ODESSA… ODESSA!
Van oude mensen en dingen die voorbij gaan
Odessa is geen stad maar een gemoedstoestand, opgeroepen door de melancholische travelogue Odessa… Odessa! van Michale Boganim.
Soms duikt hij even op in Odessa… Odessa!, de droomachtige travelogue van Michale Boganim, die ons van Odessa aan de Zwarte Zee voert naar Brighton Beach in Brooklyn en de Israëlische badplaats Ashdod. Hij schiet als een schim voorbij, zijn hand aan zijn koffer: Ahasverus, de eeuwig zwervende Jood. Volgens de legende vervloekt omdat hij Jezus de toegang tot zijn huis ontzegde, toen die vroeg daar even te mogen rusten tijdens zijn kruisweg. Tot de terugkomst van Christus (de letterlijke Griekse vertaling van het Hebreeuwse ‘messias’) zou hij gedoemd zijn over de aardbol te zwerven.
Zijn voetstappen staan in vele Europese volksverhalen. Volgens sommigen stond hij symbool voor de rusteloos zwervende mens, voor anderen voor de Joodse diaspora en het zionisme in het bijzonder. Goethe interpreteerde de legende als een beschrijving van de moderne verstandsmens die twijfelend zijn weg moet gaan omdat hij niet aan iets hogers gelooft. Voor anderen was het Ahasverus-verhaal een bron van antisemitisme.
Kortegolfradio
In Odessa… Odessa! neemt de wandelende Jood al die gedaanten aan. Michale Boganin proefde de weemoed in haar grootmoeders woorden als zij over haar jeugd in Odessa sprak en besloot op zoek te gaan naar die verhalen. Flarden van verhalen eigenlijk, die net als herinneringen geen logica hebben, maar opduiken en wegrollen als golven. Odessa… Odessa! doet soms nog het meeste denken aan de geluiden van een kortegolfradio. En zo klinkt de film ook letterlijk: vol gekraak en half bekende muziekjes, onbekend Russisch en plotseling het woord voor woord te begrijpen Jiddisch dat je eigen grootmoeder ook kon spreken.
De mensen die Boganin portretteert, vluchtige schetsen van passanten, zijn bijna Beckettiaanse personages. Tot het einde der tijden stamelen zij hun getuigenissen, zingen liedjes van vroeger, hopen op de komst van de Messias. Ze leven in de flashback van hun eigen verleden. Hun Odessa is geen stad, maar een melancholische gemoedstoestand.
Mee met de wind en in de voetstappen van Ahasverus bezocht Boganin ook Little Odessa in het New Yorkse Brooklyn en de Israëlische badplaats Ashdod, waar voor en na de Tweede Wereldoorlog veel Joden naartoe emigreerden op de vlucht voor de ene tiran of de andere verlosser. Dan trekt zij het blauwfilter voor de lens vandaan, alsof de mensen die zij in Odessa filmde de voorouders zijn van de even bejaarde Joden op de boulevard van Brighton Beach. De oude en de nieuwe wereld, in één camerabeweging verbonden en gescheiden.
In het derde deel van het drieluik keert zij terug bij haar grootmoeder in Ashdod. Hier verblindt het zeelicht ons en verlangen we terug naar de duistere, ongrijpbare tradities van een bijna verloren gegane volkscultuur. Nooit staat de camera stil tijdens deze filmische reis, omdat niets vaststaat en echt tastbaar is. Omdat alles voorbij gaat. En omdat dat soms zo verrotte mooi is.
Dana Linssen