met schokkerige beelden en zo een onomkeerbare sociale achteruitgang teweeg zouden brengen”.
In Death by Laughter beschouwt Hennefeld lachen als een fenomeen op zich, niet louter als een uiting van humor. Daarmee benadrukt ze de dubbelzinnigheid van lachen: hoe het door de neoliberale samenleving wordt uitgebuit, maar tegelijkertijd ook kan worden ingezet om die samenleving te ondermijnen. Ze laat zien dat lachen nooit slechts één ding is geweest. Aan de hand van haar treffende, aangrijpende en soms humoristische voorbeelden verwelkomt Hennefeld het gelach ook in de academische wereld.
Death by Laughter: Female Hysteria and Early Cinema Maggie Hennefeld | 2024, Columbia University Press, New York | 352 pagina’s | €39,95
- Een man ging naar de tandarts om een tand te laten trekken. De tand werd getrokken en dat deed pijn. — “O dokter,” zei de patiënt, “wat zou het een zegen zijn om zonder tanden geboren te worden.” — “Maar beste man,” zei de tandarts, “dat zijn we toch al.” ↩︎