Corn Island
Niemandsland
Een boer en zijn kleindochter arriveren op een eilandje, drooggevallen in de rivier. Een zomer lang verbouwen ze er hun maïs. En van dit oersimpele gegeven bakt George Ovashvili adembenemende cinema.
Iedere zomer ontstaan er in de rivier Enguri kleine eilandjes, ophopingen van vruchtbaar slib die droogvallen als de rivier op zijn laagst is. Boeren claimen dit tijdelijke land om er maïs te verbouwen — als de natuur het ze toestaat. Dat is, vrijwel woord voor woord, de enige context die de Georgische regisseur George Ovashvili geeft aan het begin van zijn tweede film Corn Island, waarin hij het verhaal van één van die boeren vertelt. Samen met zijn kleindochter vestigt de man zich op dit piepkleine stukje nieuw land: hij bouwt er een hutje en plant er zijn maïs.
Maar er is wel iets meer context die van belang is. De rivier Enguri ligt namelijk op de grens tussen Georgië en de omstreden autonome republiek Abchazië, die al sinds de jaren negentig zijn onafhankelijkheid bevecht. Het eilandje dat de oude boer inneemt, is dus een klein stukje niemandsland, midden tussen de strijdende partijen. En hoezeer ze het ook willen: de boer en zijn kleindochter kunnen zich op hun eilandje niet geheel aan die strijd onttrekken.
Ovashvili’s eerste film The Other Bank draaide ook al om de strijd rond Abchazië. Daarin vertelde hij het verhaal van een jongetje dat, nadat hij met zijn moeder vluchtte uit het oorlogsgebied, terug probeert te komen naar Abchazië om zijn vader te zoeken. Ook in Corn Island zijn de gevolgen die de strijd op kinderen heeft duidelijk: de grootvader en het meisje spreken nooit over haar ouders, maar hun afwezigheid spreekt boekdelen. Zo vertelt Ovashvili zijn verhaal: hij slaat je er niet mee om het hoofd, maar brokkelt de context subtiel door zijn film. Ook wanneer een gewonde soldaat vlucht naar het eilandje, en zich bootjes vol soldaten aandienen die hem zoeken, zoekt Ovashvili het niet in grootse actie maar in tergend opgebouwde spanning.
Die subtiele vertelstijl, gecombineerd met het beeldschone camerawerk van Hongaar Elemér Ragályi, maakte Corn Island al een lieveling in het internationale festivalcircuit, waar hij welverdiend tientallen prijzen en nominaties binnensleepte. De film tóónt, in plaats van expliciet te vertellen. De vrijwel dialoogloze film draait om handelen en om beelden. Om hoe de boer met eigen handen dit stukje land cultiveert. Om de donkerbruine aarde, het grijsblauwe water eromheen, de helgroene heuvels in de achtergrond. Om hoe de kleindochter, die gaande de zomer de grens tussen meisje en vrouw oversteekt, zijn arbeid kopieert en aanleert. En vooral om hun onderlinge blikken, die meer zeggen dan elke woordenstroom.
Joost Broeren