The History of Sound
Ballade voor een ongezongen lied
The History of Sound
Een tere romantische tragedie over de zoektocht van twee muziekminnaars naar Amerikaanse volksliedjes, die te weinig vertrouwt op de kracht van die muziek.
Als Lionel in een cafeetje David aan de piano een volksliedje hoort zingen dat hij kent, valt al het omgevingsgeluid weg. Hij hoort enkel Davids stem, dat lied. Hij gaat op hem af, maakt kennis, zingt op zijn beurt een lied voor David, die volksliedjes blijkt te verzamelen.
David zingt de ballade ‘De zilveren dolk’. “Zing geen liefdesliedjes / je zult mijn moeder wekken / ze slaapt hier naast me / in haar hand een zilveren dolk / ze zal zeggen dat je me niet mag trouwen.” Lionel is een boerenzoon uit Kentucky, David komt uit Newport; beiden studeren aan het conservatorium van Boston. Het is 1917. Het is liefde op het eerste lied.
Enkele weken later wordt David voor militaire dienst opgeroepen. Terwijl hij naar de Europese loopgraven vertrekt, keert Lionel wegens slechte ogen terug naar de boerderij. “Schrijf, stuur chocola, ga niet dood”, zegt Lionel bij het afscheid. Maar er komt geen chocola en pas na twee jaar arriveert er een brief. David bleef in leven en nodigt zijn “beste, zoetgevooisde bondgenoot” uit voor een tocht door het noordwestelijke Maine, om volksliedjes te verzamelen en registreren op was-cilinders van Edison. “Niet nadenken. Kom gewoon.”
De warmbloedige ballades uit de Amerikaanse volksmuziek, van Brits-Ierse komaf, zijn van generatie op generatie doorgegeven en gaan over rommelige, menselijke ervaringen. Over verdriet zo groot dat mensen er liedjes van maakten.
De tocht wordt de gelukkigste tijd van Lionels leven, al is er ook iets onherstelbaar veranderd. Over de oorlog, die als een valse noot tussen hen in is komen te staan, kan David niet praten. Zijn verdriet blijkt te groot voor een lied.
De sfeer van deze romantische tragedie met zijn teergevoeligheid en subtiele erotiek is prachtig. Tegenover het gemis, het spoor van je leven bijster zijn, staan menselijkheid, geborgenheid, de intimiteit van een lied in olielampverlichte kamers en taveernes, van samen zingen en luisteren. Het kleurenpalet put uit sobere tinten bruin, zandsteen of steengrijs. Er is enkel natuurlijk licht gebruikt, alles oogt steeds een stopje onderbelicht, zelfs de zon is bleek. De personages trekken verloren door kale landschappen met bladloze bomen. De lente blijft uit, het wordt nooit zomer.
De geluidstrack gebruikt allerlei effecten om de soms overweldigende, onuitgesproken gevoelens van de mannen uit te drukken. Maar jammer genoeg durft regisseur Oliver Hermanus niet op de kracht van de zo vereerde volksliedjes te vertrouwen: er moet toch weer een traditionelere score onder.
Ergens blijft het een leeg lied tegen een leeg decor, omdat de onderliggende ellende – oorlog, het harde plattelandsbestaan, onrecht tegen zwarte Amerikanen – buiten beeld blijft. Zo behoudt ook de film, een ballade voor een niet geleefd leven, iets van een ongezongen lied.