The Secret Agent
Dictatuur in de volle zon
The Secret Agent
Kleber Mendonça Filho toont hoe de realiteit zich herschikt in zijn heerlijk chaotische portret van de militaire dictatuur in het Brazilië van de jaren zeventig.
Er ligt een lijk naast het tankstation, halfslachtig afgedekt met een stuk karton. Het ligt er al dagen, in de brandende hitte. De stank is ondraaglijk. Dood en verrotting zijn overal in het Brazilië van 1977, midden in de militaire dictatuur die het land tussen 1964 en 1985 in zijn greep hield. Niet verborgen in de schaduw, maar badend in de volle zon.
Het is bij dat tankstation dat Marcelo (een belachelijk charismatische Wagner Moura) in zijn gele Volkswagen Kever stopt voor benzine in de proloog van The Secret Agent (O agente secreto). Terwijl hij wat staat te keuvelen met de pompbediende, komt de politie aanrijden. Maar ze komen niet voor het lijk. Na een inspectie van Marcelo’s auto en papieren, en een verzoek om een donatie aan het carnavalsfonds van de politie, rijden ze weer weg. Het rottende kadaver laten ze voor wat het is.
De scène is als een koortsdroom bij daglicht, een licht surreëel samenspel van elementen die niet op elkaar passen. Alsof iemand de werkelijkheid heeft herschikt. En dat is precies wat een dictatuur doet. Die creëert zijn eigen waarheden en in dat proces vallen gaten. Mazen tussen de ficties die men opwerpt en de realiteit die daarachter verdwijnt. Het is in die mazen dat deze film van Kleber Mendonça Filho, die zich in 2019 de wrok van Bolsonaro op de hals haalde met het van politieke woede zinderende Bacurau, zich beweegt.
Na een lange autorit komt Marcelo aan in Recife, waar hij zijn zoontje opzoekt en zijn intrek neemt in een appartementencomplex dat als een toevluchtsoord fungeert voor mensen zoals hij. Mensen die om wat voor reden dan ook, redenen die ze soms zelf niet eens kennen, uit het zicht moeten blijven van het regime. Waarom Marcelo hier onderdak zoekt, laat de film lang in het midden. En ergens doet het er ook niet toe. Dat is het hele punt van vervolging in een dictatuur: de willekeur ervan. De volstrekte irrelevantie van schuld of onschuld.
Rond Marcelo trekt Mendonça Filho een waaier aan personages open. Zo is er de lokale politiechef. De restjes carnaval hangen nog in zijn borsthaar wanneer hij bij een autopsie wordt geroepen van een haai met een harig been in zijn maag. Ook zijn er de kettingrokende, kromgetrokken Dona Sebastiana die het appartementencomplex runt en twee huurmoordenaars die van een glibberige, corrupte politicus opdracht krijgen Marcelo uit de weg te ruimen.
Dwaalsporen
Het zijn personages die iets bewust fictiefs hebben, die lijken te zijn weggelopen uit hun eigen film. De een uit een broeierige western, een ander uit een spionagethriller. Het tekent die herschikkende werkelijkheid van een dictatuur, waarin alles zich op de rand van fictie bevindt. Een beetje zoals Thomas Pynchon in zijn boeken labyrinten optrekt van namen en plaatsen die slechts geleend lijken van onze realiteit. Die de illusie geven van herkenningspunten, maar in feite dwaalsporen zijn.
Zo is ook The Secret Agent een film vol dwaalsporen. Een verrukkelijke chaos van façades, schaduwidentiteiten en dubbele bodems. Tonen en genres schuiven over elkaar heen. Van satire tot thriller tot slapstickhorror. “A period of great mischief”, beschrijft een tekst aan het begin de tijd waarin de film zich afspeelt. Waarbij dat woord mischief, dat net zo goed onheil als ondeugendheid kan betekenen, uitdrukt hoe schijnbare tegenstellingen naast elkaar bestaan onder de brandende Braziliaanse zon.
In films worden dictatoriale of autoritaire samenlevingen vaak afgeschilderd als donker en grauw. Vol regen en beton. Maar de realiteit van een dictatuur is dat het weer er niet van omslaat. Dat het carnaval gewoon doorhost. Dat de grimmige realiteit niet constant zijn gezicht laat zien, maar wel op elk moment bruut en genadeloos kan toeslaan. Het is precies wat The Secret Agent voelbaar maakt in de vreemde maar briljant werkende combinatie van overvolle chaos en een verraderlijk loom ritme. De loomheid van een droom waarvan je pas te laat doorhebt dat het een nachtmerrie is.