IFFR 2026: Providence and the Guitar

De sores en de kunsten

Providence and the Guitar

De openingsfilm van het International Film Festival Rotterdam editie 2026 gaat over de tijdloze twijfel van de kunstenaar: kies ik voor een stabiel leven of voor mijn artistieke ambities?

Als je naar de laatste vijftien jaar kijkt, valt op dat IFFR zelfs onder verschillende directeuren zelden een politiek drama als openingsfilm kiest.

Twee films kwamen in de buurt. Qissa in 2014, over een gezin dat intern botst over traditionele rolpatronen en naar buiten toe moet overleven in de schaduw van het conflict tussen India en Pakistan. De tweede was War Book in 2015, over de spanningen tijdens een simulatie van een nucleair conflict.

Providence and the Guitar past perfect in die traditie van (schijnbaar) apolitieke films.

De gelijknamige novelle van Robert Louis Stevenson uit 1878 waarop João Nicolau zijn film baseerde, was voor de schrijver het antwoord op een vraag waarmee hij al zeker tien jaar rondliep. Sinds 1869 had Stevenson aan de Universiteit van Edinburgh studies werktuigbouwkunde en rechten afgerond, maar in diezelfde periode had hij een liefde voor het schrijven ontwikkeld. Providence and the Guitar is een mijmering over het geluk dat een leven in de kunsten kan brengen en de prijs die de meeste kunstenaars daarvoor betalen: nooit genoeg geld hebben. Een tijdloze en actuele frustratie, hoewel Stevenson daar niet lang last van zou houden: vijf jaar later publiceerde hij het succesvolle Treasure Island en nog eens drie jaar later de Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde.

Losgezongen
João Nicolau’s vierde film volgt vrij getrouw Stevensons tekst, waarin rondreizende artiesten Leon en Elvira in een negentiende-eeuws Portugees dorp arriveren voor een optreden. Daarvoor hebben ze dan wel toestemming van de politiecommandant nodig en daar gaat het mis. Het hele avontuur speelt zich ongeveer in een dag af en het mooie is dat de personages na die confrontatie met de commandant een beetje losgezongen raken van de wereld. Ze ontmoeten een Britse student en maken kennis met twee bewoners van het dorp en in dat gezelschap ontstaat een gesprek over de kunsten en de koers die je in het leven kunt kiezen. Om te laten zien hoezeer deze gedachten over kunst en leven van alle tijden zijn, springt Nicolau een paar keer vooruit naar onze tijd, maar die momenten zijn van korte duur. De film blijft vooral bij Leon en Elvira.

Vanzelfsprekend is geen enkel festival op dit moment in de tijd verplicht iets met de politieke actualiteit te doen. Bovendien ben je daarbij afhankelijk van de films die worden ingestuurd. Maar Providence and the Guitar voelt wel heel nadrukkelijk als een keuze voor de route die Leon en Elvira in de film kiezen. Als je cynisch wilt zijn: de route van vermaak. Als je milder wilt zijn: die van de kunsten. Al kun je zeggen dat de film in een bepaald opzicht juist over deze afweging gaat: wil ik in de alledaagse werkelijkheid staan of sta ik mezelf toe te dromen? Dat is ook wel weer verfrissend als je net een jaar in een waanzinnige politieke actualiteit hebt geleefd.

Tweestrijd
Die tweestrijd, of laten we zeggen, dubbelzinnigheid is nog op een andere manier in de film aanwezig. Elvira is de meer geaarde, meer realistische en analyserende van de twee, ook al lijkt ze in alles een rasartiest. Leon, al vanaf het eerste moment, is de meer schmierende, theatrale van het stel. Met wat goeie wil zou je daar de tweestrijd in kunnen zien die Stevenson zelf ervoer. Van daar is de denksprong naar Jekyll en Hyde trouwens makkelijk te maken, je ziet het Stevenson doen ergens rond 1880, maar dat is een verhaal voor een andere keer.

Omdat een openingsfilm ergens toch een visitekaartje is, kun je je afvragen wat IFFR met die keuze wil zeggen. Weer kun je daar een cynisch en een mild, welwillend antwoord op geven. Cynisch: het is een veilige keuze waarmee het festival zich bewust onttrekt aan gevoelige en beladen discussies. Omtrent Gaza. Omtrent klimaat. Omtrent polarisatie. Onder meer bij de Berlinale en IDFA zag je (beide in 2024) dat de boel snel uit de hand kan lopen. Mild en welwillend: IFFR zegt tegen al die kunstenaars die twijfelen aan hun vak, nu het de laatste jaren bepaald niet makkelijker is geworden om er een leven mee op te bouwen, dat die twijfel van alle tijden is. Dat er nog steeds geluk uit het kunstenaarschap kan worden gehaald. Om een tijdgenoot van Stevenson aan te halen, Ralph Waldo Emerson: “Trust thyself: every heart vibrates to that iron string. Nothing is at last sacred but the integrity of your own mind.