Plainclothes
Zelfbedrog in homevideo-esthetiek
Plainclothes
Een heimelijk homoseksuele politieagent die homomannen in de val lokt, wordt verliefd op een van zijn slachtoffers, in dit ingenieuze speelfilmdebuut gesitueerd in de jaren negentig.
De esthetiek van de jaren negentig in ons collectieve geheugen wordt voor een significant deel bepaald door televisieprogramma’s als America’s Funniest Home Videos en de toenmalige populariteit van de camcorder.
Het tijdperk is als een lange homevideo, gefilmd in soft focus, met een korrelige textuur. Tegelijk associëren we die periode vaak met een warm bad; met economische en politieke voorspoed. In Plainclothes, het speelfilmdebuut van Carmen Emmi, krijgt die homevideo-esthetiek een andere lading: zij wijst ons erop dat we ons dingen anders herinneren dan hoe ze daadwerkelijk zijn gebeurd.
Homevideo’s stralen een zekere romantiek uit: ze zijn vaak een herinnering aan onschuldige jeugdjaren, gefilmd tijdens een mooie zomerdag in de achtertuin. De jonge politieagent Lucas Brennan ziet zijn nineties-jeugd ook vaak in flarden, in homevideo-beelden, voorbijschieten. Maar bij hem voel je dat de romantiek vals is. Hij verborg al die jaren zijn homoseksualiteit en was voortdurend op zijn hoede. In 1997 zit Brennan nog steeds in de kast en bestaat zijn werk pijnlijk genoeg uit het in de val lokken van homoseksuele mannen – die door de politietop worden gezien als perverselingen – in het openbaar toilet van een overdekt winkelcentrum.
Deze verleidingsdans begint in het atrium van dat winkelcentrum, waar Brennan oogcontact zoekt met mogelijke verdachten. Zwoele blikken uitwisselend als opmaat naar seks. Het laat zich wel raden dat Brennan verliefd wordt op een van zijn prooien: Andrew zet het leven van de politieagent volledig op zijn kop.
Cinematograaf Ethan Palmer filmde Plainclothes met een camcorder en met een Alexa-camera die hij afstelde in 16mm-modus. Zodoende is er voortdurend een wisselwerking tussen de groezelige homevideo-achtige shots en warme(re), dromerige beelden. Die tweeledigheid illustreert de twee perspectieven die Brennan heeft op de wereld: als pseudo-hetero en als homoseksueel.
Palmer bedient de camera alsof hij een voyeur is, zodat het net lijkt alsof er iemand over Brennans schouder meekijkt en de politieagent ook elk moment zelf in de val kan worden gelokt. Alsof de fabeltjes die zijn verweven met de homevideo-beelden uit zijn jeugd, en die Brennan ook zichzelf voorhoudt, elk moment doorgeprikt kunnen worden. Pas als hij een vurige liefde voelt voor Andrew realiseert hij zich dat hij al die jaren iemand anders was en dat het hoog tijd is om zijn echte ik kennis te laten maken met de buitenwereld.