Pawn Sacrifice

Speel altijd voor de winst

  • Datum 11-11-2015
  • Auteur
  • Gerelateerde Films Pawn Sacrifice
  • Regie
    Edward Zwick
    Te zien vanaf
    01-01-2014
    Land
    Verenigde Staten
  • Deel dit artikel

De Derde Wereldoorlog op het schaakbord. Oftewel, Bobby Fischer-Boris Spassky, de tweekamp om de wereldtitel 1972 in Reykjavik, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog. Pawn Sacrifice is een meeslepende biopic over het meest onnavolgbare schaakwonder uit de geschiedenis.

Door Jeroen Stout

Als we beginnen met de opening…
De titel, bedoel je? Die is Fischeriaans, geniaal.
Wat? Hoezo? Alsof een pionoffer van doorslaggevende invloed is geweest tijdens die tweekamp.
Het gaat niet om die tweekamp, het gaat om Bobby Fischer zelf. Hij was de pion die werd geofferd. Ze wisten dat hij de druk niet aankon, ze wisten dat hij psychiatrische hulp nodig had. In plaats daarvan…
De CIA die Fischer inzet als pion in de strijd tegen het oprukkend communisme…
Het was de tijd van Vietnam.
Dat is veel te eenzijdig. Alsof zij hem paranoïde hebben gemaakt.
Fischer zelf was ook altijd aan het schaken op meta­niveau. De KGB, de zionisten… Als ze hem nou naar de psychiater hadden gestuurd in plaats van naar IJsland?
Dat zou het einde van zijn genialiteit zijn geweest. Juist omdat hij niet helemaal spoorde, was hij onnavolgbaar op het bord. Psychiatrische hulp zou een klap in het gezicht van elke schaakliefhebber zijn geweest. Dan zou hij nooit die geweldige zesde partij in Reykjavik hebben gespeeld.
Dat laat de film toch zien!? Goed, misschien had er een vraagteken achter de titel moeten staan.
Fischer wordt mij te veel als een gekje neergezet.
Hij zag in alles een complot.
En soms terecht. De Russen spanden tegen hem samen, speelden met opzet remise tegen elkaar. Dat verzon hij niet.
Maar dat hij zelfs in gekuch uit het publiek een actie van de KGB zag om hem uit zijn concentratie te halen.
En die paranoia is de schuld van zijn moeder, die met jan en alleman het bed in dook?
Dat wordt toch nergens beweerd?
Het wordt wel gesuggereerd.
Het zou een rol gespeeld kunnen hebben. Toch? Net als de jacht van de FBI op de communisten. Ook mama Fischer werd in de gaten gehouden. Dat doet iets met zo’n jongen.
Wat willen ze nou met die film?
Was hij het slachtoffer van de CIA? Of van zijn moeder?
Was hij überhaupt een slachtoffer?
Alsof daar een eensluidend antwoord op is.
(…)
Waarom stelde hij al die eisen voorafgaand aan de wedstrijd? Waarom kwam hij niet opdagen voor de tweede partij? Omdat hij bang was te verliezen? Of juist om te winnen, zoals wordt geopperd in de film?
(…)
Juist omdat er geen antwoorden worden gegeven doet de film recht aan de complexiteit van zijn psyche.
Hmmm…
Laten we nog even teruggaan naar de opening. De film begint als Fischer met 2-0 achterstaat. Hij zit in zijn hotelkamer, versteend door achterdocht. Hij schroeft zijn telefoon open op zoek naar een microfoontje, hij verhangt schilderijen, wantrouwt elke tafellamp. Hij dreigt ook de derde partij te laten lopen. Dat is toch Rocky die in de touwen hangt, het moment vlak voor de grote ommekeer? Hét cliché van alle Amerikaanse sportfilms?
Je zal toch moeten toegeven dat ze erin zijn geslaagd een meeslepende film te maken voor een groot publiek. Met een vette soundtrack, Liev Schreiber als übercoole Boris Spassky… Zelfs de schaakpartijen zijn opwindend om naar te kijken.
Je ziet helemaal niets van wat er op het bord gebeurt.
Je zit alleen maar naar die koppen te kijken.
Schaken is een psychologisch steekspel. Dat is wat de film laat zien.
Met Toby Maguire als Fischer… Ik bedoel, Spiderman…
Je hebt nu eenmaal een naam nodig om zo’n project van de grond te krijgen…
Hij speelt zo nadrukkelijk dat hij paranoïde is.
Je bent aan het muggenziften. Je loopt te klagen dat dit een viersterrenfilm is en geen vijf.
Misschien. Maar Fischer speelde altijd voor de winst.
En zo hoort het ook in de bioscoop. Film is geen kunstvorm om op remise te spelen.