Inch’Allah
The making of a terrorist
Waarom wordt iemand terrorist? De Canadese film Inch’Allah eigent zich het Midden-Oosten-conflict toe en laat daarbij geen middel onbenut en geen emotie onberoerd.
"Dit is jouw oorlog niet", zegt Israëlische Ava halverwege Inch’Allah tegen de Canadese arts Chloé. "Je kunt hier niet zomaar binnen komen vallen en met onze shit gaan meedraaien." Chloé woont in Jeruzalem en duikt elke avond met Ava de kroeg in. Beide vrouwen hebben veel weg te drinken. Soldate Ava staat elke dag op een grenspost. Chloé gaat elke dag nog verder: de Palestijnse gebieden in waar ze in een vluchtelingenkamp als vroedvrouw werkt. Daar raakt ze bevriend met de hoogzwangere Rand. En zo wordt ze onvermijdelijk onderdeel van het Midden-Oosten-conflict.
Ook de Canadese film Inch’Allah, tijdens het Filmfestival Berlijn bekroond met de FIPRESCI-prijs van de internationale filmkritiek, eigent zich het conflict toe. Het is weliswaar een film van een buitenstaander, en door Chloé’s ogen ook lang vanuit het perspectief van de outsider gefilmd, maar de plot stuurt aan op de vraag waarom iemand een terrorist wordt. Is het politiek? Of woede? Wraak? Of machteloosheid?
Het antwoord dat de film hierop vindt is het gevolg van een reeks steeds zwaarder wordende dramatische gebeurtenissen. Het maakt hem hevig emotionerend. Maar voor de secure kijker ook een vorm van narratieve shocktherapie en verwarrend. Want kun je zo’n ingewikkeld conflict wel reduceren tot een persoonlijk verhaal? Of zit er juist niets anders op, en laat zich de oorlog in het Midden-Oosten alleen nog maar vanuit individuele verhalen begrijpen?
Verwarring stichten is vaak een effectief middel in films over gecompliceerde politieke kwesties. Te midden van al het stof dat wordt opgeworpen, kun je zo de contouren van grotere en meer existentiële zaken waarnemen. Inch’Allah blijft uiteindelijk hangen in simplisme: een vrouwenstem die haar bloed oproept haar verhaal te vertellen. En het beeld van een klein jongetje dat na geduldige arbeid een kijkgat in de demarcatiemuur weet te bikken. Ziet hij iets anders dan wij zagen? De film durft zich niet aan dat uitzicht te wagen.
Dana Linssen