The Chronology of Water
De zinkgaten van het brein
The Chronology of Water
In haar impressionistische regiedebuut toont Kristen Stewart niet de gebeurtenissen uit het leven van haar hoofdpersoon, maar de indrukken die daardoor worden achtergelaten.
Vergeet de chronologie van een leven, die valse ordening van gebeurtenissen. Een leven beweegt zich niet in een rechte lijn, maar kronkelt, golft over zichzelf terug en draait kolkend de diepte in. Wat je dacht achter je te hebben gelaten, kan plots weer voor je staan. Pijnpunten waarvan je dacht dat er inmiddels wel voldoende eelt overheen gegroeid was. Maar dan is er ineens toch een woord, een aanraking die daar dwars doorheen prikt.
Jaren kostte het Kristen Stewart om haar regiedebuut The Chronology of Water gefinancierd te krijgen, een verfilming van de gelijknamige memoires van Lidia Yuknavitch. Net als dat boek is dit geen film die een mensenleven in een kloppend narratief probeert te duwen. Het zijn niet de gebeurtenissen in het leven van Lidia (sterk gespeeld door Imogen Poots) die Stewart in beeld brengt, maar de indrukken daarvan. Hoe het verlies van een kind alles openscheurt, hoe een jeugd verbrijzelt onder misbruik.
Scherven zijn het, die we te zien krijgen. Zoals we ook nooit een volledig beeld lijken te krijgen van de vader van Lidia. Hij is een paar benen dat de kamer binnenkomt, het zware montuur van zijn bril, een schim in een ooghoek. Hij is de sporen die hij drukte in zijn twee dochters. In een bescheiden bijrol maakt Thora Birch indruk als Lidia’s zus Claudia, bij wie het misbruik volledig naar binnen is geslagen.
“Vraag me om een kaart te tekenen van de velden waar ik als kind ronddwaalde en ik kan het niet”, schrijft Helen Macdonald in haar memoires H Is for Hawk. “Maar vraag me op te sommen wat er was en ik kan pagina’s vullen: het nest van de bosmieren. De salamanderpoel. De eik bedekt met marmerachtige knobbels. De berken bij het hek langs de snelweg met vliegenzwammen aan hun voet.”
Dit is hoe Stewart en cinematograaf Corey C. Waters de herinneringen van Lidia verbeelden. In zintuiglijke 16mm-shots zoekt ze niet naar het grotere geheel waar de herinneringen inpassen, want dat geheel is een illusie. Wat de film vangt zijn flarden, impressies. Een vinger die op een rug schrijft, hoe water zich om een lichaam sluit dat kopje onder gaat. Scènes krijgen nauwelijks de kans zich te ontvouwen, wat zeker aan het begin desoriënterend werkt, maar een zeer bewuste keuze is.
Herinneringen, zeker herinneringen getekend door trauma en tragedie, dienen zich niet met een zachte dissolve aan. Ze bespringen je, en voor je ze kunt vastgrijpen, ontschieten ze je weer. “Ze zwellen op en duiken in en uit de enorme zinkgaten van het brein”, schrijft Yuknavitch in haar boek. Hoe zorg je dat je in die zinkgaten niet verzuipt? Bovendien zit een trauma niet alleen in het hoofd. Het racet door de banen van je zenuwen, zit in de poriën van de huid. Hoe herschrijf je wat geschreven staat in je lichaam?
Lidia zuipt en neukt zich door haar adolescentie heen. Veel filmmakers zouden daar een verhaalboog van maken: het overwinnen van verslaving op een weg naar heling en verlossing. Niet Stewart. Ook in de seksscènes zit fragmentatie, maar niet op een fetisjerende manier. Wat Stewart voor elkaar krijgt, en dat is razendknap, is het weren van de blik van buitenaf. Alcohol, seks, bondage; je kunt het zien als vormen van verdoving voor Lidia, maar ook als verwoede pogingen om een lichaam, en alles wat het voelt, weer eigen te maken. Iets wat voor een vrouw nooit vanzelfsprekend is.
Een schrijfklas van de counterculture-auteur Ken Kesey (heerlijke rol van Jim Belushi) is een reddingsboei voor Lidia. Een trauma ontwricht de tijd, de ruimte, de taal. Schrijven lost die ontwrichting niet op, maar laat de zinkgaten zien voor wat ze zijn. In een van zijn lessen bespreekt Kesey, een gebutste ziel onder een gelooide huid, de tien geboden. Wat hem betreft worden ook die herschreven. “Het eerste gebod zou moeten zijn: wees genadig.”