Rental Family

Te huur: echtgenoot, vriend of vader

Rental Family. Foto: James Lisle

Oscar-winnaar Brendan Fraser doet zijn best om deze film, over acteurs die zich laten inhuren om rollen te spelen in de levens van Japanners, van diepgang te voorzien.​

Een Amerikaanse man in Japan haast zich naar een begrafenis. Hij sluipt de rouwkamer binnen, onhandig schuifelend langs huilende vrienden, collega’s en familieleden, om er vervolgens achter te komen dat de opgebaarde man in de kist helemaal niet dood is. De uitvaart blijkt in scène gezet, zodat de zogenaamd overledene inziet dat hij gemist zal worden. Dit soort performances vormen het hoofdonderwerp van Hikari’s sentimentele Rental Family.

De knuffelbare Brendan Fraser speelt Phillip Vanderploeg, een Amerikaanse acteur die in Japan voornamelijk bekend is als het gezicht van een absurde tandpasta­reclame. Echte rollen blijven uit en dus wendt Vanderploeg zich tot zo’n ‘rental family’-­bedrijf. Phillip kan de huilende Amerikaan spelen op een begrafenis, de echtgenoot van een jonge vrouw die het land wil verlaten, een vriend voor eenzame mannen of een nieuwsgierige journalist die een interview afneemt met een dementerende kunstenaar.​

Het scenario dat Hikari met Stephen Blahut schreef, is geïnspireerd door echt bestaande bedrijven die dit soort diensten in Japan aanbieden. Voor The New Yorker schreef de Amerikaanse journalist Elif Batuman een stuk over het bedrijf Family Romance, dat later gebaseerd bleek op onbetrouwbare bronnen. Met Family Romance, LLC (2019) maakte Werner Herzog vervolgens een experimenteel lowbudget drama over deze onderneming. Op haar beurt waagt Hikari zich nu aan een publieksvriendelijke tranentrekker over dit onderwerp, waarin het grijze gebied tussen gespeelde en oprechte emotie nooit grondig genoeg wordt onderzocht.​

Haar gouden greep was om Fraser te casten als de emotionele spons die het verdriet en leed van zijn cliënten absorbeert. Er is iets dieptreurigs aan het feit dat zoveel mensen de behoefte hebben om acteurs in te huren om de emotionele leegte in hun leven op te vullen. Die pijn wordt op de beste momenten weerspiegeld in de puppy-ogen van Fraser, die dankzij een soortgelijke breekbaarheid een Oscar won voor The Whale (2022).

Hikari draaft echter door en knutselt een feelgood-film rond Phillips grootste klus: de rol van de verdwenen Amerikaanse vader van een jong meisje. Natuurlijk vervagen de grenzen tussen echte en gespeelde emoties zodra Phillip vaderlijke gevoelens voor zijn nepdochter ontwikkelt. De ironie is dat een film die de kunstmatigheid van relaties en emoties onderzoekt, zelf als een grote farce aanvoelt.