To My Beloved (Para monha amada morta)

Een jurk waaruit het lichaam langzaam verdwijnt

Een man is geobsedeerd door het geheime leven van zijn overleden vrouw. Hij zoekt het terug in de plooien van haar jurken en de vouwen in het overhemd van haar minnaar.

Door Dana Linssen

Er is een geweldige anekdote van literatuurwetenschapper Peter Stallybrass die vertelt hoe hij na de dood van een vriend van diens vrouw zijn lievelingsjasje cadeau kreeg. En hoe hij zich op een dag toen hij dat jasje droeg realiseerde dat kleding eigenlijk een vorm van herinnering is. Door het jasje te dragen, ‘droeg’ hij ook zijn vriend. Zijn nagedachtenis, maar ook zijn lichaam. De herinneringen die in lichaamsbewegingen zijn opgeslagen en aan het kledingstuk overgedragen.
Kledingstukken worden niet alleen door ons gedragen, om ons te beschermen tegen de kou, om ons mooi en feestelijk aan te kleden, of bij wijze van statement, maar door de tijd heen worden zij ook ‘dragers’ van de mensen die ze gedragen hebben.  Ze nemen de vorm aan van hun eigenaars. De drager laat er een ‘afdruk’ in achter. Wie kent er niet het beeld van een jas aan de kapstok waarvan het lijkt alsof de eigenaar ‘er nog in zit’? De mouw heeft nog de vorm van een arm, de kraag staat nog omhoog om de afwezige nek te beschutten, de klep van de zak half open alsof een onzichtbare hand er de huissleutels nog uit wil halen. En niet alleen vorm nestelt zich in een kledingstuk. Een lichte zweetkring in de oksel van een jurk getuigt van een hele nacht dansen. Een vlaag parfum in een sjaal komt tot leven als je eraan ruikt.
Zo treffen we ook weduwnaar Fernando aan in de Braziliaanse film To My Beloved (Para minha amada morta). Hij ligt op bed tussen de jurken van zijn pas overleden vrouw, zo gedrapeerd alsof haar lichaam er nog maar net uit is weggeglipt. Hij zoekt haar terug in de plooien. Samen met zijn zoontje zorgt hij voor haar kleding, ze strijken, hangen op, laten de stof nog eenmaal door hun handen gaan, om de al bijna vervlogen vorm van haar lichaam te voelen. Ze stellen haar schoenen op in slagorde: hooggehakte pumps waaruit haar voeten zijn weggelopen. Ze schuiven haar ringen om hun vingers. Ze zijn te groot of te klein, en ze maken zo het gemis van haar handen voelbaar aan hun eigen handen. Ze willen iets aanraken wat er niet meer is, en al die kleding is niets meer dan een ledig omhulsel, zoals ook haar lichaam een huls was voor haar leven.

Postuum bedrog
In het dagelijks leven is Fernando politiefotograaf. Hij krijgt criminelen voor zijn lens, en fotografeert misdaadlocaties. Zijn camera registreert, zonder mening, zonder emotie. Maar ook in zijn werk bestaat alles uit oppervlakten waarop sporen zijn achtergebleven.
Er wordt een interessante link gelegd tussen kleding en fotografie, tussen herinnering en imprint, in het exposé van To My Beloved, het speelfilmdebuut van de Braziliaanse producent/regisseur Aly Muritiba. Op een dag ontdekt Fernando dat ook zijn overleden vrouw via de camera naar de wereld keek. Tussen haar spullen ontdekt hij een doos met oude videobanden. Over de balletlessen en de turnwedstrijden uit haar meisjesjaren heeft ze beelden gespoeld van een liefdesaffaire die ze tijdens haar huwelijk blijkt te hebben gehad. Postuum bedrog.
Politieman als hij is gaat Fernando op onderzoek uit. Hij bezoekt de groezelige rendez-voushotels die zijn vrouw en haar minnaar frequenteerden. Zit op het bed waar sindsdien door duizenden andere overspeligen de liefde is bedreven. De afdruk van hoeveel lichamen zal het matras zich herinneren? Hij ziet zichzelf in reflectie van de smoezelige spiegeltegeltjes aan de muur, en in zijn hoofd speelt hij de filmbeelden van zijn echtgenote en haar geliefde nog eens af. Beelden waarin ze zichzelf in diezelfde tegeltjes gespiegeld zagen. Het is alsof ze in dat weerspiegelende oppervlak zijn blijven plakken. Wat zou een spiegel nog weten van alles wat hij heeft gezien?
Nu hij het naakte lichaam van zijn vrouw door de ogen van een andere man heeft gezien, houdt hij niet meer van haar jurken.
Verweesd hangen ze in de regen. Slappe lappen. Al het leven is eruit geweken.

Geïmplodeerde man
In To My Beloved spelen kleding en textiel een kleine rol in een groter verhaal over rouwverwerking en vooral over wraak. Fernando is een vreemde, geïmplodeerde man die we gedurende de film maar een paar woorden horen spreken. Acteur Fernando Alves Pinto heeft een wasachtig gezicht, waar elke emotie vanaf glijdt. Uit de liefdevolle relatie met zijn zoontje Daniel zou je kunnen concluderen dat er ooit eens in hem een liefhebbende echtgenoot heeft gescholen. Maar hij schuift zijn zoontje even makkelijk terzijde als hij eenmaal in de tunnel van zijn obsessie is terechtgekomen.
Als hij later in het verhaal het huis en het leven van zijn rivaal is binnengedrongen trekt hij op een nacht diens overhemd aan. Het is hem iets te groot, zoals ook het leven van deze Salvador, een viriele macho, een gewetenloze oplichter, voor hem te groot is. Het is eenzelfde soort gebaar als eerder in de film zijn ritueel met de jurken. Worden zijn armen gespierder door ze in de mouwen van een medeminaar te steken? Vindt hij daarin de omhelzing van zijn vrouw terug? Kun je door iemands kleren aan te trekken zijn rol overnemen? Er vindt een vreemde gesublimeerde erotische overdracht plaats, vooral als hij zijn vijand probeert te raken waar het echt pijn doet: door zijn vrouw en dochter te verleiden.
Regisseur Muritiba vertelt in interviews hoe hij gefascineerd is door zijn duistere, en soms een beetje griezelige hoofdpersoon. Hij hoopt dat we ons kunnen identificeren met zijn neuroses en rituelen, omdat wij hem zijn, net zoals hij hem ook is. Het is een film als een zoektocht, niet alleen van de hoofdpersoon, maar ook naar de hoofdpersoon. Het is ook een typisch debuut waarin de maker de raadselachtigheid van het weglaten verwart met dingen niet helemaal goed doordenken. Hij zoekt zelf ook. We moeten meezoeken, dat gaat op het ene moment beter dan op het andere als de film te introvert wordt, zelf voelen, in de wind die door de was aan de lijn speelt.