The History of Love
Rommelig romantisch epos
De bestseller van Nicole Krauss uit 2005 verdient een betere bewerking dan deze potpourri van plotjes van Radu Mihaileanu.
Dat niet altijd duidelijk is wie de zoon is van wie, of wie wel of geen boek heeft geschreven dan wel steelt van een al dan niet imaginaire vriend of vader, wie bijfiguur is en wie niet, en wie nou die meest geliefde vrouw van de wereld is, zorgt enige tijd — pakweg een uur en drie kwartier — voor wat onduidelijkheid in deze rommelige en heel soms ontroerende liefdesgeschiedenis die continenten, oorlogen en decennia overbrugt maar intiem en bescheiden eindigt op een bank in Central Park. Waar tranen over wangen rollen, dat wel.
Dat de film niet in subplotjes uit elkaar valt, is te danken aan Derek Jacobi. De Britse theatergod vertolkt de hoofdrol van Léo Gursky, in flashbacks naar het idyllische Poolse platteland van de jaren dertig verliefd op Alma Mereminski (Gemma Arterton, die zich na Gemma Bovery opnieuw door drie mannen laat bewonderen). De liefde is wederzijds, al legt hij het uiterlijk wel heel erg af bij Alma. Gelukkig kan hij mooi schrijven. Met de marcherende nazi’s voor de deur vlucht Alma naar Amerika en Léo vult het gemis met het schrijven van een boek over zijn liefde, The History of Love. Aan bescheidenheid doet dit verhaal niet. Voordat Leo haar achterna reist (wat met de Tweede Wereldoorlog en alles), verbergt hij het manuscript bij een vriend die het vervolgens zonder te knipogen onder eigen naam publiceert.
En dit is nog maar het begin. Het grootste deel van de film speelt zich af in New York — in 2006, voor de duidelijkheid — waar Léo een gepensioneerde slotenmaker is die nog altijd geteisterd wordt door flashbacks. Vervlochten met deze geschiedenis zijn de lotgevallen van de jonge Alma, een Amerikaanse tiener met een alleenstaande moeder en een broertje dat vanwege comic relief geobsedeerd is door Joodse mythologie. En die moeder, u zag ‘m aankomen, krijgt dus de opdracht The History of Love uit het Spaans naar het Engels te vertalen. Et cetera, enzovoort.
Radu Mihaileanu vindt geen enkel oorspronkelijk beeld bij de roman die Nicole Krauss in 2005 publiceerde. Dat is jammer, maar hij heeft het niet in zich. Wie zelfs van een seksstaking onder Noord-Afrikaanse vrouwen een vlakke, zoetsappige film weet te maken, zoals hij in 2011 deed met The Source, zal de mensheid niet snel verrassen.
Stel verwachtingen dus vooral naar beneden bij. Maar wees niet verbaasd als tijdens die scène op het bankje in Central Park toch tranen over wangen rollen.
Ronald Rovers