Dreams
Vijftig tinten macht
Dreams
De rijke socialite en de sloeber. Jessica Chastain en Isaac Hernández vrijen tot zij ander speelgoed wil.
Je zou bijna vergeten dat het grootste deel van de mensheid voor het grootste deel van de geschiedenis vooral om praktische en hormonale redenen bij elkaar in bed kroop. Niet om romantische redenen.
Dat veranderde met de opkomst van de hoofse liefde in de twaalfde eeuw – alleen weggelegd voor mensen die het zich konden veroorloven – en een paar eeuwen later de Romantiek. Talloze films en boeken later geloven veel mensen in romantiek als basis voor een relatie. In ieder geval veel mensen in dit deel van de wereld, die het zich kunnen veroorloven.
Michel Franco maakte al meerdere films over de transactionele aard van relaties. Dreams is in die zin geen verrassing. Maar de vertelstijl, vooral de montage, is zo strak en beheerst dat je naar meer gaat verlangen.
De film schakelt behendig en woordeloos van een vrachtwagen vol vluchtelingen, ergens in het zuiden van de VS, naar het moment dat een nog onbekende man inbreekt bij het appartement van Jessica Chastains personage Jennifer in San Francisco. Hij is een immigrant, zij de dochter van een steenrijke ondernemer. Ze doet vooral filantropisch werk, voornamelijk om belastingtechnische redenen. Later krijgt ze een waarschuwing van haar vader. “Ik ben er helemaal voor om immigranten te helpen. Maar er zijn grenzen.”
Vader snapt niet dat Jennifer vooral Fernando’s lijf wil. Al maakt dat haar niet uit. Ze schikt zich onmiddellijk naar haar vaders wens. Eerst laat ze de danser een voor hem levensgevaarlijke tocht naar San Francisco maken omdat ze zijn lijf graag in de buurt heeft. Maar net zo makkelijk en zonder enige empathie laat ze hem vallen.
“Ik zou hier bijna kunnen leven”, zegt ze als ze elkaar later in Mexico-Stad treffen. Bijna. Ze bedoelt: nooit. De ongelijke machtsverhouding is nooit te overbruggen. Dit soort rijkdom, het soort rijkdom dat je appartementen in elke wereldstad geeft, creëert een bepaald type mens. Het creëert levens zonder tegenslagen. Waarin alles een object wordt. Waarin je nergens liefde in hoeft te stoppen omdat alles verkregen kan worden en vervangbaar is. De appartementen van de familie zijn luxe en zielloos – wat overigens een iets te opzichtige metafoor is voor de kilte in Jennifers relaties – maar deze mensen zijn toch nooit ergens echt aanwezig. Ze komen, ze kijken, ze spelen, ze gooien aan de kant.