Renoir
La petite Fuki
Renoir
In dit dromerige Japanse drama hunkert een elfjarig meisje naar contact. Regisseur Chie Hayakawa verwerkte ervaringen uit haar eigen jeugd in een oogstrelende verkenning van de kinderziel.
Als de elfjarige Fuki in onze tijd leefde, zou ze op sociale media aansluiting kunnen zoeken bij andere kinderen met een terminaal zieke vader. En wanneer ze zich niet gezien zou voelen door haar met werk, zorgtaken en geldsores overweldigde moeder, dan zou ze kunnen kiezen uit talloze chatgroepen met lotgenoten. Maar Fuki is elf in het Tokio van 1987. In die tijd en op die plaats moet ze het helemaal zelf uitzoeken.
Haar vader is een vriendelijke man, maar hij heeft kanker en wordt in afwachting van zijn onvermijdelijke dood opgenomen in een hospice. Haar afstandelijke moeder worstelt om haar baan te behouden, op een moment dat Amerikaanse managementfratsen de Japanse arbeidsmarkt overspoelen. Dat haar dochter een eigen leven heeft, merkt ze alleen wanneer ze tot haar grote ergernis bij de schoolmeester moet komen. Fuki heeft in de klas een verontrustend verhaal voorgelezen over haar eigen dood, terwijl een ander opstel luisterde naar de titel: “Ik wou dat ik een wees was.”
Na het schoolincident zit Fuki achterop de fiets. Ze wil haar moeder aanraken, maar trekt haar hand terug. We zien hoe ze op andere manieren contact probeert te zoeken – met wie dan ook. Geïnspireerd door de kaarttrucs van een televisiegoochelaar, probeert ze telepathische gaven aan te boren. Een leuk nieuw schoolvriendinnetje doet hier graag aan mee, maar verhuist alweer snel.
De naïeve tiener ontdekt een telefoonlijn waar mensen contactadvertenties inspreken. Eng wordt het wanneer ze zelf een annonce inspreekt en thuis wordt uitgenodigd door een man. Fuki doet vreemde dingen, maar debutant Yui Suzuki speelt het allemaal zo vanzelfsprekend dat je niet anders kunt dan met haar meeleven. Regisseur en uit haar eigen leven puttend scenarist Chie Hayakawa observeert de gebeurtenissen in een kalme, observerende stijl. Realiteit, dromen en fantasieën van het meisje worden daarbij gelijkwaardig behandeld en lopen door elkaar.
Renoir laat zich omschrijven als een reflectie op een gemoedstoestand. Verschillende critici hebben de film impressionistisch genoemd, daarmee een link leggend tussen de filmtitel en de Franse schilder Pierre-Auguste Renoir. Zelf denk ik dat de verwijzing naar de impressionistische kunstenaar specifieker geduid mag worden. Terloops brengt Hayakawa enkele keren Renoirs bekende portret van Irène Cahen d’Anvers in beeld. Een meisje dat, in tegenstelling tot Fuki, wel gezien werd door haar ouders. In zijn portret van La petite Irène lijkt de schilder recht in de kinderziel te kijken. Hayakawa doet het hem na, in haar oogstrelende portret van een elfjarig meisje in Tokio.