Jan Sierhuis zelfportret

De kunstenaar in eigen woorden

  • Datum 11-10-2017
  • Auteur
  • Gerelateerde Films Jan Sierhuis zelfportret
  • Regie
    Marte Visser
    Te zien vanaf
    01-01-2017
    Land
    Nederland
  • Deel dit artikel

Terwijl de inmiddels 88-jarige schilder Jan Sierhuis werkt aan wat waarschijnlijk zijn laatste zelfportret wordt, schetst Marte Visser in de documentaire Jan Sierhuis zelfportret een intiem beeld van de maker.

De Amsterdamse expressionistische schilder Jan Sierhuis maakt een zelfportret. In die volgorde presenteert de inmiddels 88-jarige kunstenaar zichzelf: eerst Amsterdams, dan schilder. In deze intieme documentaire, het filmdebuut van portretfotograaf Marte Visser, schetst Sierhuis op meerdere manieren zijn eigen beeltenis.
Ten eerste schildert hij het. We zien hem aan het werk in zijn atelier in Amsterdam, een grote en hoge ruimte vol zacht invallend licht, waar een groot deel van de film is opgenomen. Laag voor laag bouwt hij aan wat ook volgens de schilder zelf waarschijnlijk zijn laatste zelfportret zal worden.
Het eerste zelfportret is het zeker niet. Gaandeweg de film zien we diverse eerdere zelfportretten; het oudste stamt van net na de Tweede Wereldoorlog, en toont de jonge schilder als een uitgehold mens. In de daaropvolgende decennia schilderde hij zichzelf vaker, en terwijl hij die werken toont (ze worden opgevist uit de grote hoeveelheid schilderijen tegen de muren van zijn atelier, of de depots van het Stedelijk Museum Amsterdam) vertelt hij over zijn leven in de tijd dat hij het maakte.
Dat is het tweede zelfportret waar de film om draait. Sierhuis vertelt in zijn eigen nuchtere woorden over zijn leven en is vrijwel onophoudelijk aan het woord. Van zijn jeugd in de Depressiejaren tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog, via zijn liefde voor de flamenco en zijn vriendschap en verwantschap met kunstenaars als Karel Appel en Lucebert, tot aan de belangrijke rol die Willem Sandberg, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum, in de jaren zestig speelde in zijn carrière.
De schaarse momenten dat Visser toch iemand anders aan het woord laat — bijvoorbeeld een van Sierhuis’ twee zoons — is dat bijna storend. Het doorbreekt de magie van het zelfportret zoals Sierhuis dat tot uiting wil brengen.

Joost Broeren-Huitenga