Le grand bain

Zij die synchroon gaan zwemmen, groeten u

Wat doe je als Franse man van rond de vijftig met een buik en een depressie? Synchroonzwemmen. Omdat het kan.

The Full Monty met speedos’. Zo werd vorig jaar de komedie Swimming with Men aan het Britse publiek verkocht, over een groepje mannen van middelbare leeftijd die hun midlifecrisis proberen te bezweren met synchroonzwemmen. Compleet synchroon daaraan brachten de Fransen vorig jaar Le grand bain uit, over een groepje mannen van middelbare leeftijd die hun midlifecrisis proberen te bezweren met synchroonzwemmen. In de Britse versie is de hoofdrol voor Rob Brydon (u weet wel, van The Trip, waarin hij dinerend en Michael Caine imiterend met Steve Coogan door Europa trekt), in de Franse voor Mathieu Amalric. Dit was geen kosmisch toeval: beide films zijn gebaseerd op de Zweedse documentaire Men Who Swim uit 2010, over de mannen van de Stockholm Art Swim Gents, synchroonzwemmers die naar verluidt al zwemmend protesteren tegen de zinloosheid van het leven.

The Pool Monty’ humoreerde vakblad Variety vrolijk verder en inderdaad: de hoeveelheid komische trouvailles bij een bende synchroonzwemmende mannen van middelbare leeftijd is praktisch eindeloos. Denk ook aan: de film kan het hoofd nauwelijks boven water houden, het water staat ze aan de lippen, etc. Het punt is: Le grand bain roept het over zichzelf af. Met alle respect voor de sport, maar het is té makkelijk om lacherig te doen om synchroonzwemmers van middelbare leeftijd. Sierlijk zijn ze niet, zullen we maar zeggen, en non terrae plus ultra.

Mathieu Amalric dus, hier in de rol van Bertrand die al twee jaar depressief thuis zit maar op een dag in het zwembad de geest krijgt en het telefoonnummer van de synchroonzwemmers van het prikbord grist. Ze zijn dringend op zoek naar een nieuw lid. Hem bevalt de bende mafkezen onder leiding van een bloedmooie trainer wel, ons iets minder, omdat de rollen nauwelijks reliëf krijgen en wel heel erg georkestreerd voelen. Van de opvliegerige Laurent (Guillaume Canet), die meerdere keren als een soort hysterische Muppet stampvoetend het beeld uit loopt, tot de mislukte muzikant Simon, de meest karikaturale rol van Jean-Hughes Anglade sinds whenever. Benoît Poelvoorde speelt vanzelfsprekend een mislukte zwembadverkoper want wat anders? En dan is er de Indiase immigrant Avanish, voor wie de enige rol in dit drama is om heel slecht Frans te spreken zodat niemand een woord verstaat van wat hij zegt. Want dat is grappig.

Het verhaal doet het niet veel beter. Behalve dat chronisch onduidelijk blijft waarom een stel vijftigers met overgewicht denkt soelaas te vinden in synchroonzwemmen, is het verloop bepaald niet het gevolg van goddelijke inspiratie. Nadat het eerste van de twee lange uren speeltijd gevuld is met het laten zien van zakken aardappelen die proberen vooral niet te verzuipen, weten de mannen plotseling het ritme van professionele synchroonzwemmers te vinden. Alsof je trekpaarden ineens in sierlijke renpaarden ziet veranderen. Zo werkt het dus niet.