Where To Invade Next

De valse retoriek van Michael Moore

  • Datum 02-03-2016
  • Auteur
  • Gerelateerde Films Where To Invade Next
  • Regie
    Michael Moore
    Te zien vanaf
    01-01-2015
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

Amerikanen zorgen goed voor zichzelf en zijn nauwelijks solidair. Tot deze conclusie komt documentairemaker Michael Moore wanneer hij zich verwondert over Europese pronkjuwelen als het zorgsysteem en arbeidersrechten. Dat al jaren getornd wordt aan deze verworvenheden laat hij opzettelijk buiten zijn betoog.

Er is van alles mis met de Verenigde Staten: het financiële systeem deugt niet, de levensstijl is ongezond en racisme tiert welig. Moore werpt zich op als de redder. Met toestemming van het leger valt hij een tiental Europese landen binnen. Niet om democratie te brengen of oliebronnen te beschermen, maar om goede ideeën — zoals vakantieverlof — terug te brengen naar Amerika. Het is een geestige premisse, een mal waar de populistische herrieschopper zijn selectieve boodschap in kan gieten. In het gebrek aan nuance zit immers de kracht van Moore — wie tegenargumenten niet wil horen, kan ze ook niet erkennen.
Moore gebruikt dezelfde demagogische trucjes als zijn ideologische opponenten, zo blijkt uit een fragment met de Texaanse gouverneur Rick Perry. Texas propageert seksuele onthouding in plaats van seksuele voorlichting — zoals Franse schoolkinderen dat wel krijgen. De — statistisch bewezen — toename van soa’s die daardoor ontstaat, verandert niets aan Perry’s zienswijze. De feiten doen er niet toe. Zo is ook Moore’s film een aaneenschakeling van drogredenen, waarin close-ups van schattige Europese kinderen worden gebruikt als overredingsmiddel. Het is een bij vlagen plichtmatige exercitie waarin de huidige Europese problematiek — inclusief de erosie van het sociale stelsel — opzichtig wordt genegeerd. Het contrast tussen progressief Europa en achterhaald Amerika is bij Moore juist groter dan ooit, zo blijkt uit een shot van een serene alpenweide dat wordt afgewisseld met archiefbeelden van Ameri­kaanse politieterreur.
Voor wie maakt Moore deze propagandistische boodschap? Conservatieven kijken niet naar zijn films. Dus voor wie dan? Amerika is er niet op vooruitgegaan sinds hij in 1989 debuteerde met Roger & Me. Toch is Moore optimistischer dan ooit — tegen het einde presenteert hij zelfs een oplossing. Bovendien is zijn oprechtheid verfrissend. In een scène waarin Moore een gezonde lunch nuttigt met Franse schoolkinderen, erkent hij dat hij onderdeel is van het probleem: de cola die logischerwijs ontbreekt, moet door een crewlid elders speciaal voor Moore worden gekocht. Hij weet dat het drankje ongezond is, maar hij kan niet zonder.
Moore’s retoriek typeert ongewild de Amerikaanse onwetendheid over de rest van de wereld. Die trouwens ook mooi geïllustreerd wordt door de voortdurende verbijstering op Moore’s gezicht, bijvoorbeeld wanneer de chef-kok van de Franse scholengemeenschap vertelt dat hij nog nooit een hamburger heeft gegeten. Met diezelfde verbazing kijken de Franse schoolkinderen naar een foto van een Amerikaanse lunch waarop een ranzige maaltijd te zien is die Moore’s Amerika treffend weerspiegelt: smakeloos, vet en vervaardigd in een systeem dat verdacht veel op slavernij lijkt.

Omar Larabi