Winter in Sokcho
Liefelijke culinaire gestes
Winter in Sokcho
In Koya Kamura’s speelfilmdebuut over de vriendschap tussen een Zuid-Koreaanse pensionmedewerker en een Franse illustrator vallen vooral de tedere culinaire momenten op.
De meest eenvoudige manier om kennis te maken met de cultuur van een vreemd land is misschien wel door de lokale cuisine te ontdekken. Een minutieus bereid gerecht vertelt soms meer dan woorden.
Voor de 25-jarige Sooha, die werkt bij een bescheiden pension in de Zuid-Koreaanse kustplaats Sokcho, is koken een vorm van cultureel behoud. Haar moeder leerde haar de traditionele kookkunsten uit de regio, waaronder het bereiden van fugu, een kogelvisgerecht dat je zorgvuldig moet bereiden als je je gasten niet wil vergiftigen.
Sooha’s vader is een Fransman die ooit als ingenieur in de Zuid-Koreaanse visindustrie werkte. Nadat hij Sooha’s moeder bezwangerde, keerde hij terug naar Frankrijk. Als een Franse illustrator zich in het kille laagseizoen meldt in het pension, wekt filmmaker Koya Kamura de indruk dat deze Yan Kerrand wel eens Sooha’s vader zou kunnen zijn. Er ontstaat voorzichtig een soort vader-dochterrelatie tussen de twee. Kerrand zoekt toenadering tot Sooha: waar kan hij inkt en penselen vinden? Wil zij hem gidsen door de omgeving?
Zodra de kunstenaar, die graag afreist naar “drukbezochte plekken op momenten waarop ze verlaten zijn”, geïnspireerd is door de sneeuwrijke omgeving en in zijn kamertje begint te tekenen, verdwijnt zijn interesse in Sooha. Uit wanhoop maakt zij – haar overpeinzingen verschijnen in speelse, dromerige animaties in beeld – met veel liefde een gerecht dat Kerrand zou moeten kennen: boeuf bourguignon. Het is een triviale scène waarin het overduidelijke doel is dat het langzaam gestoofde vlees hen weer dichter bij elkaar brengt.
In Winter in Sokcho wordt de zorgvuldig opgebouwde, ongrijpbare sfeer, versterkt door het ingehouden acteerwerk en het kalme verteltempo, telkens ontkracht door dit soort opzichtige momenten. Net zoals wanneer de twee hoofdpersonen wandelen bij de gedemilitariseerde zone op de grens tussen Zuid- en Noord-Korea en Sooha vertelt over al die families die van elkaar werden gescheiden en na al die decennia nog steeds hopen op een reünie – een evidente zinspeling op Sooha’s eigen verlangen om haar biologische vader te ontmoeten.
Over de illustraties van Kerrand zegt Sooha: “Ze zijn erg mooi, ze lijken lichthartig, maar eigenlijk zijn ze droevig, die melancholie spreekt me aan.” Eigenlijk vat ze ook de film hier samen. Dat uitleggerige is evenwel onnodig. De tedere beelden, waaronder de liefelijke close-ups van de gerechten, spreken al voor zich.