My Beautiful Laundrette

Veelzijdig, agressief, vertederend

My Beautiful Laundrette

My Beautiful Laundrette werd op het festival van Edinburgh zo enthousiast ontvangen, dat het Britse publiek niet op de uitzending door Channel 4 hoefde te wachten. De als televisiefilm geproduceerde uitschieter kreeg vrijwel onmiddellijk een distributie en een succesvol roulement in Engelse bioscopen. Een succesverhaal om van te watertanden in Nederland, waar we, zoals iemand het treffend formuleerde, geen televisie hebben maar een omroepbestel, zodat een instituut als Channel 4, dat stimulerend en duidelijk kwaliteitsbevorderend heeft gewerkt, hier helaas ondenkbaar is (voorlopig tenminste).

My Beautiful Laundrette is een auteursfilm. De auteur is ditmaal niet de regisseur – de voortreffelijke Stephen Frears (1941) van, onder veel meer, Walter en Walter and June, uitgezonden door de VPRO – maar de scenarioschrijver, een jonge Pakistaanse Londenaar, bekend door zijn toneelstukken. Hij heet Hanif Kureishi. Een naam om te onthouden.

Kureishi heeft veel te vertellen. Zo veel, dat men zich pas achteraf realiseert hoe veerkrachtig de structuur is van de snelle en veelzijdige film met zijn velerlei personages, verrassende situaties en rake dialogen, agressief en soms vertederend.

De agressie geldt politieke en sociale realiteiten in premier Thatchers ijskoud no nonsense-Engeland; de love-story in de film is die van een Engelse en een Pakistaanse jongen, een dubbel controversieel thema. Het geheel, op het randje van een satire, is amusant en pakkend, want Frears heeft het briljante script met lichte toets gefilmd, en er wordt, zonder uitzondering, uitmuntend geacteerd.

Als de film begint staan de toekomstige minnaars, donkere Omar (Gordon Warnecke) en blonde Johnny (Daniel Day Lewis), beiden op een keerpunt. Omar, zoon van een nu verarmde linkse intellectueel die nog met de eerste golf immigranten uit Pakistan is gekomen, besluit niet te studeren maar met gezwinde spoed geld en dus macht te vergaren, zeer tot teleurstelling van zijn idealistische vader (Roshan Seth). Johnny distantieert zich van zijn kameraden van het Nationaal Front, een Engelse tegenhanger van de Centrumpartij. In de armoedige grotestadsbuurt waar Johnny en Omar ooit schoolvrienden waren, behoort knokken tegen ‘buitenlanders’ tot de dagelijkse verzetjes van Johnny’s racistische voormalige bentgenoten.

De Pakistaanse kant van het verhaal is bijna even onappetijtelijk. Omar krijgt een baantje bij zijn oom Nasser (Saeed Jaffrey), een scharrelaar die rijk is geworden als hardvochtige huisjesmelker. Neef Salim (Derrick Branche) knoeit met pornovideo’s en drugs en kan even gewelddadig worden als de jongens van Nationaal Front. Nichtje Tania (Rita Wolf), een gefrustreerde jonge vrouw onder de traditionele mannenheerschappij in de familiekring, probeert zich te bevrijden door middel van even traditionele verleidingskunsten.

Onder de eerste sequenties, die elkaar snel en luchtig opvolgen, zit, als een dramatische tijdbom, een heel complex van actuele springstoffen die Kureishi signaleert en suggereert: spanningen in Engelands multiculturele en multiraciale samenleving; verpauperde grotestadswijken; het primaat van het ondernemerschap onder de regering Thatcher; werkloosheid in de prestatiemaatschappij; problemen van sociale en seksuele identiteit; onderlinge vervreemding van klassen, rassen, milieu’s, generaties, ideologieën; en de nasleep van een nog steeds niet verwerkte koloniale geschiedenis. Dit alles in een boeiende, beweeglijke komedie.

Komediefiguren met tragische kanten
De ‘mooie wasserette’ van de titel is de aftandse onderneming die Omar van zijn oom Nasser mag managen. Omar en Johnny maken er iets heel moois van (de fotografie wordt opeens bijna lyrisch bij al die zachte luxe-kleuren), dat ten slotte door de fascistenbende in elkaar wordt getrapt en geslagen, evenals hun ex-makker Johnny.

Maar daarom niet getreurd. In een korte finale – misschien wel de tederste, aardigste onderkoelde liefdesscène van 1985 – wint de vriendschap het van Omars funeste ondernemers-ambities. Voor hoe lang? Dat zegt de film niet. Van geen enkel personage worden de lotgevallen netjes afgerond. Geen enkele situatie wordt opgelost. De tijdbom tikt door.

In de film komt de complexe lading van Kureishi’s scenario doorzichtig over. Regisseur Frears gaf elke situatie en ieder personage gevoelswaarde door zijn intense spelregie. Er wordt niet over gezeurd, maar de meeste komedie-figuren hebben hun tragische kanten, hun tragische momenten. Bijvoorbeeld: Rachel (Shirley Anne Field), de vriendin van oom Nasser, een reeds middelbare, berooide Engelse dame van betere komaf, verbreekt tenslotte de relatie omdat ze de haat van Nassers familie niet uithoudt. Het isolement van Rachel en de eenzaamheid van Nasser, voordien bijna kluchtfiguren, is dan even ontroerend als de desillusie van Omars vader. Als de zieke oude socialist verzucht: “De werkende stand is toch zo’n grote teleurstelling voor me”, is dat komisch en tragisch tegelijk, en een heel leven ligt plotseling open.

Zo gaat het vaak met de levens van de filmfiguren (en de ongetelden, die men niet ziet, maar aan wie men wel gaat denken).