Primetime

TV als openbare schandpaal

Datum
07-10-2026
Verschenen in
Lees meer over
Regie
Lance Oppenheim
Te zien vanaf
29-10-2026
Land
Verenigde Staten, 2026

Primetime

In het roemruchte tv-programma To Catch a Predator ontmaskerde presentator Chris Hansen mannen die met minderjarigen probeerden af te spreken. Tot het faliekant misging. In Lance Oppenheims Primetime wordt Hansen gespeeld door Robert Pattinson.

“Ga daar maar zitten.” Zodra Chris Hansen die woorden uitspreekt, weten de aanvankelijk nietsvermoedende genodigden van zijn televisieshow dat het met ze gedaan is.

Die gasten bleken in To Catch a Predator (2004-2007) potentiële daders van pedoseksuele misdrijven, nadat ze eerst in de val waren gelokt via online chatrooms. Eenmaal op locatie, wat in feite een gehuurd huis was vol verborgen camera’s, werd duidelijk dat ze niet met minderjarigen hadden gechat, maar met hackers van burgerwachtgroep Perverted-Justice. Vervolgens verscheen Hansen in beeld voor een kruisverhoor dat eindigde met de arrestatie door een politieteam.

Hansen maakte carrière met het uitzenden van typische shock content, zoals reportages over de vliegtuigkapingen op 9/11 en het Columbine-bloedbad. Maar de grootste indruk op het Amerikaanse publiek maakten zijn ‘ontmaskeringen’ in To Catch a Predator. Na de opkomst van Big Brother en andere reality-tv begreep Hansen dat hij televisie kon gebruiken als de schandpaal van de 21ste eeuw.

Uiteindelijk ging To Catch a Predator aan zijn eigen succes ten onder. Een chaotische opname in Texas leidde tot de zelfdoding van de vermeende pedofiel Bill Conradt, waarna de ethiek van dit soort televisieformats plotseling scherp werd bevraagd. De geschiedenis vormde de aanleiding tot een South Park-parodie, talloze internetmemes en serieuzer werk als David Osits documentaire Predators (2025). Lance Oppenheim maakt met Primetime een prikkelende adaptatie: een verfilming van Luke Dittrichs artikel voor Esquire, dat dit fatale incident reconstrueert en in een bredere culturele context zet.

Nachtmerrie
Robert Pattinson, die Primetime mee produceerde, vertolkt Hansen als een sociopathische opportunist. Zijn onstilbare honger naar roem dicteert de rusteloze vorm van de film. Extreme close-ups, een intens kleurenpalet en een wervelende montage vangen de hysterische energie van het moment. Oppenheim liet soms tien camera’s tegelijk draaien om de logistiek van een televisiestudio na te bootsen. Primetime is een fascinerende ontleding van een op hol geslagen mediacultuur in het relatief korte tijdsbestek tussen 9/11 en de komst van de iPhone. Het was het laatste moment in de moderne geschiedenis dat tv het meest invloedrijke massamedium was.

De dertigjarige Oppenheim maakte eerder licht-absurdistische documentaires over een seniorengemeenschap in Florida (Some Kind of Heaven, 2020) en de machtsstrijd achter de schermen van een renaissancefestival in Texas (Ren Faire, 2024). Net als Primetime zijn het ambitieuze films die de illusie van maakbaarheid die we kennen als de Amerikaanse Droom laten zien als een groteske nachtmerrie.

In al die films verliest Oppenheim de menselijke maat een beetje uit het oog. Zo lijkt hij in Primetime vooral geïn­teresseerd in het recreëren van het medialandschap en minder in de personages of hun drijfveren. Zelfs wanneer Bill Conradt in Primetime voor de camera de trekker overhaalt (wat in werkelijkheid niet live werd uitgezonden), maakt dat moment nauwelijks indruk op de kijker.

Toch doet Oppenheim hier iets bijzonders. Er zijn weinig regisseurs die zo acuut voelbaar maken hoe groot de bloeddorst van Amerikaanse massa­media toen was. Primetime kun je bekijken als een griezelige voorbode van het medialandschap van nu, waar­in pedojagers hun achtervolgingen livestreamen, true-crimepodcasts steeds sensationeler worden en reality-tv in plaats is gekomen van reflectie. Oppenheim laat Hansen zien als een architect van verdorven massavermaak, waarvan het aanbod desondanks eerder groter dan kleiner is geworden.