Maspalomas
Zon, seks, verpleeghuis
Maspalomas
Na een beroerte in een darkroom belandt Vicente in een verpleeghuis en terug in de kast. Maspalomas schetst in de achteruitkijkspiegel een knap portret van een man die zichzelf niet mocht zijn.
Het begint nog zo zonnig. In Maspalomas, Gran Canaria, bekend om zijn levendige homoscene, is de zeventiger Vicente neergestreken om een flirtueuze inhaalslag te maken. Broodnodig, zo meent hij zelf, nadat hij de eerste vijftig jaar van zijn leven zijn homoseksualiteit verborgen hield en de vijfentwintig daaropvolgende jaren bij dezelfde partner is geweest.
Onbevangen en gekleed in kleurige overhemden ontdekt Vicente nu de wereld van cruiseduinen en darkrooms – wat leidt tot seksscènes die met een verfrissende recht-voor-z’n-raapheid worden geserveerd. Tamelijk radicaal, als je bedenkt hoe weinig we de erotische verlangens van ouderen verbeeld zien.
Tot het een keer te veel wordt in een van die darkrooms en Vicente een beroerte krijgt. Filmmakers Jose Mari Goenaga en Aitor Arregi maken op dat moment een harde knip van het uitgaansleven in Maspalomas naar een rolstoel in een verpleeghuis in Baskenland. Een knip tussen beweeglijkheid en stilstand, tussen buiten en binnen, tussen lichamelijkheid en klem komen te zitten in je eigen gedachtewereld.
En ook tussen jezelf zijn en terug de kast in gaan, om die wat moeizame metafoor maar eens te gebruiken. Vicente voelt zich (zoals helaas veel lgbtqia+ ouderen in zorginstellingen) genoodzaakt om zijn homoseksualiteit verborgen te houden. De transformatie die José Ramón Soroiz als Vicente ondergaat is verbluffend: van vrolijke pensionado naar norse zorgbehoevende die zeker tien jaar ouder lijkt. Hier in dit tehuis moet Vicente zich verhouden tot zijn medebewoners, die niets weten van het leven dat hij een paar weken terug nog leidde, en een dochter van wie hij vervreemd is geraakt.
Het is een gewaagde keuze om een weinig aaibaar hoofdpersonage te creëren (in tegenstelling tot bijvoorbeeld de hoofdpersoon in Maryam Touzani’s Calle Málaga eerder dit jaar, die eveneens gaat over de seksualiteit van ouderen en een verstoorde ouder-kindrelatie). Vicente is gefrustreerd en in zichzelf gekeerd. Ook een homoseksuele zorgverlener weet het ijs aanvankelijk (juist) niet te breken.
Maar omdat we weten waar deze frustratie vandaan komt, en Vicente zich langzaam openstelt, schuilt er een aangrijpende kwetsbaarheid in dit personage. Stukje bij beetje schetst Maspalomas in de achteruitkijkspiegel een portret van een man die zichzelf niet kon zijn – en daarmee, impliciet, van een tijd en samenleving die hem dat niet toestonden.
Het enige waar je vraagtekens bij kunt zetten is of deze redelijk onsentimentele film niet op een al te positieve noot eindigt. Want hoeveel toekomst is er normaal gesproken nog, eenmaal in een verpleeghuis?